Monetaire straatvechterij

NA HET POND is het politieke masker gevallen. Wat begon als een monetaire crisis, is ontaard in monetaire straatvechterij.

Britse politici, ministers en de premier hebben de val van het pond aangegrepen voor uitzonderlijke beschuldigingen aan het adres van Duitsland, de Bundesbank en diens president in het bijzonder. Het is wellicht een manier om het geknakte politieke prestige in eigen land op te lappen, maar het levert geen bijdrage aan een herstel van financiële reputaties en al helemaal niet aan Europese monetaire eensgezindheid.

Premier Major heeft geëist dat de "tekortkomingen' van het Europese Monetaire Stelsel gerepareerd worden voordat Groot-Brittannië het pond weer in het stelsel zal terugbrengen. Andere Britse politici hebben een verlaging van de Duitse rente en het aftreden van Bundesbank-president Schlesinger als voorwaarden voor een terugkeer van het pond gesteld. Het is niet gebruikelijk dat de verliezende partij de capitulatie-voorwaarden dicteert. Als de Britten deze uitingen van verbittering werkelijk menen, toont het bovendien dat ze een essentiële boodschap in de pond-crisis van de afgelopen week niet goed hebben ontvangen.

De valutahandelaren in de financiële markten beslissen nu over de toekomstige inrichting van Europa, zonder zich iets aan te trekken van parlementaire goedkeuring of de uitslag van volksraadplegingen. Ze hebben op meedogenloze wijze de kwetsbaarheid blootgelegd van monetaire samenwerking tussen landen die diepgaande meningsverschillen hebben over het doel en de spelregels van het financieel-economische beleid. In de minuten waarin miljarden over de beeldschermen van de elektronische valutahandel verschoven, ging meer verloren dan de houdbaarheid van het pond of de lire. De illusie van "Maastricht' dat de EG-landen zonder pijn zouden kunnen overstappen op één munt werd gebroken. Het Europese Monetaire Stelsel functioneert slechts als de deelnemers zich aan de regels houden en dat geldt in de overtreffende trap voor de toekomstige Economische en Monetaire Unie.

HET IS EEN hardhandige en zeer kostbare leerschool geweest, deze week van de grootste valutacrisis in Europa sinds de oorlog, een week waarin de geesten rijp zijn gemaakt voor een onvermijdelijke scheiding op het kronkelige pad naar één munt. De mogelijkheid tot opsplitsing staat ook geschreven in het Verdrag van Maastricht, maar daar is deze verscholen in formuleringen die ruimte laten voor politieke uitvluchten. De financiële markten hebben dat politieke oordeel niet willen afwachten. De markt heeft een vervroegd examen voor toelating tot de Europese munt afgenomen en een aantal landen laten zakken. In de anonimiteit van de markt kon de onplezierige boodschap wellicht gemakkelijker worden overhandigd dan te zijner tijd aan de tafel van bewindslieden en centrale-bankpresidenten het geval zou zijn geweest. In die zin is er een Frankfurts scenario afgewikkeld. Maar tegelijk hebben de landen die de crisis in het EMS hebben overleefd, onderstreept dat ze bereid zijn de gevolgen te dragen van een beleid gericht op monetaire eenwording.