Klik. Weer een milieuverdachte gefotografeerd

DEN HAAG, 18 SEPT. Op het terrein van een liftenfabriek staan tientallen vaten buiten. Piloot Wout Kraayeveld van de Dienst Luchtvaart van de rijkspolitie gooit de tweemotorige Bolkow 105-CB helikopter helemaal scheef. Daardoor heeft André van Rijn van het regionaal bureau milieu van het politiekorps Haaglanden vrij zicht. Klik, klik, zegt zijn camera. Het bewijs is vastgelegd.

Een paar minuten later boven het industrieterrein bij het Haagse station Hollandse Spoor. “Een geweldige puinzooi daar”, zegt Van Rijn, wijzend op een klein terreintje langs het water. “Dat is bekend. Hé, maar daar liggen ook LPG-tanks.” Kraayeveld gooit de Bolkow weer op zijn kant. Klik. Nog even een rondje om het terrein vliegen. Klik, een overzichtsplaatje. Opsporingsambtenaar Peter den Hartog van het Hoogheemraadschap Delfland zit achterin met de stafkaarten op schoot en tekent aan waar en hoe laat welke foto is gemaakt.

Twee uur vliegen boven Den Haag, Voorburg, Leidschendam en Wassenaar leverde veertien mogelijke overtredingen van milieuwetten op. Binnen een paar dagen krijgen de overtreders bezoek van de politie of van een andere instantie die over het desbetreffende delict gaat: het hoogheemraadschap, de provincie of de gemeente. Ook het Openbaar Ministerie en de rechters werken mee aan de strakke aanpak. Transacties voor bijvoorbeeld illegale verbranding van afval beginnen bij duizend gulden. Wie het laat voorkomen is al snel het dubbele kwijt.

Zeventig à tachtig milieuvluchten per jaar voert het Regionaal bureau milieu uit, doorgaans met een helikopter, want vaak moet je stil kunnen hangen om goed te kunnen zien wat er aan de hand is. Dit geldt vooral voor het dichtbebouwde kassengebied in het Westland. Bij elke vlucht worden zo'n 15 tot 25 zaken geconstateerd. Soms, zoals een illegale lozing op oppervlaktewater of een afvalverbranding, wordt er meteen ingegrepen. De heli wordt aan de grond gezet, met de mobilofoon wordt een surveillancewagen opgeroepen en er wordt onmiddellijk proces-verbaal opgemaakt. Van veel voorkomende overtredingen als het opslaan van vaten zonder dat daar de vereiste vloeistofdichte vloer onder ligt, of het opslaan van mest op het land, worden foto's gemaakt.

Met elke vlucht gaan tenminste twee opsporingsambtenaren mee. Wie voorin zit, fotografeert en degeen achterin, doet de administratie. Een overzicht van de geconstateerde zaken gaat dezelfde dag nog naar het Openbaar Ministerie. Van Rijn: “We proberen binnen een week alle lokaties te bezoeken. Stel dat het gaat om afvalstoffen, dan gaat de politie er met iemand van de provincie heen en stellen zij vast wat er precies gebeurt. Dat kan leiden tot een proces-verbaal. Soms is ook bestuurlijke actie nodig.” Elke vlucht levert doorgaans een stuk of acht processen-verbaal op.

De helikopter blijkt een machtig en onmisbaar hulpmiddel. Van Rijn: “Het gaat vaak om dingen die je vanaf de weg niet kunt zien, bijvoorbeeld aan de achterkant van bedrijven: opslag, lozing, slootdemping achter kassen. Je ziet alles.” Weliswaar kun je uit de lucht niet zien of iemand een vergunning heeft voor een bepaalde opslag, maar de ervaring van de meevliegende politie-agenten maakt het aantal missers gering. Van Rijn: “Je weet dat een mestlozing altijd fout is. Hetzelfde geldt voor het doodspuiten van een slootkant of het lozen van olie. Soms kun je vanuit de lucht niet zien of iets afval is, en of het er misschien tijdelijk ligt. Dat ga je dan checken. Je moet echt van perceel naar perceel kijken. Hoe langer je het doet, hoe meer je ziet.”

Meestal viegt de heli tracks, rechte lijnen, zo'n honderd meter uit elkaar. Zo kun je systematisch een gebied uitkammen. Daarnaast worden speciale projecten uitgevoerd. Zo wordt nu bij elke vlucht even tien minuten boven de Scheveningse haven gevlogen. Er zijn speciale vluchten uitgevoerd om opslag van kippenmest op het land op te sporen. En soms wordt op verzoek van een gemeente ook wel eens uitgekeken naar illegale bouwsels.

Het Regionaal bureau milieu is een voorschot op het politiekorps Haaglanden, het regionale politiekorps dat volgend jaar wordt gevormd uit de rijks- en gemeentepolitiekorpsen in de regio. Er werken nu acht mensen, maar dat moet na de vorming van het regiokorps uitgroeien tot 35 à 40, aldus Van Rijn. Over de kritiek die bijvoorbeeld het WODC deze maand leverde, dat de politie te afwachtend is op milieugebied, zegt Van Rijn: “Het kan ook allemaal niet op stel en sprong. Je moet mensen opleiden en dat vergt tijd. Maar het is ook een kwestie van prioriteiten. In Den Haag heb je bijvoorbeeld het bewaken van ambassades en in de zomer het strand. Dat kost ook veel tijd, dus je kunt niet altijd voldoende mensen vrijmaken voor milieuzaken.”

Het Regionaal bureau milieu is voortdurend op twee dingen uit: het opheffen van situaties en het doen laten straffen van daders. Van Rijn: “Uiteindelijk moet je kijken naar het milieurendement. Als je een proces-verbaal opmaakt van duizend gulden, heb je gescoord, maar een diender die twee uur met een boer praat en hem zover krijgt dat hij de mest in een bak van tienduizend gulden opslaat, haalt een veel groter milieurendement.”

Over het succes van de vluchten heeft hij tot nog toe geen klagen. Het aantal illegale afvalverbrandingen is flink afgenomen. Tuinders weten ook dat ze uit de lucht in de gaten worden gehouden. Ze zwaaien soms alsof ze zeggen willen: "ik heb je wel gezien hoor'. Zo gaat er van het vliegen zelf al een preventieve werking uit.

Deze keer vliegt de helikopter aan het eind van de morgen twee uur lang tracks in het gebied tussen de noordrand van Wassenaar en de zuidrand van Den Haag. Boven een terrein waar stapels containers en autowrakken liggen zegt Van Rijn: “Dit is een zootje hier. Dat is al vaker gefotografeerd dan de koningin.” Boven een tuincentrum merkt Den Hartog op: “Dit is al aardig opgeruimd.” Even later, bij een ander bedrijfsterrein: “Die heeft zijn vaten weggehaald. Keurig.” Van Rijn houdt het aantal meevliegers beperkt to slechts enkele ambtenaren zodat die op de hoogte zijn van de zaken die spelen en al gefotografeerd zijn. Voor de agenten zelf is het ook bevredigend dat ze direct resultaten van hun werk kunnen zien. Daarom vliegen er ook geen officieren mee, alleen mensen die het werk moeten uitvoeren, die de overtreders moeten bezoeken en eventueel proces verbaal moeten opmaken. Elke opstapper heeft een proeftijd van een half jaar. Wie niet genoeg ziet of te vaak luchtziek is, wordt vervangen. Van Rijn: “Het is een duur opsporingsmiddel. Daar moet je wel resultaat uit halen.”