Sekte

Je komt van het strand van Puerto Rico en het is veertig graden. Een man springt voor je en houdt een linnen zak open om te grabbelen. Het ene lot belooft een fles drank of slof sigaretten, belastingvrij. Van het andere lot raakt hij waarlijk heel opgewonden. “U heeft een vakantie gewonnen”, danst hij. Een ogenblik later zitten we in een autootje. “U moet even een formulier invullen en u krijgt allemaal gratis drankjes daar.”

In de hal van het fonkelnieuwe hotel worden we door iedereen gefeliciteerd. We moeten meekomen met een schuchtere jongen uit Baarn. Aan de rand van het zwembad zitten badgasten aan tafel met onberispelijk geklede heren zoals de Mormonen op de markt van Alkmaar.

Er komt een kladblok te voorschijn. Hoe vaak we op vakantie gaan, waarheen, wat dat kost, of we al langer dan drie jaar samenwonen en of we de 27 jaar zijn gepasseerd, vooral die laatste is een aardige vraag.

De man uit Baarn tekent het allemaal in blokjes en verwijst met pijlen naar bedragen die uit een zwarte map komen. Goed beschouwd hebben we het tot op heden maar knullig gedaan. De laatste vijf vakanties, plus één droomreis naar de Stille Zuidzee had allemaal voor de prijs van één gekund, als we lid waren geweest van RCI.

“Waar staat RCI voor?” Dat weet onze man niet precies, maar die "C' staat voor "condominium' en wat dat betekent wil hij eventueel wel even vragen.

“Maar wat is de bedoeling?”

“Ik verwacht vanmiddag een ja of nee, zeg ik u eerlijk. RCI is een wereldwijde vereniging van 1,4 miljoen families in 72 landen. Die bezitten allemaal een appartement voor een aantal weken per jaar, zeg twee. Ze brengen hun bezit in bij RCI en proberen dan te ruilen met een andere familie, die een appartement heeft in het land waar ze hun vakantie willen doorbrengen. Dat "bezit' wordt op een speciale manier gewaardeerd. Als iedereen naar Hawaï wil zijn die appartementen ineens veel waard en moet je misschien een paar jaar je weken opsparen. Voor dat ruilen moet aan RCI een bedrag worden betaald per week en bovendien moet worden voorzien in schoonmaakkosten etc. Dat komt bij elkaar uit op ruim zevenhonderd gulden.”

“Uw bezit wordt natuurlijk steeds meer waard, want het is onroerend goed.” Het lijkt alsof hier massaal wordt geronseld voor een sekte. “Ziet u die scheepsbel hangen? Die wordt geluid als er weer iemand is toegetreden.”

Eerst een videofilm. De volgende halte is de hotelkamer waar het allemaal om draait: keurig met balkon, kitchenette en een föhn in de badkamer.

“En wat moet dat nou nog kosten?” Murw en balorig zijn we. “Ik heb geen idee, eerlijk niet”, jokt hij. “Daarvoor moeten we naar Karoli.”

Karoli, een wel zeer corpulent uitsmijterstype, door onze man voortdurend abusievelijk Calorie genoemd, schuift aan. Hij pakt er een kladblok bij. “We hebben nu wel even genoeg kladblokken gezien, meneer, wat moet die boel kosten?”

Karoli blijkt van een iets agressiever soort te zijn. “Als ik u niet eens even kan uitleggen hoe of wat...”

“We vragen u gewoon wat het moet kosten.” Karoli wil dat best zeggen, maar eerst "ja of nee'. “We hebben samen nog geen minuut kunnen overleggen, we weten geen prijs, we weten niet eens wat voor club die RCI is.”

“Typisch Nederlands”, zegt Karoli geërgerd. “Van Hollanders zal je nou nooit een enthousiast antwoord krijgen. Nou goed.” Hij pakt zijn kladblok en schrijft op: ƒ 41.800,-. Daarin begrepen een korting van twintig procent die alleen wordt gegeven als hij per ommegaande “een enthousiast ja” te horen krijgt.

We rekenen even met Karoli: hij verkoopt "onze' hotelkamer 26 keer, dat is dus dik een miljoen, terwijl die 41.800 gulden van ons al gauw 4.000 gulden rente kost. “Daar kunnen we twee weken van zwelgen op de Canarische Eilanden. En misschien willen we volgend jaar wel met een rugzak naar Groenland.”

“Geef die mensen hun presentje maar”, beveelt hij onze man uit Baarn. “Ho, ho, ik heb een vakantie gewonnen”, werp ik op. Karoli beent weg. We krijgen een mooie enveloppe, met een "Free Holiday Award for seven nights'. Waar in Europa mogen we zelf kiezen, zolang het een RCI-flat is. “Alleen de reis moet u zelf betalen.” De jongeman krijgt een kleur.

Als we het terras verlaten, luidt de scheepsbel. Een bejaard Deens echtpaar heeft zich bekeerd.