MISLEIDING EN ZELFBEDROG AAN HET DUITSE FRONT

The German High Command at War. Hindenburg and Ludendorff Conduct World War I door Robert B. Asprey 558 blz., geïll., William Morrow and Company 1991, f 56,45 ISBN 0 688 08226 2

Op 23 augustus 1914, om drie uur 's morgens, zat de zevenenzestigjarige generaal b.d. Paul von Beneckendorff und von Hindenburg eenzaam op het station van Hannover. Hij wachtte op een speciale trein uit Koblenz. Die vervoerde slechts één passagier: Erich Ludendorff. Hindenburg was kort tevoren gevraagd het commando over het in grote moeilijkheden geraakte Achtste Leger in Oost-Pruisen op zich te nemen en de achttien jaar jongere Ludendorff was benoemd tot zijn chef-staf. Hun ontmoeting was het begin van een hechte samenwerking die Duitsland naar een militaire dictatuur zou leiden, en uiteindelijk naar de afgrond.

Hoe het zover heeft kunnen komen, beschrijft de Amerikaanse militair- historicus Robert Asprey in The German Command at War. Hij geniet faam door onder meer zijn Frederick the Great. The Magnificent Enigma uit 1986, en in zijn nieuwste boek beschrijft hij de Eerste Wereldoorlog vanuit het perspectief van de Duitse militaire leiders. Asprey wil aantonen dat Duitslands nederlaag het gevolg was van het niet in bedwang houden van hun ""opgeblazen militaire ego's'' door de civiele autoriteiten.

Misleiding en zelfbedrog door de topmilitairen staan in dit boek centraal. Misleiding van de bevolking en de frontsoldaten; zelfbedrog in de vorm van nergens op gebaseerde interpretaties van het krijgsverloop. Dat was overigens niets nieuws. Vóórdat in 1914 de fatale schoten in Sarajewo werden gelost op de Oostenrijkse kroonprins Ferdinand, voerden misleiding en zelfbedrog in Duitsland al de boventoon. Generaals, admiraals, Junkers, Pan-Germaanse industriëlen, bankiers en conservatieve politici waren doordesemd met het gevoel dat Duitsland een door God gegeven recht had op een eigen prominente plaats onder de zon, maar van alle kanten werd bedreigd en daarom genoodzaakt was een aanvalsoorlog te voeren.

ALLES ANDERS

Toen de oorlog eenmaal uitbrak, liep alles anders dan de Duitsers hadden verwacht. Zij hadden erop gerekend Frankrijk in zes weken te verslaan, om vervolgens alle krachten tegen Rusland in te zetten. Het Russische leger mobiliseerde echter niet in zes weken, zoals was verwacht, maar in twee weken. Erger was dat de Russen meteen de aanval inzetten, zoals met de andere geallieerden was afgesproken. Het Oostenrijks-Hongaarse leger en de Duitse troepen, die hun plannen niet hadden gecoördineerd, konden de Russische opmars niet belemmeren. Hindenburg en Ludendorff, die kort tevoren de heldenstatus had verworven door "zijn' inname van Luik, werden opgetrommeld om orde op zaken te stellen.

Een paar dagen na hun aankomst werden de Russen verslagen bij Tannenberg. De faam van Hindenburg en Ludendorff steeg tot ongekende hoogten. Wat de Duitsers niet te horen kregen, was dat het armzalige Russische optreden wel de belangrijkste oorzaak van de overwinning was geweest, dat Ludendorffs optreden bijna had geleid tot een totaal échec en dat Hindenburgs inbreng vrijwel nihil was geweest.

Ondertussen werden ook in het westen alle Duitse plannen doorkruist. Bij de Marne moesten de Duitse troepen halt houden. De Vernichtungsstrategie, gericht op een snelle beslissende overwinning, had gefaald. De strijd was uitgelopen op een Stellungskrieg. De Duitse bevolking wist na lezing van de gecensureerde persberichten niet beter dan dat hun militairen bij de Marne hadden gewonnen. De chef van de Oberste Heeresleitung, generaal Helmuth von Moltke (de Jongere) werd na de tegenvaller vervangen door generaal Erich von Falkenhayn. Die was volgens Asprey een briljant militair en er al snel van overtuigd dat Duitsland de oorlog nooit kon winnen. Hij pleitte daarom voor een afzonderlijke vrede met Rusland, opdat daarna de oorlog in het westen zou kunnen worden voortgezet. Dat was tegen het zere been van Hindenburg en Ludendorff. Die wilden eerst (zelf) beslissend in het oosten toeslaan en pas daarna hun blik naar het westen richten.

Om dat doel te bereiken, schroomden zij niet iedereen zand in de ogen te strooien. De zwakke kanselier Theobald Bethmann Hollweg steunde hen daarin, en Keizer Wilhelm, de opperbevelhebber en de andere autoriteit die het duo tegenspel had kunnen bieden, liet de oorlog meer en meer aan zijn generaals over. Volgens Asprey was de keizer trouwens zo wispelturig dat hij net zo vaak van stemming veranderde als van uniform.

Uit trots en frustratie gooide Falkenhayn zijn kont tegen de krib. Hij zag plots niets meer in vredesbesprekingen; hij geloofde opeens dat Duitsland een oorlog met de Verenigde Staten kon volhouden; hij zag nu de onderzeebootoorlog als een middel om Groot-Brittannië er onder te krijgen, en om Frankrijk uit te putten startte hij een rampzalig offensief bij Verdun.

IN TRANEN

De nekslag voor Falkenhayn in zijn vendetta met Hindenburg en Ludendorff kwam toen het neutrale Roemenië zich bij het geallieerde kamp aansloot. Falkenhayn had er alles aan gedaan dat te voorkomen. De keizer accepteerde in tranen zijn ontslag en benoemde Hindenburg in zijn plaats. Ludendorff kreeg de door hem zelf gecreëerde positie van kwartiermeester-generaal. In feite kwam één en ander neer op een militaire machtsovername, en die is het eigenlijke onderwerp van The German High Command at War.

Juist in deze tijd begonnen de Duitse soldaten het geloof in eigen kunnen te verliezen, en begon de politieke eensgezindheid aan het thuisfront zienderogen af te brokkelen. Hindenburg en Ludendorff deden er alles aan het tij te keren. De heren hadden de taken duidelijk verdeeld. Hindenburg pronkte op de voorgrond en Ludendorff deed het werk. Der alte Kerl, zoals de populaire Hindenburg liefkozend werd genoemd, maakte zich meer zorgen over zijn beeld in de latere geschiedenisboekjes en over zijn onderscheidingstekens op schilderijen, dan over de militaire strategie.

Ludendorff trachtte de Duitse samenleving over te schakelen op de totale oorlog. Op militair gebied probeerde hij zich te land op het defensief voor te bereiden en zich in de lucht te versterken. De vliegtuigen van "onze' Antonie Fokker hielpen hem daarbij in niet geringe mate. Ludendorffs hoop ter zee waren de onderzeeboten, die ook in de ogen van de Duitse bevolking hèt wondermiddel waren - een illusie, zoals zou blijken.

Tot halverwege 1917 geloofden conservatieven en hoge militairen nog vast in een Duitse overwinning. Opgewekt hielden zij vast aan hun zeer vergaande annexatie-eisen. Het optimisme nam daarna snel af. Al in juli 1917 had de Reichstag, nota bene onder aansporing van de voormalige havik Matthias Erzberger, een resolutie aangenomen waarin werd opgeroepen tot een vrede zonder voorwaarden. Leden van de Reichstag werden daarop bij de woedende Oberste Heeresleiting ontboden. Hindenburg en Ludendorff begonnen toen reeds de verantwoordelijkheid voor een eventuele slechte afloop te leggen op de schouders van de "defaitistische' politici - de Dolksttootlegende werd geboren.

De generaals vochten een verloren strijd. Zelfs de vrede eind 1917 met Rusland en het geslaagde voorjaars-offensief in het Westen brachten daarin geen verandering. De Duitsers waren oorlogsmoe. De Reichs-tag herhaalde zijn vredesresolutie. Hindenburg en Ludendorff schuimbekten over zoveel defaitisme.

INSUBORDINATIE

In juli, augustus en september gingen de geallieerden met succes in de tegenaanval. Bij de heetgebakerde Ludendorff sloegen toen de stoppen door. Eerst hadden die gottverdammte burgers hem al in de steek gelaten en nu deden zijn soldaten hetzelfde! Eind 1918 werd ook in leidende Duitse militaire kringen een wapenstilstand serieus overwogen. Maar de geallieerden wilden alleen over vrede onderhandelen als de keizer, Hindenburg en Ludendorff verdwenen.

Met voorbijgaan aan de regering gaven de laatste twee hun troepen het bevel door te vechten tot het bittere einde. Toen pas greep de keizer in. Hij beschuldigde zijn generaals van insubordinatie en een steeds wisselende voorstelling van de militaire stand van zaken. Ludendorff vroeg ontslag en kreeg het. Hindenburg deed daarna een halfhartige poging af te treden, maar de keizer gebood hem aan te blijven. Hindenburg verdedigde Ludendorff niet - dat is althans de lezing van laatstgenoemde, die Hindenburg daarom van verraad beschuldigde. Het "gelukkige huwelijk', zoals Hindenburg hun relatie eerder eens had genoemd, eindigde in scherven. Korte tijd later vluchtte de keizer naar Nederland en stortte het Duitse front ineen.

Hoewel The German High Command geen verrassende nieuwe inzichten bevat, is Aspreys boek toch een aanvulling op onze kennis. Het is een evenwichtige, nauwkeurige beschrijving van de gang van zaken en de ideeën binnen de Duitse legertop. Een dergelijk werk bestond tot op heden niet.

Toch blijft de lezer met enkele aloude vragen zitten. Waardoor konden de twee hoofdpersonen zoveel macht krijgen? Waar kwamen de grootse oorlogs- en toekomstidealen van de meest Duitse militairen en politici vandaan? Waarom bleven zij, tegen beter weten in, tot het einde aan hun ideeën vasthouden? En: Waarom spraken zij toen al over ""een volgende oorlog''?