Paniekvoetbal op de internationale valutamarkten

ROTTERDAM, 19 SEPT. Na een buitengewoon heftig weekje op de Europese valutamarkten, waarbij diverse munten schade opliepen en het zo solide ogende Europees Monetair Stelsel in zijn voegen kraakte, rest er nog één praktische vraag: waar kan de rekening naar toe? Wie van de voetballende jongetjes schopte de bal door de ruit?

In Londen weten ze het heel zeker: Bonn heeft het gedaan. Daar zit de schuldige, te weten de Duitse regering die alleen maar aan zichzelf denkt. Die koste wat kost de inflatie laag wil houden en dus de rente hoog. Als een stofzuiger trok Duitsland de afgelopen maanden op die manier geld naar zich toe, terwijl zwakkere broeders als Groot-Brittannië, Italië, maar ook de VS moesten toezien hoe hun munten in waarde daalden.

Woensdagavond was het zover. Vele interventies en twee renteverhogingen konden niet meer verhinderen dat het Britse pond met donderend geraas door de vloer van het EMS zakte. De Britse regering had geen andere keus dan het pond tijdelijk uit het EMS te verwijderen en vrij baan te maken voor devaluatie. Woedend belde premier Major naar collega Kohl om hem, zo onthulden insiders, op bitse toon het een en ander toe te voegen. En gisteren liet minister van financiën Lamont weten dat het pond pas terugkeert in het EMS als de Duitsers hun monetair beleid aanpassen.

Kanselier Kohl liet meteen weten dat zo'n opmerking ongepast is voor een minister. Lamont had gewoon beter op de winkel moeten passen, vindt Bonn, dan was het nooit zo ver gekomen met het pond. Maanden heeft Lamont geroepen dat de Britse economie, geplaagd door aanhoudende recessie, voor een nieuwe groeiperiode stond. Keer op keer liet hij weten dat renteverhoging uitgesloten was, er niet zou worden gedevalueerd en uittreding uit het EMS al helemáál niet aan de orde was. Terwijl het pond aan zijn vrije val begon, had Lamont maar één doel: bestrijding van de inflatie. Het getuigt dan ook van enig lef dat Lamont, die Zwarte Woensdag ternauwernood overleefde, uitsluitend de schuld bij de Duitsers legt.

Maar er zijn er meer die in aanmerking komen voor de schaderekening van de valuta-orkaan. De man in het Elysée bijvoorbeeld, die "Maastricht' dacht te redden en zijn eigen ijdelheid wilde strelen door een referendum uit te schrijven, maar de zaak vervolgens geheel uit de hand zag lopen. Want de Denen mogen dan met hun "nee' paniek hebben veroorzaakt, na de dag dat Mitterrand sprak, is het snel bergafwaarts gegaan in monetair Europa. De nervositeit bereikte ongekende hoogten toen bleek dat de Fransen veel minder Euro-gezind waren dan Mitterrand dacht en een meerderheid zei "nee' te willen zeggen. Lange tijd bleef Frankrijk buiten schot, maar nu moet ook de Banque de France alle zeilen bijzetten om de munt te steunen.

In het Elysée trekt het bejaarde staatshoofd zich in stilte waarschijnlijk de haren uit het hoofd over zijn referendum. Want nu mag de chaos groot zijn, als de Fransen morgen ècht nee zeggen, is de puinhoop in monetair Europa helemaal niet meer te overzien. En dan kan de rekening flink oplopen.

Maar de Fransen zullen de rekening waarschijnlijk doorsturen naar Denemarken, waar het die tweede juni allemaal begon. Waar een minieme meerderheid "nee' zei tegen Maastricht en daarmee Europa met een fors probleem opzadelde. Nee, zeggen anderen, het is de schuld van de Amerikanen. Door het uitblijven van economisch herstel en de lage rente wil niemand meer dollars hebben en zo is het gekomen.

Het enige voetballende jongetje dat zich enigszins volwassen gedraagt in het monetaire welles-nietes-spelletje en schuld bekent is Italië. Als eerste was het zo moedig de munt te devalueren, als eerste kondigde het immense bezuinigingen aan in een poging het gigantische gat in de begroting te dichten. Italië treft niet zoveel blaam: het heeft de afgelopen tijd vooral zijn eigen glazen glazen ingegooid, niet zozeer het Europese ruitje.