Iedereen doctorandus (3)

Fokker schrapt duizend banen en gaat een paar weken dicht, Philips halveert tussentijds de al voorzichtige winstverwachtingen. Twee toevallige berichten van gisteren. Nederland twijfelt aan de houdbaarheid van een zelfscheppende industriële basis. Maar blijft zijn instellingen voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek optuigen met alle grillen en grollen van dertig jaar compromis- en gelijkheidscultuur.

Een aanvechtbaar verband gebaseerd op een te harde typering? Wat kunnen die bedrijven eraan doen dat de wereldeconomie in koortsige recessie is? Luchtvaart en elektronica zijn extra in de war, dat kunnen ook geavanceerde producenten als Philips en Fokker niet ontlopen. Bovendien: universiteiten zijn toch niet het enige geheim voor succesvol opereren op de grillige markten van de late twintigste eeuw? En zo slecht zijn ze toch niet?

Allemaal waar, maar iedereen is het er over eens dat Nederland het in de internationale industriële jungle alleen redt als hier aanhoudend nieuwe dingen worden bedacht en beter wordt gewerkt. De prestaties hoeven niet briljant te zijn, zo lang zij maar beter zijn dan wat men elders doet. Als Nederland stelselmatig werkers en onderzoek van hogere kwaliteit blijkt af te leveren, dan doet het er minder toe wie de eigenaar is van de bedrijven. Ook verre raden van bestuur zullen wel gek zijn geen gebruik te maken van de beschikbare talentenbank in de Rijndelta.

Dat is realiteit die in allerlei rapporten en discussies wordt geschetst. Knapper en breder dan hier is weer te geven. In andere stukken en circuits is jarenlang gewerkt aan idealen als "hoger onderwijs voor velen'. Terecht, als iets het beschavingsniveau van een volk tekent is het dat. Iedereen een drs-titel van HBS-niveau aanbieden is geen eerlijk antwoord op die vraag.

Universiteiten werden in de jaren zeventig ook in andere opzichten laboratoria voor een rechtvaardige maatschappij. De autocratie van een paar hoogleraren (sommigen wijzer dan anderen) werd vervangen door collegiaal bestuur (soms een verbetering, altijd een explosie van de niet aan onderwijs of onderzoek bestede tijd). De toeloop van studenten moest worden verwerkt met steeds minder geld per student. Docenten zagen de erkende voorbereidingstijd voor een uur college vaak met 1000 procent dalen.

Verschoolsing ging samen met verkorting van de officiële studieduur én de verplichting voor universiteiten zich meer in te zetten voor hun klanten. Waarbij het succes werd afgemeten aan het slagen voor examens. Studie-rendement was het sleutelwoord. De doorstroming was nog wel vast te stellen - die klopte zelden met de prospectus -, maar kwaliteit was nauwelijks in de waarnemening te betrekken.

Zo zijn in de loop der jaren allerlei opdrachten aan de universiteit gegeven. Vaak los van elkaar, of ronduit tegenstrijdig. Terwijl de belangrijkste grondstof, de studenten, intussen aan sterk vlottende specificaties ging voldoen. In het middelbaar onderwijs werd een zeker breedte-ideaal gehandhaafd, terwijl de universiteit in vier jaar genoeg diepte moest bereiken om eventuele onderzoekers met vrucht een tweede, echt-wetenschappelijke fase te kunnen laten volgen.

Genoeg betrokkenen uit zeer verschillende universitaire disciplines hebben intussen vastgesteld dat de veelheid van ideetjes en modelletjes niet zo goed heeft gewerkt. Er zijn zo veel doelstellingen in de universiteit gestopt dat het ook geen wonder is dat het beest puft en zucht en rare sprongen maakt. De een legt op grote schaal volkstuintjes aan in de vorm van avond-, zomer- en wintercursussen. De ander gaat als een gek de "markt' op om geld voor het eigenlijke werk te verdienen. Binnen sommige vakgroepen opereren hele bv's voor research- en advieswerk - de universiteit als keurmerk van de blits-praktijk.

Het marktdenken is trouwens nog zo'n ideaal dat halsoverkop aan de universiteiten is opgelegd. Het kwam natuurlijk als geroepen, het suggereerde nieuw realisme, terwijl het bezuinigingen op essentiële werkzaamheden afdekte. De cijfermatige benadering van het bedrijfsleven paste bovendien wonderwel bij de eerder aan de universiteiten opgelegde planning-cultuur.

In werkelijkheid waren "plan'- en business-denken twee varianten van de illusie dat originaliteit-voor-duizenden te organiseren is. Het resultaat is dirigisisme van sommenmakers die meer pretenderen dan zij aankunnen. Economificatie heeft de universiteit in twintig jaar veranderd van een wat wereldvreemde dorpsgemeenschap met genieën en eeuwige studenten in een dolgedraaid warenhuis waar iedereen de eigen verkoopcijfers voortdurend vergelijkt en geen tijd heeft om bij te houden wat er verkocht wordt.

Dat houdt niet alleen grote gevaren in voor alle natuurwetenschappelijke en economische faculteiten waar het bedrijfsleven zijn nieuwe onderzoekers en leidinggevend kader moet recruteren. De noodzaak alles te kwantificeren en op maatschappelijk nut te toetsen maakt vooral literaire faculteiten kwetsbaar. Oud-Assyrisch is nu eenmaal nergens goed voor.

Gelukkig heeft de lieve kant van het Nederlandse bestel er ook voor gezorgd dat universiteiten niemand mogen weigeren. Dus geschiedenis-studenten, kunsthistorici en talenliefhebbers, komt u maar op. Werkloosheid is beter te dragen met een beetje ontwikkeling. De enige prijs die u betaalt is dat uw vak door een handjevol doctorandussen gegeven wordt, want het moet wel een hobby blijven. En uw docenten blijven trouwens doctorandus omdat u met zo veel bent; zij moeten straks ook nog de avondgroep les geven.

Wat voor de universiteiten geldt, is al even actueel aan de opleidingen voor hoger beroeps onderwijs. Op een symposium van de Amsterdamse hogescholen werd donderdag opgeroepen aankomende hbo-studenten beter te toetsen. Om teleurstelling en verspilling te voorkomen. HBO's mogen toelatingseisen stellen, maar tweederde doet dat niet. Gevolg van het we-willen-niemand-kwetsen-ideaal? Of van een financieringssysteem dat een premie stelt op de hoeveelheid verkochte toegangsbewijzen?

In de begroting van O&W staat deze week te lezen dat belangrijke bibliotheken, waaronder de Koninklijke in Den Haag en die van de Technische Universiteit Delft volgend jaar minder geld krijgen. De kosten van minimaal noodzakelijke wetenschappelijke bladen en boeken stijgen intussen exponentieel. Op wetenschappelijk onderzoek wordt 12,8 miljoen bezuinigd. De kruiwagen met goede bedoelingen krijgt weer iets slappere banden.

    • Marc Chavannes