Schoonheid is niet aan actualiteit gebonden

Drukke dagen voor de schakers. Daar gaat de telefoon weer. ""U spreekt met de stichting Noord-Zuid.

We willen u vragen of u voor ons op het stadsplein wilt komen schaken.'' Een simultaanséance misschien? ""Nee, het gaat er om dat u een partij speelt waardoor de Noord-Zuidproblematiek verduidelijkt wordt. Als vertegenwoordiger van het Noorden speelt u tegen iemand uit het Zuiden. Die krijgt dan een achterstand in tijd, om de economische achterstand van de arme landen duidelijk te maken.'' Wie is die tegenstander uit het Zuiden, iemand uit Afrika? ""Dat hoeft niet per se, als hij maar gekleurd is, al hebben we nog niemand gevonden.'' (Proef ik een licht verwijt aan de schaakwereld? Nee, dat moet verbeelding zijn.) ""We willen hiermee de verkoop van ons Zuid-vriendelijke koffiemerk bevorderen.''

Een nobel doel, maar aan het schaakspel zelf mag enige noblesse ook niet ontzegd worden, misschien is het te goed om zo als kitsch-symbool te dienen. Bovendien bevalt het me niet erg om als een acteur in een lekenspel de noordelijke uitbuiter te verbeelden, die met een oneerlijk verkregen tijdvoordeel zijn partij wint. Mag ik vragen of de stichting zelf schaakt? ""Nee, dat niet, maar het leek ons een leuk idee.'' Aha, u denkt zeker: als een halvegare antisemiet met zijn schaakmatch de voorpagina's kan halen, dan kan de Noord-Zuidproblematiek ook wel een graantje meepikken, is het niet?

Om eerlijk te zijn, dat laatste zei ik niet, maar ik dacht het wel. Ik heb de indruk dat het geval-Fischer nog steeds leeft bij de bevolking. Net als de schaakmedewerker van de Volkskrant, die er eerder over schreef, ontmoet ik veel mensen die me vragen: ""Is die match Fischer-Spasski geen doorgestoken kaart? Hij gaat toch niet voor niets zo te keer tegen de Russen. Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten.''

Het lijkt me goed om hier duidelijke taal te spreken. De gedachte van Fischer dat alle wereldkampioenschapspartijen tussen Kasparov en Karpov van het begin af aan oplichterij zijn geweest, beschouw ik als de krankzinnige waan van een zieke. Niettemin, zijn beschuldigingen tegen de Russen zijn niet geheel zonder grond. Na het kandidatentoernooi van Curaçao 1962 beschuldigde Fischer de Sovjet-deelnemers ervan dat ze hadden samengespannen. Hij werd uitgelachen. Later schreef Kortsjnoi in zijn memoires dat Petrosian, Geller en Keres hadden afgesproken om alle onderlinge partijen remise te spelen. In dit monstertoernooi van 28 ronden waren dat belangrijke vrije dagen.

Verder ben ik ervan overtuigd dat Karpov, in de tijd dat hij de dienst uitmaakte in de Sovjet-schaakbond, punten cadeau heeft gekregen van schakers die onder zijn bescherming stonden en met hem mee mochten naar het buitenland. Een voorbeeld waarover ik al vaker heb geschreven, maar het moet nog maar eens: Interpolistoernooi 1979. Laatste ronde. Karpov een half punt voor op Romanisjin. Het programma: Karpov-Smislov, Romanisjin-Spasski. Kenners verwachtten dat het zou gaan zoals het altijd was gegaan in zulke gevallen. Als Romanisjin wint, wint Karpov ook. Zo niet, dan spelen Karpov en Smislov een vriendenremise. Zo ging het ook. Karpov kwam beter te staan, een tijdlang gebeurde er niets, totdat Romanisjin gewonnen stond, waarna de stelling van Smislov snel instortte.

Tot zover een van die vele gevallen waarover je denkt: ja, het ziet er verdacht uit, maar te bewijzen valt er niets. Maar er was meer. Tijdens de partij was Karpov drie kwartier uit het speelgebouw verdwenen. Bankzaken regelen in de stad, bleek later. Volstrekt tegen de regels, het is zelfs verboden om je tijdens de partij te lang op de WC terug te trekken. Een reglementaire nul was op zijn plaats geweest, maar daar gaat het nu niet om. Waar het om gaat is, dat niemand het zich zal permitteren om tijdens de laatste beslissende partij, waarin het om de toernooi-overwinning gaat, drie kwartier in de stad te gaan wandelen. Tenzij de partij al beslist was voor hij begon.

De reputatie van Kasparov is beter, maar in het stuk van Dirk Jan ten Geuzendam over zijn gesprek met Fischer hebben we kunnen lezen dat Tal tijdens een toernooi in Brussel toegaf met opzet van Kasparov te hebben verloren.

In de hele loopbaan van Fischer is er nooit de geringste verdenking van vals spel gerezen. Integendeel, uit iedere beschrijving komt hij naar voren als iemand die letterlijk niet in staat is om zulke afspraken te maken. Wat er ook voor slechts over Fischer te zeggen valt, aan zijn absolute oprechtheid, in alles wat hij zegt en doet, wordt door niemand getwijfeld. Een psychotherapeut die zijn geest weer in het gareel zou willen brengen, zou als een van de moeilijkste opgaves hebben om Fischer te leren af en toe te kunnen liegen.

Deze preek is wat langer uitgevallen dan mijn bedoeling was, maar het moest. Iets anders. In New York werd het Reshevsky Memorial toernooi gehouden, gewonnen door de Peruaanse grootmeester Julio Granda Zuniga. Inside Chess doet zijn naam eer aan door te vermelden dat Granda tegenwoordig in Boedapest samenwoont met Zsuzsa Polgar.

Bij dit toernooi zagen we een verschijnsel dat altijd ergernis bij de beroepsschakers wekt. De sponsor die zelf meespeelt. Dr. Eric Moskow kocht voor 10.000 dollar een plaats in dit internationale grootmeestertoernooi. Hij haalde 0 uit 9, maar o, wat had hij genoten. ""Het was geweldig. Ik doe het beslist nog een keer. Als ik niet een paar keer een fout had gemaakt had ik zeker punten gescoord.'' Nog meer dan zijn score bewijst deze onbekommerde taal dat hij niet in het toernooi thuishoorde, maar de Amerikaanse schakers mogen dat niet zeggen, want Moskow is van plan om allerlei toernooien in New York te organiseren.

De beroemdste schakende sponsor was Ignác Kolisch, die van 1837 tot 1889 leefde. Wel een van een ander soort. Voordat hij bankier werd was hij een van de beste schakers ter wereld, en in de toernooien die hij later organiseerde deed hij zelf niet mee. Het verhaal gaat dat hij zijn fortuin maakte doordat hij tijdens een crisis aan de beurs van Wenen in druk en geagiteerd gesprek was met baron Albert von Rothschild. Kolisch won het twistgesprek, de beurshandelaars zagen Rothschild instemmend knikken. Wie tijdens een crisis Rothschild wist te overtuigen, moest een financieel genie zijn. Het succes van Kolisch was verzekerd. Achteraf bleek dat ze over een variant van het Evans-gambiet hadden gesproken.

Dat Kolisch op dat gebied als autoriteit kon gelden, blijkt uit de volgende partij, gespeeld in Londen 1861. Al een tijdje geleden dus, maar u moet maar bedenken dat schoonheid niet aan actualiteit gebonden is. Het was een vrije partij, waarschijnlijk gespeeld in het café. Kort daarna speelden ze in Londen een officiële match, die door Anderssen gewonnen werd met 4-3, bij twee remises.

Wit Kolisch-zwart Anderssen

1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 Pb8-c6 3. Lf1-c4 Lf8-c5 4. b2-b4 Lc5xb4 5. c2-c3 Lb4-a5 6. d2-d4 e5xd4 7. 0-0 d4xc3 Zo deed men dat toen. Het gold bijna als een blijk van lafhartigheid om al die aangeboden pionnen niet te pakken. 8. Dd1-b3 Dd8-f6 9. e4-e5 Df6-g6 10. Pb1xc3 b7-b5 Zelf een pion terugofferen mocht natuurlijk wel. Wit houdt een overweldigende voorsprong in ontwikkeling. 11. Pc3xb5 Ta8-b8 12. Db3-e3 Pg8-e7 13. De3-e2 Dreigt damewinst met 14. Ph4 13...Dg6-h5 14. Lc1-a3 Lc8-b7 15. Ta1-d1 Pe7-f5

Zie diagram

16. Td1xd7! De partij doet sterk denken aan een beroemde winstpartij van Anderssen, de "altijd groene' tegen Dufresne. 16...Ke8xd7 17. e5-e6+ Kd7-c8 18. e6xf7 Lb7-a8 19. Pb5xa7+ Weer fraai geofferd. Zwart moet het aannemen: 19...Kb7 20. Pxc6 en 20...Kxc6 gaat niet wegens 21. Pe5+ 19...Pc6xa7 20. De3-e6+ Kc8-d8 21. Tf1-d1+ Pf5-d6 22. Td1xd6+ In stijl, maar 22. Lxd6 had sneller gewonnen. 22...c7xd6 23. De6xd6+ Kd8-c8 24. Lc4-e6+ Kc8-b7 25. Le6-d5+ Dh5xd5 26. Dd6xd5+ Kb7-a6 27. Dd5-c4+ Ka6-b7 28. Dc4-e4+ Pa7-c6 29. Pf3-e5 Kb7-a6 30. De4-c4+ Ka6-a7 31. La3-c5+ Tb8-b6 32. Lc5xb6+ La5xb6 33. Pe5xc6+ La8xc6 34. Dc4xc6 Zwart gaf op.