TOT OVER JE OREN

Echt Verliefd. Analyse van een emotie door Hetty Rombouts 150 blz., Uitgeverij Boom 1992, f 28,50 ISBN 90 5352 022 8

Uiteindelijk komt Hetty Rombouts in Echt Verliefd uit bij Stendhal. Volgens diens "kristallisatietheorie" zijn in het proces van het verliefd-worden zeven fasen te onderscheiden: de bewondering, die overgaat in tedere bewondering, in verlangen zeg maar, gevolgd door een soort hoop dat binnen een maand moet ontstaan om de onvermijdelijke twijfel het hoofd te bieden en een eerste kristallisatie een kans te geven. Deze laat de geest van de verliefde persoon zijn beminde met prachtige fantasieën omkleden, zoals de zoutmijnen in Salzburg een takje bedekken met schitterende kristallen. De twijfels die daarna nog de kop opsteken verdwijnen als sneeuw voor de zon bij de geringste toegeeflijkheid die de verliefde meent te bespeuren. Er treedt een tweede kristallisatie op, tot over de oren ...

Stendhal formuleerde zijn theorie in 1822 en het is om diverse redenen opmerkelijk dat de huidige wetenschappelijke psychologie teruggrijpt naar zijn inzichten om het mysterieuze verschijnsel van de verliefdheid enigszins te analyseren. Zijn er sindsdien dan geen scherpere ideeën ontwikkeld omtrent het verliefd worden? Antwoord: niet binnen de psychologie!

Ruwweg gezegd heeft de academische wereld getracht grip te krijgen op de verliefdheid door deze achtereenvolgens te reduceren tot "slechts' gefrustreerde seksualiteit, of "slechts' het najagen van illusies, of "slechts' een chemische verandering in het lichaam, of "slechts' een aangeleerde, door de cultus van de Hollywood-films opgedrongen voorbeeld-emotie, of "slechts' een getransformeerde afgunst, erop gericht in de bewonderde eigenschappen en kwaliteiten van de ander te kunnen delen.

Op de keper beschouwd leveren al deze visies niet zozeer een sluitende theorie voor het ontstaan van verliefdheid, dan wel een impliciete verklaring voor het verdwijnen ervan. De chemie van het lichaam herstelt zich, de gefrustreerde seksuele verlangens worden bevredigd, de illusies onherroepelijk ontmaskerd, en het Hollywood-scenario zorgt in de praktijk, zonder script-writer, zonder regisseur en zonder filmmuziek voor een heel ander, niet zelden vernietigend verhaal.

ZO BLANCO MOGELIJK

Het aanstekelijke van Hetty Rombouts is dat ze, na haar ontzenuwing van een overstelpende hoeveelheid theorievorming uit meer dan een eeuw psychologie, haar onderwerp zo blanco mogelijk, met een nieuwe nieuwsgierigheid, probeert te benaderen. Zich niet tevreden stellend met de al te gemakkelijke opvattingen dat verliefde mensen het slachtoffer moeten zijn van een of andere gekte heeft ze onderzoek verricht onder voornamelijk grote groepen studenten en hun ervaringen met verliefdheden gerangschikt.

De in Echt Verliefd opgenomen vragenlijsten en bijbehorende antwoorden van dat onderzoek vormen een van de aardigste gedeeltes van het boek, al was het alleen maar omdat eenieder die verliefd is of meent te zijn of daaraan twijfelt zich er in hoge mate aan kan spiegelen.

Volgens Hetty Rombouts laten mensen zich over het algemeen pas meeslepen door een verliefdheid, (Stendhal zou zeggen: gaan ze over tot kristallisatie) wanneer er sprake is van enige bereidheid bij de ander tot een positieve respons. In die zin zijn verliefde mensen in wezen nuchterder dan de buitenwereld geneigd is hen te zien. Voor een verliefd mens valt er vaak ook echt wat te halen, ook al zijn zijn belangen erg momentaan en gekleurd door de verliefdheid, en kunnen ze andere belangen op langere termijn in de weg staan.

Wat dat betreft, blijft het verschijnsel verliefdheid voor raadsels zorgen. Hoe zit het bijvoorbeeld met een verliefdheid die men toelaat terwijl het verstand blijft schreeuwen: ""Dit wordt nooit wat!'' en waarin men zich uiteindelijk toch totaal verliest, ook als de ander allang lachend afscheid heeft genomen? Is het niet zo dat de kristallisatietheorie juist op dergelijke drama's is geinspireerd?

De cruciale vraag is dan ook of het verhaal van Stendhal altijd opgaat, en of Hetty Rombouts met haar modernere versie van zijn theorie, aansluitend bij het huidige emotie-onderzoek, niet in een cirkelredenering terecht is gekomen. Ik bedoel: of zij met haar algemene onderzoek niet slechts een bevestiging heeft gevonden van een theorie die, hoewel uitermate herkenbaar, nader beschouwd persoonsgebonden is, in dit geval aan de persoon van Stendhal - met alle beperkingen vandien.

Zoals bekend werd Stendhals leven gedomineerd door een schare van maitresses, leed hij sinds jonge leeftijd al aan de gevolgen van gonorroe en syfilis, en keerde de schone Mathilde Dembowski-Visconti hem de rug toe toen zij van dit alles op de hoogte raakte. Hij was kortom, een tragisch geval van wat tegenwoordig ""bindingsdrangst'' wordt genoemd, met voor hem fatale gevolgen. Maar wat zegt deze levenswandel van Stendhal over zijn ideeën inzake het verliefd-zijn?

ORTEGA Y GASSET

Het is bij mijn weten de Spaanse filosoof José Ortega Y Gasset die zich in zijn aanvankelijk in het Duits verschenen Über die Liebe (1933) als eerste verwonderd heeft over het feit dat Stendhals theorie nimmer aan een uitputtende analyse is onderworpen. Ortega acht Stendhal een van de grootste vertellers aller tijden en diens boek (De l'Amour) vindt hij zonder meer betoverend. Begin deze eeuw was het in elke damessalon te vinden, aldus Ortega, ""omdat elke vrouw een kenner van de liefde wilde zijn''.

Maar ondanks zijn bewondering breekt Ortega de visie van Stendhal tot op de grond af. Hij noemt Stendhal iemand wiens hoofd weliswaar vol was van theorieën ""maar die geen theoretische begaafdheid bezat'', omdat hij zich te veel liet meeslepen door de veelheid van zijn eigen vaak tegenstrijdige gevoelens en gedachten. De ideeën van Stendhal bestempelde Ortega Y Gasset ""gezangen die niet de waarheid verkondigen over de dingen, maar over de zanger''. In de kristallisatietheorie wordt het oude adagium ""liefde maakte blind'' volgens Ortega vervangen door de veel discutabelere opvatting dat liefde "hallucineert', de werkelijkheid vervalst. Met andere woorden: volgens Stendhal is verliefdheid gebaseerd op een vergissing, en niet alleen af en toe, maar altijd, en au fond. Daartegen verzet Ortega zich.

De kristallisatietheorie is volgens hem zowel idealistisch als pessimistisch. Idealistisch omdat zij gevoed wordt door het sinds de renaissance gegroeide idee dat de werkelijkheid om ons heen slechts een uitvloeisel is van de geest en dus maakbaar is, zelfs als het om liefde gaat; pessimistisch omdat volgens Stendhal de verliefde geest fantaseert, abnormale, perfecte beelden produceert, die niet stroken met de realiteit en onvermijdelijk in duigen vallen. Dit neurotisch streven naar een onhaalbare perfectie had volgens Ortega te maken met de persoon van Stendhal. Hij zag Stendhal als een bijna beroepsmatige liefhebber van de liefde die elke nieuwe geliefde slechts gebruikte als een voorwendsel om weer verliefd te kunnen worden, en zodoende een leven leidde vol valse liefde. ""Zijn liefde stierf omdat haar geboorte een vergissing was'', aldus Ortega. ""Een dergelijk bezeten mens moet, zeker als vriend van het nadenken, noodgedwongen een kristallisatietheorie uitvinden.''

Iemand als Chateaubriand zou volgens Ortega nimmer een dergelijke theorie bedenken. Hoewel hij net als Stendhal niet in staat was tot echte liefde, verkeerde Chateaubriand in de gelukkige omstandigheid dat de meeste vrouwen op hem vielen en hij zich niet, zoals Stendhal, moest uitputten om de muren van een geliefde te slechten. Bovendien bleven de meeste vrouwen verrukt over Chateuabriand, ook al waren ze slechts kort (meestal acht dagen) door hem bezocht, terwijl Stendhal al zijn liefdes verloor.

Is hier sprake van een verschil in temperament, in karakter? In ieder geval van een geheel andere psychologische instelling, of, zo men wil, van een heel andere neurose. Chateaubriand was volgens Ortega een echte Don Juan, Stendhal daarentegen een Möchtegern.

"PSYCHISCHE ARMOE'

De kapitale fout van Stendhal is volgens Ortega het feit dat hij verliefdheid als een verhoogde bewustzijnstoestand ziet, terwijl verliefde mensen in wezen zichzelf niet meer de baas zijn en dus in een toestand verkeren van ""psychische armoe''.

Bovendien, aldus Ortega, is kristallisatie, het bezeten raken, dat wil zeggen: meer dan normale aandacht schenken, geen verschijnsel dat exclusief is voor de verliefdheid. Het doet zich ook voor in de wetenschap. Iemand als Newton bijvoorbeeld was ""nocte dieque incubando'' - dag en nacht bezig - met de bewegingen van hemellichamen. Dat laatste is ongetwijfeld waar. Maar of verliefdheid per definitie "psychische armoe' inhoudt? Verliefdheden kunnen ook zeer inspirerend zijn, in alle opzichten. Toergenjev bijvoorbeeld kon alleen fictie schrijven wanneer hij licht verliefd was.

In Echt verliefd komen de door Ortega genoemde tegengestelde persoonlijkheden niet aan de orde. Überhaupt wordt het probleem van karakterverschillen, de diversiteit van temperamenten of de o zo fnuikende vormen van hysterie die verliefdheden tot ware drama's kunnen maken, vermeden. Maar natuurlijk, het kan best zo zijn dat de Stendhaliaanse verliefdheid tegenwoordig in alle opzichten meer voor komt dan bijvoorbeeld die van Chateaubriand, of dat de Stendhaliaanse neuroticus zich gemakkelijker laat verleiden voor een verliefdheidsonderzoek ...

Aansluitend bij de theorie van prof. dr. Nico Frijda dat emoties primair een functionele manier zijn om om te gaan met de buitenwereld beschrijft Hetty Rombouts de verliefdheid als ""een verandering in actiebereidheid'' die erop neerkomt dat men ""zoveel mogelijk de nabijheid van de ander wil opzoeken''.

Die definitie lijkt mij iets te mager. Als een kind ziek is, ondergaan ouders ook een verandering in actiebereidheid en willen ze ook zoveel mogelijk de nabijheid van het kind opzoeken. Toch zijn die ouders moeilijk verliefd te noemen.

De kwaliteit van Hetty Rombouts boekje zit vooral in haar zeer helder geschreven kritische afrekening met allerlei verliefdheidstheorieën die de laatste decennia zijn geformuleerd en die hier en daar wetenschappelijke psychologen het schaamrood op de kaken moet brengen. In die zin is Echt verliefd heel informatief en interessant om te lezen. In Rombouts ogen blijft verliefd-zijn een pure emotie die door psychologen ten onrechte op diverse manieren is gereduceerd om er vat op te krijgen. Ortega Y Gasset zou zeggen: door het kosmologische standpunt te verlaten is het verschijnsel verliefdheid weggerukt uit de filosofie en in de psychologie terechtgekomen.

Hetty Rombouts boekje beweegt zich min of meer op de grens van psychologie en (cultuur-)filosofie. De zoetgevooisde Hollywood-scenario's hebben ons volgens haar slechts kunnen raken omdat er een voedingsbodem voor was. Tja... daarover kan men blijven speculeren. Was Adam verliefd toen hij Eva voor het eerst zag? Of omgekeerd? De bijbel zegt er niets over. En ook in bijvoorbeeld allerlei Afrikaanse legendes over het samenkomen van mannen en vrouwen is geen sprake van verliefdheid, zodat het een vraag blijft in hoeverre deze emotie cultureel bepaald is.

Met de indrukwekkende essays van Ortega Y Gasset in mijn achterhoofd ben ik geneigd te zeggen dat Rombouts theorie waarschijnlijk wortels heeft in de gevoelshumus van deze tijd en nog veel te verklaren overlaat. Gelukkig maar. Aangenomen dat ze het hele mysterie had ontmaskerd, zou het niet ondenkbaar zijn dat mensen niet meer verliefd werden, maar elkaar op de hoogte brachten van ""een verandering tot actiebereidheid''.