Major worstelt op puinhoop van zijn beleid

LONDEN, 19 SEPT. “Crisis? What crisis?” Het is een beroemd geworden uitspraak die de Britse premier James Callaghan in de mond werd gelegd toen hij (in 1978) probeerde een crisissituatie te bezweren door te doen alsof er niets aan de hand was. Dat was lang, lang geleden, toen er nog een meerderheid van Britten was, die wel eens door een Labourregering was geleid. Maar het citaat is door jaren van Conservatieve politieke hegemonie heen beklijfd in de collectieve herinnering en dus kon de leider van de Liberale Democraten het deze week met succes gebruiken om daarmee de spijker op zijn kop- en premier Major om de oren te slaan. “Leader? What leader?”

Het is een vraag die John Major voorlopig maar gedeeltelijk wenst te beantwoorden. Sinds een kort optreden, donderdag, voor de deur van Admiralty House, waarin het kabinet drie uur in spoedvergadering bijeen was geweest, heeft hij zich vrijwel schuil gehouden voor het grote Britse publiek en het puinruimen na het ineenstorten van zijn economisch beleid overgelaten aan zijn Chancellor, Norman Lamont. Die weet dat hij vroeg of laat het veld zal moeten ruimen, omdat zijn positie politiek onhoudbaar is geworden. De vraag is echter in hoeverre premier Major een bedreiging van zijn eigen positie weet af te wenden, nu hij Lamont de politieke doodskus-Britse-stijl heeft gegeven door hem uitbundig te prijzen voor “de snelheid en de moed waarmee hij getracht heeft de crisis het hoofd te bieden”. Lamont weet dat zijn dagen geteld zijn, maar deed de afgelopen dagen manhaftig zijn best om de smeulende resten van Majors economisch beleid te presenteren als de uitkomst van een briljante tactiek. “Liegen voor Engeland”, merkte een commentator op, “wordt hier nog altijd als een politieke verdienste gezien”.

Achter gesloten deuren bezint John Major zich inmiddels over de vraag: wat nu? De premier die als minister van financiën een tegenstribbelende Margaret Thatcher overhaalde om het pond sterling te verbinden aan het EMS en die vanaf dat moment zijn politieke geloofwaardigheid heeft verbonden aan het prediken van de zegeningen van dat EMS, ziet zich nu geconfronteerd met een politieke afgang die des te harder aankomt, nu Groot Brittannië ook nog de EG vóórzit.

Vorige week nog had Major de werkgevers in een toespraak voorgehouden dat devaluatie binnen het EMS “een verraad aan onze toekomst” zou inhouden. Vanachter de gesloten vitrages van zijn werkkamer moet hij nu wel de kreten van protest van horen van al die Britten die dit voorjaar op het laatste moment tóch maar niet Labour gestemd hebben, omdat de Conservatieven verzekerden dat alleen zij te vertrouwen zijn met het economisch beleid. Nu het pond na vergeefse acrobatiek van Lamont noodgedwongen uit het EMS is gehaald en daar meteen met 10 procent in waarde is gedaald, heeft het begrip “de sterlingcrisis” zijn lading “Labour-Healey-1976” verloren en verruild voor die van “Tories-Major-1992”.

In een kort interview met de BBC probeerde Major er het beste van te maken. Het EMS vertoonde “haarscheurtjes”, waardoor het in de “ongeëvenaarde gebeurtenissen van de afgelopen week” niet afdoende had gewerkt. Indirect sloot de premier zich aan bij het argument dat Lamont al eerder tot zijn verdediging had aangevoerd: de Duitsers hadden niet willen meewerken om het pond op koers te houden en daarmee gezondigd tegen ten minste de geest van de Europese gedachte. Een geïrriteerde reactie van Bondskanselier Kohl vanuit Italië, gisterenmorgen, weerhield Major er niet van op te merken dat “we er voor moeten zorgen dat monetair beleid gevoerd wordt in het belang van álle landen in Europa en niet alleen in dat van één individueel land.” Dat is dus de voorlopige verdedigingslinie: de Duitsers zijn niet solidair geweest, en: de gebeurtenissen die de valutamarkten hebben overspoeld zijn van zo'n uitzonderlijk gehalte dat niemand daartegen bestand zou zijn geweest.

De argumenten waarmee Major en Lamont eerst volgende week het parlement en begin oktober het Conservatieve Partijcongres onder ogen willen komen, tekenen zich ook al af. Ze zijn te vangen onder het hoofdje: “En met één sprong waren zij vrij!” Want nu de gijzelhouding van de Britse regering in de ijzeren omarming van het EMS teneinde is gekomen, kan zij eindelijk datgene doen waaraan in een economisch noodlijdend Groot Brittannië al zo lang behoefte bestaat. In de lezing van Lamont: van nu af aan is het beleid gericht op de noden van de Britse economie en zullen Britse overwegingen het monetaire beleid bepalen. Dat is een verhulde manier van suggereren dat het pond weliswaar "even' in waarde is gedaald (tot de markten "tot rust komen'), maar dat daar tegenover staat dat de Duitse Bundesbank niet langer kan dicteren dat Groot Brittannië zijn rente hoog moet houden. Onvoorziene omstandigheden daargelaten: een kleine renteverlaging vóór het parlementair debat volgende week, een volgende bescheiden verlaging vóór het oktobercongres, en de regering kan aanvoeren dat ze weliswaar de hoeksteen van haar economisch beleid heeft verwijderd, maar dat ze tenminste binnenslands begonnen is de economie te stimuleren. Dat argument zal machtige indruk maken op die Conservatieve Lagerhuisleden die in hun kiesdistricten haast niet meer konden verkopen dat twee jaar van bankroet, huisuitzettingen en een werkloosheid van 1 op 10 een prijs is die noodzakelijkerwijs betaald moet worden om de inflatie terug te dringen en zo de Britse economie op het juiste spoor te brengen.

Het referendum over de ratificatie van het verdrag van Maastricht dit weekeinde in Frankrijk is door de stap van de Britse regering minder direct relevant geworden. Als de Fransen "nee' stemmen, staat het hele EMS op losse schroeven. Dat bespaart de Britten verder financieel-economisch gezichtsverlies en ontslaat de Britse regering tevens van de pijnlijke noodzaak om het Verdrag veilig door het Britse parlement te loodsen - een welhaast onmogelijke opgave na deze afgelopen week. Als de Fransen "ja' zeggen, maakt die uitslag het gemakkelijker voor Major om in elk geval jegens zij Conservatieve achterban de zegeningen van de Europese samenwerking te blijven prediken. Tegelijkertijd stuurt hij echter aan op uitstel van het ratificatiedebat in het Lagerhuis, naar hij tegen de BBC zei om eerst te zien “hoe de Denen hun problemen oplossen”.

Dat het pond op korte termijn opnieuw zal toetreden tot het EMS, al dan niet in een nieuwe schikking van onderlinge waarden, lijkt uitgesloten. Na het debâcle van de afgelopen week zou de suggestie van hernieuwde toetreding alleen al de Conservatieve Partij van top tot teen splijten in vóór- en tegenstanders. Daarbij zou de factie van de tegenstanders, geïnspireerd door Margaret Thatchers credo: “You can't buck the markets”, het op dit moment triomfantelijk kunnen opnemen tegen die van de pro-Europeanen. Major heeft niet de behoefte eigenhandig zijn politieke graf te delven door die kloof zichtbaar te opnenen. In plaats daarvan heeft hij zijn kabinet achter zich geschaard door het hanteren van de formule “wanneer de omstandigheden dat toelaten”, een soort gelegenheidsrijm op Thatchers jarenlange afhouden van sterlings toetreden tot het EMS met “wanneer de tijd daarvoor rijp is”.

Voor een premier die nog onlangs als zijn ambitie uitsprak dat het pond sterling met de Duitse Mark de leidende valuta in Europa diende te worden was het daarom wijs om tegen de BBC te zeggen dat hij “geen haast heeft” om sterling weer in het keurslijf van de EMS te . De markt had zijn aanhouden dat sterling de tegenwaarde van D-mark 2,95 dient te hebben op dat moment met een waardering van 2,61 D-mark al afgestraft als politieke hoogmoed. En John Major, groot gemaakt en opgekweekt door de free marketeer Margaret Thatcher zelf, weet bijna als geen ander hoe hoogmoed gevoelig voor de val kan komen.

    • Hieke Jippes