Tadao Ando: Japanse architectuur van licht en beton

Tadao Ando, Kunstkanaal, 20 sept. Amsterdam, Hilversum, Groningen; 21 sept. Den Haag.

Architectuur is oorlog, zegt de Japanse architect Tadao Ando (1941). Hijzelf, zijn medewerkers, misschien zelfs zijn hond genaamd Le Corbusier, zijn guerrillastrijders. Als een heus privé-legertje zien we Ando en zijn medewerkers, allen in wit overhemd en zwarte broek, in het straatje achter het bureau in Osaka gezamenlijk oefeningen doen. Maar wie is de vijand? De film van Michael Blackwood die kunstkanaal dit weekend uitzendt, vertelt veel over Ando en zijn werk, maar zelfs na een uur blijven essentiële vragen als deze onbeantwoord.

“Vaak denk ik dat ik liever ambachtsman was geworden,” zegt Ando, blootsvoets en op een tatami-mat gezeten. “Als architect moet je altijd je ontwerpen uit handen geven, je bent afhankelijk van anderen om je idee te realiseren.” In een oorlog is er tenminste een overwinning die voldoening geeft, “maar die voldoening geven mijn gebouwen mij niet. Ik ben nooit tevreden.”

Hoewel Tadao Ando tot nu toe alleen in Japan heeft gebouwd heeft hij een internationale reputatie. Onlangs wijdde het Museum of Modern Art een tentoonstelling aan zijn werk en dit voorjaar kreeg hij de Deense Carlsberg Prize, die misschien niet in aanzien maar wel in geld de grootste ter wereld is. Vorig jaar bezocht Ando een meesterklas aan het Amsterdamse Berlage Institute.

Het is een strenge man die met beton en licht minimalistische gebouwen maakt. Vaak zijn het dozen van buiten en labyrinten van binnen, vol met een voelbare maar niet te benoemen symboliek. Hun uitwerking is extreem: waar de een geniet van de strakke sereniteit, gruwt de ander van de beklemming. In de film vertelt hij dat hij met een modern materiaal, beton zoals het rechtstreeks uit de bekisting te voorschijn komt, de tere structuur van traditionele Japanse materialen als hout en papier wil benaderen. Bij wie die strengheid verdragen kan, roepen zijn gebouwen de sfeer op van Japanse rotstuinen. Niet voor niets zijn zijn bekendste werken de Kerk van het licht en de Kapel aan het water.

Veel van de goede tradities van de Japanse architectuur zijn verloren gegaan, zegt Ando. Hij wil die waarden weer oppakken en doorgeven. Maar waarom kiest hij daarvoor de bij uitstek Westerse stijl van het Modernisme en het on-Japanse materiaal beton? Blackwoods film is een degelijke en uitgebreide documentatie, maar laat deze fundamentele vraag onaangeroerd.