Iraniërs verdacht van moord op Koerdische leider

BERLIJN, 19 SEPT. De Duitse politie neemt aan dat Iraanse agenten achter de moord zitten die donderdagavond in een Berlijns restaurant werd gepleegd op een Iraanse Koerdische leider en drie metgezellen. Volgens ooggetuigen voegden de twee gewapende mannen voor ze het vuur openden op de slachtoffers in het Farsi toe dat deze "hoerenzonen' waren. Het Farsi is de taal die in Iran wordt gesproken. De politie heeft aan de hand van de beschrijvingen van ooggetuigen tekeningen laten maken met portretten van de vermoedelijke daders.

Onder de slachtoffers was Sadiq Sharafkandi, die secretaris-generaal was van de naar autonomie voor de Iraanse Koerden strevende Democratische Partij van Koerdistan. De 54-jarige Sharafkandi was de opvolger van de invloedrijke en internationaal zeer gerespecteerde Abdoul Rahman Ghassemlou, die in juli 1989 in Wenen werd vermoord. Algemeen werd aangenomen dat Ghassemlou uit de weg werd geruimd door de Iraanse geheime dienst. De dood van Sharafkandi betekent een nieuwe klap voor de Iraanse Koerdische oppositie, die de vorige aanslag op haar leiderschap nog niet volledig te boven was.

Sharafkandi, die in Berlijn de bijeenkomst van de Socialistische Internationale bijwoonde, voerde in het restaurant overleg met een andere Iraanse oppositiegroep, de Organisatie van de Republikeinen in Iran, over mogelijkheden om tot samenwerking te komen. Ook twee andere leden van de Democratische Partij en een man van de Republikeinen werden gedood.

De Iraakse Koerdische leider Jalal Talabani, eveneens in Berlijn in verband met de zitting der socialisten, beschuldigde onmiddellijk het bewind in Teheran ervan achter de moord te zitten. Een woordvoerder van de Iraanse ambassade in Bonn wees deze beschuldiging als “onzin” van de hand. (AFP, AP)