Nieuwe kans op samenwerking met Indonesië

DEN HAAG, 19 SEPT. President Soeharto van Indonesië heeft de Nederlandse regering gisteren verzocht om ontwikkelingsgeld ter beschikking te stellen aan minder rijke Derde-wereldlanden, opdat deze met dat geld kennis en ervaring kunnen kopen van Indonesië. Volgens minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) staat dit verzoek “op gespannen voet” met het besluit van Indonesië, eerder dit jaar, om de ontwikkelingsrelatie met Nederland te verbreken.

Soeharto kwam met dit verzoek tijdens een onderhoud met minister Ritzen (onderwijs), die op het ogenblik een officieel bezoek aan Indonesië brengt, aldus de woordvoerder van Ritzen gisteravond vanuit Jakarta.

Minister Pronk zei desgevraagd “enthousiast” te zijn over het verzoek van Soeharto aan Ritzen. Pronk heeft dit idee om met Nederlands ontwikkelingsgeld andere landen te laten profiteren van Indonesische kennis en ervaring al anderhalf jaar geleden met de Indonesische minister Radius Prawiro besproken. “Maar daar is niet veel van terecht gekomen gezien de ontwikkelingen in het afgelopen jaar”.

Indonesië heeft op 25 maart van dit jaar de ontwikkelingsrelatie met Nederland verbroken, uit irritatie over de “roekeloze wijze” waarop Nederland zijn ontwikkelingshulp heeft gebruikt “als instrument van intimidatie en bedreiging”. Minister Pronk kreeg na dit besluit in de Tweede Kamer zware kritiek te verduren wegens zijn opstelling ten aanzien van de mensenrechten in Indonesië.

Volgens de woordvoerder van minister Ritzen onderstreepte president Soeharto gisteren tijdens een onderhoud met de Nederlandse bewindsman “dat Nederland een bijdrage zou kunnen leveren aan de versterking van de ontwikkelingssamenwerking tussen Indonesië en andere Derde-wereldlanden”.

Nederland zou volgens Indonesië ontwikkelingsgeld kunnen geven aan andere ontwikkelingslanden, die op hun beurt met dat geld bijvoorbeeld mensen naar Indonesië kunnen sturen om kennis en ervaring op te doen, aldus de woordvoerder van Ritzen.

Pag.3: Partijen verbaasd over Indonesisch voorstel

Minister Pronk, die op dit moment de jaarvergadering van het IMF bijwoont, verklaarde gisteren in een eerste reactie vanuit Washington dat hij zich circa anderhalf jaar geleden tegenover de Indonesische minister Radius Prawiro “van harte” bereid had verklaard tot een dergelijke ontwikkelingssamenwerking. “Indonesië heeft ervaring met family planning en met natte rijstbouw, waar bijvoorbeeld Afrikaanse landen van kunnen leren.”.

Pronk heeft indertijd over deze kwestie nog met “Afrikaanse counterparts” gesproken. “Ik heb het zelfs nog besproken met Nyerere (oud-president van Tanzania -red). De formule vind ik zeer interessant.”

Het verzoek van president Soeharto staat volgens Pronk “op gespannen voet” met het Indonesische besluit eerder dit jaar om de ontwikkelingsrelatie met Nederland te verbreken. “Het gaat hier om ontwikkelingsgeld. Misschien is het een opening die de Indonesiërs zelf willen maken”. De woordvoerder van minister Ritzen benadrukt overigens dat Ritzen gisteren in Jakarta aan alle kanten is verzekerd dat Indonesië de ontwikkelingsrelatie met Nederland absoluut niet wil hervatten.

Volgens Pronk draagt “de formule” om met Nederlands ontwikkelingsgeld andere landen te laten profiteren van Indonesische kennis en ervaring bij “tot de politieke positie van Indonesië en vergroot het het prestige en de aanwezigheid van Indonesië in de Derde Wereld”. Indonesië is momenteel voorzitter van de Beweging van Niet-gebonden Landen. Het land heeft de laatste jaren een forse economische groei doorgemaakt en ziet zichzelf steeds minder als ontwikkelingsland.

Het CDA-Kamerlid H.J.B. Aarts noemt het verzoek van Indonesië “onverwacht”. “Het is verwonderlijk dat nu opeens op deze manier ontwikkelingshulp naar Indonesië mag gaan, terwijl verder bij alle transacties tussen Nederland en Indonesië nauwkeurig wordt gecontroleerd of er geen Nederlands ontwikkelingshulpgeld bij betrokken is. Er lijkt sprake van een beleidswijziging.”

CDA-collega J. de Hoop Scheffer, destijds een belangrijk criticus van Pronk's opstelling inzake Indonesië “stemt het tot tevredenheid dat Indonesië kennelijk op deze indirecte manier bereid is om Nederlands ontwikkelingsgeld in te zetten. Dat geeft aan dat de breuk niet compleet is. Als blijkt dat Indonesië nu weer verder wil gaan, is dat een goede zaak.”

PvdA-Kamerlid J. Verspaget zegt uit het verzoek te begrijpen “dat Indonesië opnieuw een ontwikkelingsrelatie met Nederland wil aangaan, want het gaat hier om ontwikkelingsgeld”. Voordat aan het Indonesische verzoek kan worden voldaan, zal Indonesië dus eerst officieel de ontwikkelingsbanden weer moeten herstellen, aldus Verspaget. De CDA'er De Hoop Scheffer vindt echter dat Nederland geen voorwaarden vooraf moet stellen, “al moeten we de details van het voorstel natuurlijk nog beoordelen”.

D66-Kamerlid D. Tommel zegt positief te staan tegenover het verzoek van Indonesië. “Vanuit Indonesisch standpunt is het verzoek misschien wat merkwaardig, maar als Indonesië indirect weer te maken wil hebben met Nederlandse hulp vind ik dat prima. Wat ons betreft had de ontwikkelingsrelatie nooit verbroken hoeven worden.”

Ook VVD-kamerlid F. Weisglas ziet het verzoek als een verheugende mogelijkheid om de betrekkingen met Indonesië verder te normaliseren “ook in de sfeer van ontwikkelingshulp”. “Het is een volwassen vorm van hulp die het onderzoeken waard is. Het is ook een gebaar. Het is op kleine schaal en natuurlijk niet te vergelijken met de hoeveelheid hulp die we vroeger gaven.”