Links Nederland is illusies kwijt; Vele ex-radicalen koersen met volle kracht het conservatisme tegemoet

Er weerklinkt nogal wat geklaag over de onmacht en de stuurloosheid van onze maatschappij. Driftig wordt gezocht naar de redenen waarom Nederland steeds meer op een pan spaghetti lijkt die te lang op het vuur heeft gestaan. De een legt de schuld bij "de burger', de ander bij "de politiek' en sommigen bij de burgerij én de overheid.

Zo wijt Ben Knapen in deze krant (12 september) in een soort alternatieve troonrede "het publieke ongenoegen' vooral aan de collectieve verlamming die het gevolg is van de uit zijn krachten gegroeide bureaucratisering in onze consensusmaatschappij. Ter linkerzijde horen we dat het vooral aan de politieke koks heeft gelegen dat de spaghetti tot een smakeloze, onverteerbare massa is verklonterd. Zo concludeert Volkskrant-redacteur Jan Tromp in een commentaar op de echte troonrede dat “de laatste getrouwen van de staat, de activisten van weleer” de koningin met “afgezakte schouders” hebben aangehoord omdat de “impotente” politici niet meer bij machte zijn de dilemma's te formuleren. Met de dood van Den Uyl in 1988 zou de “lamlendigheid, de uitzichtloosheid, de saaiheid” zijn begonnen (16 september).

In beide analyses zit natuurlijk veel waars, er kunnen veel waarheden naast elkaar bestaan. Daarom is er naast deze materiële oorzaken - bureaucratie, politici - wellicht nog ruimte voor een minder tastbare, maar niet minder fundamentele verklaring: de vervlogen illusies over de onderliggende cultureel-geestelijke waarden van onze sociale welvaartsmaatschappij. Dan hebben we het over de illusies van totale gelijkheid, totale rechtvaardigheid, totale zelfontplooiing en nog zo wat aardse behoeftes die pas sinds (en door) de oorlog grote en vervolgens groteske vormen begonnen aan te nemen. Wie de hemel leeg maakt, moet de aarde vullen. In een geseculariseerde wereld is uiteindelijk alleen de werkelijkheid om ons heen de maatstaf voor geluk of ongeluk. Voordien wist elke gelovige dat de mensen alleen voor God gelijk zijn en dat zelfs in de hemel niet iedereen eerste rang kan zitten. De werkelijkheid is zelden zo snel veranderd als sinds het verdwijnen van het communisme naast de deur. Het Oosten is dood, het Westen zonder hoop. Alles lijkt utopieloos, mat en afgesleten en de enige vrijheid die nu nog lijkt te bestaan is de vrijheid overal heen te kunnen rijden of vliegen en in de winter kersen te kunnen eten. De eenzaamheid groeit dus en de schuld wordt elders gezocht, niet in de verbittering over de teloorgang van de eigen overspannen illusies.

Daarom komt het geklaag vooral, zoals Knapen zegt, van de kant van de intellectuelen en publicisten, "de klagende klasse'. Dat is juist: voor het gros van de bevolking zijn dezelfde zaken belangrijk als vroeger: gezin, gezondheid, baan, auto, vakantie. Velen mogen gebrek aan oriëntatie voelen, maar het vacuüm dat hier zo heftig wordt betreurd is vooral het vacuüm van links.

De linkse ideologie begon definitief te verdampen toen met de val van de Muur het eerste gat werd geslagen in de stolp die de Koude Oorlog ook over het Westen had gezet. Onder die stolp was het decennialang mogelijk even theoretisch als risicoloos te stoeien met de hele wereld. De test van de werkelijkheid hoefde nooit te worden afgelegd.

Dat de spaghetti verklontert mag duidelijk zijn, het opmerkelijkste is te zien dat bevlogen links, nu de muren verdwenen zijn, het interieur van de keuken zelf ook ineens met geheel andere ogen dan voorheen beziet. Dat de wereld er heel anders uitziet dan gedacht, sterker nog, ook anders behoort uit te zien dan vroeger gewenst, dàt is de grote revolutie in het Westen en die revolutie gaat vooral ter linkerzijde met veel pijn gepaard. Want nu het besef doordringt dat de tijd van gratis-engagement voorbij is, is de schrik groot, en worden er in enen op allerlei terreinen adviezen gegeven die tot gisteren lijnrecht tegen het eigen geloof ingingen - meer politie, lagere uitkeringen, militaire interventie etcetera. Het progressieve optimisme heeft sinds 9 november 1989 de laatste bocht gemaakt in de richting van het conservatieve pessimisme. De leidende gedachte lijkt nu: redden wat er te redden valt.

Laten we als voorbeeld van de teloorgegane illusies de laatste en de grootste nemen, die over de multi-culturele samenleving. Alleen de behoefte om de illusies over de blijvende harmonie binnen de eigen, zelfgecreëerde, multi-culturele samenleving te kunnen blijven koesteren, kan de grote verontwaardiging en de grote bereidheid om militair in te grijpen in ex-Joegoslavië verklaren.

Nu deze laatste grote illusie in Sarajevo is kapotgeschoten, wordt ter linkerzijde de ene opmerkelijke oplossing na de andere aangedragen om te voorkomen dat ook hier de vlam in de pan slaat: beperking van nieuwe immigratie en "soevereiniteit in eigen kring' voor de allochtonen hier. Het lijkt allemaal verdacht veel op het beleid van de aloude vijand van links, Colijn.

Voor alle duidelijkheid, links én rechts deelden de illusies toen Nederland zich vanaf het midden van de jaren zestig ontwikkelde tot een multi-culturele samenleving. Ter linkerzijde vroeg alleen DS'70 zich over het aantrekken van gastarbeiders door de ondernemers voorzichtig af of het comfort in de woonkamer wel eindeloos zou toenemen door de hoeveelheid meubels telkens te vermenigvuldigen. Ook de gewone man morde, maar hij had vooralsnog weinig last van de nieuwkomers die bovendien zijn huisraad overnamen bij zijn verhuizing naar de nieuwbouwwijk.

Dat er nooit een brede maatschappelijke discussie is geweest over de multiculturele samenleving vloeide mede voort uit de illusie dat de economische groei eindeloos zou zijn, de verzorgingsstaat permanent kon worden verbeterd, dat de immigranten daarin zonder moeite konden worden opgenomen, en dat de overheid hier allemaal voor zou zorgen.

Waarom er bij de politiek en geestelijk dominante groepen in West-Europa in tien jaar tijds een bijna revolutionaire geestelijke omslag plaatsvond naar het multiculturalisme is nog altijd niet goed verklaard. Wat de politieke elite betreft is de verklaring van de Britse socioloog S. Andreski wel prikkelend: de politici zagen dat ze het koloniale rijk niet langer met geweld konden behouden, en besloten het opnieuw op te bouwen op basis van liefde. De gedachte was: als we genoeg liefde tonen voor de voormalige onderdanen, zullen ze zich vanzelf laten leiden en behouden wij onze belangrijkheid in de wereld ondanks het verlies van de militaire en economische macht.

De culturele tegen-elite van de jaren zestig dacht in wezen hetzelfde. Hoogtepunt en slot van de eerste rechtstreekse tv-show die over heel de wereld werd uitgezonden, in 1967, waren The Beatles met hun nieuwe plaat: 'All you need is Love', met o.a. de strofe: "There is nothing you can do, that can't be done'. De liefde ging gepaard met het optimistische idee van de maakbaarheid van mens en samenleving.

In Nederland werd het enthousiasme over de nieuwe immigranten, zoals de Surinamers, extra gevoed door het schuldgevoel over het kolonialisme van de ontkerkelijkte intellectuele bovenlaag, en van voormalige reformatorische politici als Den Uyl en Pronk. In elk geval ontstond een toekomstbeeld van Nederland als één groot multicultureel volksdansfeest.

Bij ideologisch links speelden evenwel meer gevoelens een rol. De liefde maakte in de maakbaarheidsfilosofie al snel plaats voor haat en revolutie, een radicalisme waarvoor ex-Beatle John Lennon in 1971 met zijn "Power to the People' eveneens de toon zette, en die in de Chinese Culturele Revolutie met het verbod op echte liefde zijn climax vond. De paus met zijn liefdesboodschap werd in Nederland de meest gehate man van de jaren tachtig.

Men bleef wel de mensenrechten als argument naar voren schuiven voor onbeperkte immigratie, maar extreem-links zag deze immigratie toch ook als een manier tot fundamentele verandering in de bestaande machtsstructuren. Dat de Derde wereld wraak nam door een Vierde wereld te creëren die zich in de woonkamers van de voormalige kolonialen nestelde, werd niet alleen als rechtvaardig gezien, maar ook als prelude op de algehele politiek-economische revolutie in de wereld. Sommigen denken nog zo. Zo trachtte de Zweedse minister voor vluchtelingzaken, Birgit Friggebo, de spanningen op een locale bijeenkomst tegen nóg meer asielzoekers te verminderen door het aanheffen van "We shall overcome'.

De ontnuchtering over de wereldwijde liefde en de wereldwijde revolutie trad bij de meesten reeds in vóór de moord op dezelfde Lennon in 1980. Daarna verwerd de polemische houding van de intellectuelen tot een kniepeesreflex, tot een inhoudsloze pose, het multiculturalisme werd een soort designer-ideologie, met op het etiket: "elke fout hoort bij het ontwerp'. Er zijn nog wel linkse intellectuelen, zoals de Duitsers Peter Glotz en Heiner Geissler, die de onbeperkte immigratie als onafwendbaar zien en ook als broodnodig wegens de vergrijzing. En er zijn ook nog wel cosmopolieten als H.M. Enzensberger, A. de Swaan en Cees Nooteboom die alles wat met etniciteit te maken heeft afdoen als "remake', "constructie' en "operette'. Het gros van de bevolking mag dan niet begrijpen hoe het allemaal komt, het ziet wel dat het bloed in Bosnië akelig echt is.

Zo bepleit of praktizeert een groot deel van de bevolking nu bijna alles waar het ooit tegen was, links voorop. In de meeste gevallen is dat apathie in plaats van engagement. Linkse theologen zijn over de teloorgang van het socialisme "teleurgesteld', "radeloos', "met stomheid geslagen', zijn ook hun illusies over de Derde Wereld kwijt, en lezen nu weer in de bijbel, aldus J.L. Heldring in deze krant (11 september). Zij die nog wel politiek bewust zijn of politiek actief, hebben "die Wende' met enige vertraging gemaakt, maar koersen nu op volle kracht het conservatisme tegemoet.

Was het eerst links die ruime immigratie en multiculturele integratie bepleitte, nu doen de liberalen dit (ook om economische redenen: lagere loonkosten). Nu is juist links op weg naar dichte grenzen, etnische identiteit en apartheid. Dat laatste is trouwens inzake de Basken, Koerden en Palestijnen altijd uitgangspunt geweest.

Zo is gemengd onderwijs "luchtfietserij' volgens de Amsterdamse afdeling van Groen Links. “Het is niet erg dat er zwarte scholen zijn”, aldus Marian van Beek en raadslid Kees Hulsman in de Volkskrant van 8 september. “Wij vinden het erg belangrijk dat de kinderen naar een school gaan in de buurt waarin zij ook wonen en spelen”. In het eigen ghetto dus.

En wat de nieuwkomers betreft pleit Volkskrant-redacteur André Roelofs nu voor strakke beperking tot individuele politieke vluchtelingen en voor jaarlijkse quota, dit alles om extreem-rechts de wind uit de zeilen te nemen. "Als West-Europa in chaos en rassenrellen wegzakt is er ook niemand meer die Afrika en Azië kan helpen'. Het is de klassieke Colijn-redenering plus een scheutje overmoed-van-gisteren dat we heel Afrika en Azië kùnnen helpen. Zo is Nederland zijn illusies kwijt, zeker links Nederland. Overspannen illusies leiden tot afgezakte schouders.