"Hockeyers zijn geen volk dat zich wezenloos traint'

Anderhalve maand na de teleurstellend verlopen Olympische Spelen voor de Nederlandse hockeywereld begint morgen de competitie in de hoofdklasse mannen en vrouwen. NRC Handelsblad vroeg de coaches van alle 24 teams naar hun verwachtingen voor de onzekere toekomst van deze sport. Ter sprake kwamen onder meer het ontslag van bondscoach Hans Jorritsma, zijn opvolger en de veranderingen die moeten worden doorgevoerd.

Vrijwel alle coaches in de hoofdklasse vinden het vertrek van Jorritsma een gevoelig verlies voor het nationale hockey. Opmerkelijk genoeg delen maar twee van hen - Thomas Tichelman (Amsterdam, vrouwen) en Wim Damman (Venlo, mannen) - met de ex-bondscoach ook de grote bezorgdheid over de toekomst. De anderen zeggen niet somber te zijn. Ze vertrouwen op de kracht van de eigen competitie en de grote Nederlandse kweekvijver. Rob Weers (SCHC, mannen) vindt alle commotie die na Barcelona is ontstaan dan ook overtrokken. “We hebben bij de mannen altijd op de derde of vierde plaats in de wereld gestaan. En dat is nu dus nog steeds zo. Door een opleving zijn we in 1990 wereldkampioen geworden.”

De coaches zijn het wel unaniem met elkaar eens dat in de komende tijd de vinger uiterst secuur aan de pols moet worden gehouden. “Het roer moet om”, zegt Bart van Lith (Oranje Zwart, mannen). “We moeten met de nationale ploegen niet meer van toernooi naar toernooi leven. Er moet een gedegen plan komen met onder andere naast de A-ploeg een soort schaduwelftal. Daarom zijn we meer gebaat bij een ontwikkelingstrainer als bondscoach dan bij een echte prestatiecoach.” Harrie Delmee (Tilburg, mannen) spreekt van “een rode draad”. “De coaches van de nationale B-jeugd tot het A-team moeten op één lijn komen te staan.”

Eddie Kervezee (HDM, mannen) is één van de coaches die vinden dat de leiding bij de nationale mannenselectie in handen moet worden gegeven van een team van specialisten waarin iedereen duidelijk zijn invloed heeft. Eén persoon moet, aldus de Hagenaar, niet té veel macht krijgen of nemen. Ook Gé Masman (HGC, vrouwen) vraagt zich af of “het tijdperk van de eenlingen” niet voorbij is. Volgens hem zou de hockeybond op zoek moeten naar het “het 1+1=3-effect”. “Je moet tegenwoordig tamelijk uniek zijn om én een goede trainer én een goede coach te zijn”, aldus Joep Brenninkmeijer (Amsterdam, mannen).

Het overgrote deel van de hoofdklassecoaches ziet geen heil in het opvoeren van het aantal trainingsuren. Velen zetten wel een vraagteken bij de invulling van de beschikbare tijd. Zij vinden dat er anders, en dus beter, moet worden getraind. Daarbij wordt ook op de eigen verantwoordelijkheid van de spelers gewezen. “Ik vind”, aldus Tom van 't Hek (Kampong, vrouwen), “het triest als ik lees dat een international zegt dat hij een goede clubtrainer nodig heeft, omdat hij anders bij het lopen de hoeken afsteekt.”

Een aantal coaches heeft geconstateerd dat in vergelijking met andere landen de basistechnieken bij de meeste Nederlandse hockeyers matig zijn verzorgd. Daar ligt, vindt men, vooral een taak voor de jeugdtrainers. Wim Damman (Venlo, mannen), Ger Eikelboom (Hattem, mannen) en Bart van Lith (Oranje Zwart, mannen) pleiten ervoor dat het zaalhockey weer een serieuze plaats krijgt in Nederland. Van Lith: “We hebben wat betreft het voetenwerk en spelinzicht in een kleine ruimte een duidelijke achterstand op de Duitsers. En dat komt echt omdat zij wel heel actief bezig zijn in de zaal.”

Marc Bouwman (HGC, mannen) en Frank Dikmoet (Laren, vrouwen) zouden de competitie qua tijd graag anders ingedeeld zien. Zij willen in februari/maart starten en, met een korte onderbreking in de zomer, in oktober of uiterlijk begin november willen eindigen. Volgens Bouwman is in de huidige situatie het seizoen over een te lange periode uitgesmeerd. Dat scheelt met name de internationals kostbare tijd. Er is weliswaar een winterstop van drie maanden, maar die kan, aldus de HGC-coach, niet als echte rust worden beschouwd omdat de competitie dan nog niet is afgerond. “Het moet geen sleur worden. Na die lange winterstop weet je vaak niet eens meer hoe de stand eruit ziet.”

Over het algemeen heerst er onder de teamleiders tevredenheid over de competitievorm. Bij de vrouwen wordt dit seizoen voor het eerst een proef genomen met play-offs. Verscheidene coaches hadden die liever met zes in plaats van vier ploegen gespeeld. Pieter Offerman (Bloemendaal, mannen) is ook in de mannenhoofdklasse voorstander van “een competitie met een echte finale”. “Na de Olympische Spelen hebben we qua publiciteit weer iets positiefs nodig. Dat hadden play-offs kunnen zijn.”

Verscheidene coaches waarschuwen ervoor dat het Nederlandse hockey niet zijn eigen identiteit moet verliezen. Volgens Harrie Delmee (Tilburg, mannen) ligt de Nederlanders “het robot-hockey” van de Duitsers niet. “Wij zijn nu eenmaal avontuurlijker ingesteld.” Angela Veeger (Groningen, vrouwen), de enige vrouwelijke coach in de hoofdklasse, zegt te zijn geschrokken van de toestand waarin bepaalde internationals nu nog, anderhalve maand na de Olympische Spelen, verkeren. “Sommigen zitten geestelijk kapot en gaan misschien nooit meer hockeyen. Dat is heel erg. Ik kan alleen maar concluderen dat men geforceerd is bezig geweest. Wij hockeyers zijn gewoon geen volk dat zich wezenloos kan trainen.”

Donald Drost (Kampong, mannen) spreekt van “overbegeleiding”. “We moeten met z'n allen weer gewoon gaan doen. Met om de dag een lactaatproef gaat de lol er voor een speler er snel vanaf. Het plezier in het werk moet blijven. Dat is van cruciaal belang, want dan presteer je beter.”

Door de aanwezige angst dat Roelant Oltmans - ongetwijfeld de opvolger van Jorritsma - een te professionele aanpak zal voorstaan is niet iedere hoofdklassecoach voorstander van zijn aanstaande benoeming. Bovendien vindt een aantal collega's dat hij in Barcelona gefaald heeft met de nationale vrouwenploeg. In totaal zijn acht coaches van mening dat Oltmans geen goede keuze is. Eén weigert zich over dit onderwerp uit te laten. De andere vijftien noemen Oltmans als mannenbondscoach acceptabel. “Omdat er maar twee echte topcoaches in Nederland zijn, Jorritsma èn Oltmans”, legt Peter van Merriënboer (MOP, vrouwen) uit.

Veel andere serieuze kandidaten voor het mannenbondscoachschap kunnen de hoofdklassetrainers niet opnoemen. Dat geldt ook voor de opvolger van Oltmans bij de vrouwen. Voor die functie vallen de namen van Donald Drost en Tim Steens. Joep Brenninkmeijer (Amsterdam, mannen) is van mening dat Gijs van Heumen, ex-bondscoach van de vrouwen, voor beide functies in aanmerking zou kunnen komen. Pieter Offerman (Bloemendaal, mannen) en Bert Bunnik (Pinoké, mannen) noemen een buitenlander als mogelijke kandidaat voor de functie bij de mannen, respectievelijk de Australiërs Terry Walsh en Richard Aggiss. “Wij hebben als Nederland zo veel gedaan voor het internationale hockey. Daarom is er toch niets op tegen eens iets terug te vragen. En Aggiss is een absolute kanjer”, aldus Bunnik.

Wim Damman (Venlo, mannen) zou voor “een tussenpaus” kiezen in de persoon van ex-international Ties Kruize met twee veldtrainers aan diens zijde. Frans van Gelderop (Hilversum, vrouwen) vraagt zich af of Tom van 't Hek niet de geschikte persoon zou kunnen zijn. “Dat is een jonge frisse vent met een nuchtere kijk.” Eigenlijk komt alleen Norbert Nederlof (KZ, mannen) met een echt verrassende kandidaat. “Wie bondscoach moet worden? Ik. Waarom niet? Ik heb ideeën waar ik graag mee aan de slag zou willen. Het zou een geweldige uitdaging voor me zijn.”

HGC is in de ogen van de hoofdklassecoaches zowel bij de mannen als de vrouwen de grootste kandidaat voor de titel. De Wassenaarse ploeg wordt bij de mannen zeven keer als de nieuwe kampioen genoemd. Titelhouder HDM krijgt drie stemmen en Amsterdam en Bloemendaal elk één.

Bij de vrouwen voorspellen liefst acht coaches dat HGC nummer één wordt. Twee man houden het op HDM en één kan niet kiezen tussen HGC of MOP.