JOEGOSLAVIË'S GESCHIEDENIS

A Paper House. The Ending of Yugoslavia door Mark Thompson 322 blz., Hutchinson Radius 1992, f 68,20 ISBN 0 09 174619 1

"Als er iets is dat de Balkan in overvloed produceert, is het geschiedenis'', zei de toenmalige Macedonische minister van buitenlandse zaken Maleski een paar maanden geleden. De bloedige burgeroorlog die het voormalige Joegoslavië nu al meer dan een jaar teistert, is er het beste bewijs van: met de wapens worden eeuwenoude conflicten uitgevochten, eeuwenoude rechten bevochten, eeuwenoude angsten en frustraties gebotvierd: zes volkeren zitten er gevangen in hun eigen geschiedenis.

Het maakt het niet makkelijker de crisis en de oorlog te begrijpen. De buitenstaander, overvallen door de eerste grote oorlog op Europees grondgebied in een halve eeuw, moet opeens terug naar cruciale gebeurtenissen in 1945, 1941, 1929, 1918, 1903, naar 1878 - en om het echt te begrijpen zelfs naar nog veel vroeger: naar 1699, naar 1389 zelfs. Doet hij dat niet, dan blijft het conflict - of liever: het conglomeraat van verschillende conflicten - beperkt tot wat hij elke dag op de televisie ziet en in de krant leest: nog meer doden, stukgeschoten dorpen, vluchtelingen en onuitspreekbare namen, een dagelijkse portie nare gebeurtenissen zonder duidelijke samenhang.

De Britse journalist Mark Thompson heeft met zijn onlangs verschenen A Paper House. The Ending of Yugoslavia een voortreffelijk boek op tafel gelegd. Het gaat niet zozeer over de oorlog zelf, al was die in Slovenië al gestreden en in Kroatië al begonnen toen Thompson nog door het gebied reisde en materiaal voor dit werk verzamelde. Het gaat eerder over de voorgeschiedenis en over de mentaliteit van Serviërs, Montenegrijnen, Kroaten, Slovenen, moslims, Hongaren uit Vojvodina, Albanezen uit Kosovo, kortom: die volkeren die elkaar nu openlijk naar het leven staan, hun motieven, angsten en grieven.

Thompsons grote verdienste is dat hij geen studie- of geschiedenisboek heeft geschreven, maar een boek waarin die geschiedenis wel voortdurend aanwezig is en de lezer het inzicht bijna terloops wordt bijgebracht. A Paper House is een boek met verzamelde reportages waarin geen of nauwelijks autoriteiten aan het woord komen, maar wel de gewone man in de straat in èn buiten de diverse hoofdsteden, van Novi Sad in Vojvodina tot Podgorica (dat nog Titograd heet in dit boek) in Montenegro en Pristina in Kosovo. De reportage-elementen worden afgewisseld met achtergrond over geschiedenis, cultuur, tradities en mentaliteit.

Thompsons boek is inmiddels op een aantal punten door de actualiteit achterhaald. Hij vergist zich ook een paar keer. Zo sluit hij (in een deel van het boek dat in februari moet zijn geschreven) tamelijk categorisch de mogelijkheid van een uitbreiding van de oorlog naar Bosnië uit - ook al was die uitbreiding wel degelijk te voorzien en is ze er ook gekomen. Ook staat Thompson soms al te snel klaar met een eigen oordeel over uitlatingen van een gesprekspartner; zo'n oordeel wordt in de reportage gevlochten en vaak niet of niet voldoende onderbouwd. Dat irriteert van tijd tot tijd.

Een andere tekortkoming is de geringe aandacht voor Macedonië, de enige republiek die in het boek een beetje uit de boot valt en kennelijk op het laatste moment en in korte tijd moest worden bezocht. Het resultaat is een wat oppervlakkig hoofdstuk.

Het zijn tekortkomingen, maar die doen geen afbreuk aan de vaststelling dat A Paper House veel verdiensten heeft. Het is het beste en meest leesbare boek over (ex-)Joe-goslavië dat in de Nederlandse boekwinkels ligt of heeft gelegen sinds de oorlog in juni 1991 uitbrak. Het is degelijk zonder saai te zijn en helder over gecompliceerde problemen. En het is nog voortreffelijk geschreven ook.