Handbreigarens, stroopsoldaatjes en gootsteenzeefjes op Damesbeurs '92; Gezelligheid kent geen tijd

Vrolijk en gezellig, dat zijn de sleutelwoorden op de Haagse Damesbeurs. Opgewekt legt organisatrice Annemarie Tiebout uit: “Gezelligheid creëren we door de goed verzorgde aankleding, de vloerbedekking bijvoorbeeld en het Café de Paris, en vrolijkheid door de modeshows in het showtheater”.

De Damesbeurs, de oudste consumentenbeurs van Nederland, werd gisteren voor de 126ste keer geopend in de Statenhal. Tiebout, die de komende acht dagen rekent op zo'n zeventigduizend bezoekers, leidt voor het eerst de organisatie. Haar onervarenheid noemt ze een voordeel want “ik heb een frisse blik, dat werkt vernieuwend”. “De beurs is dit jaar dan ook "trendyer' dan vroeger.”

De meeste van de 125 stands op de Damesbeurs zijn gevuld met bijouterie, "woonaccesoires' en cosmetica. (“Indian Earth is ideaal voor uw gezicht”, weet een verkoopster “het kleurt je een tint donkerder en laat je huid toch doorademen.”) Er is een bruidspaarpaviljoen met bruidsmanden, bruidssuikers en "kousebandgeschenkjes van en voor het bruidspaar', een kappershow waar je gratis de modernste coupe kunt laten knippen en bij Brodelientje kun je terecht voor babykleding. “Voor de mannen is er een autodealer”, licht Tiebout toe, “en een Japanse Karaoke bar, waar 's avonds modeflitsen worden gehouden zodat ze de kleren kunnen zien die hun vrouw heeft uitgekozen.”

De Damesbeurs werd voor het eerst georganiseerd in 1920, naar voorbeeld van de Engelse beurs Ideal Home (sinds 1908). Aanleiding voor de beurs was de wanhoopskreet van een stofzuigerimporteur. Hij klaagde bij het blad Dameskroniek, een voorloper van Margriet, dat hij via advertenties geen huisvrouw kon overtuigen van het nut van zijn revolutionaire apparaat. Daarom stelde hij voor in de toenmalige dierentuin in Den Haag een demonstratie te geven voor lezeressen van het damesblad, om zo de koopdrempel te overwinnen. Van Nelle zorgde voor de thee, Verkade voor de koekjes en het sloeg aan: de importeur verkocht 35 stofzuigers.

Het daaropvolgende jaar werden meer vertegenwoordigers uitgenodigd. Lezeressen van de Dameskroniek kregen een passe-partout en naar verluidt waren er dames die tien dagen terugkwamen en zo veel wolmonsters verzamelden dat ze er een trui van konden breien.

Tot 1939 werden jaarlijks vijf beurzen georganiseerd: in Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Groningen en Nijmegen. De eerste modeshow, in 1927, ontlokte verontwaardigde reacties; het zou ingaan tegen de goede zeden. Met hetzelfde argument protesteerde een huishoudschool in de jaren zestig tegen de aanwezigheid van de NVSH, die condooms uitdeelde aan de bezoekers. Dit jaar is er overigens een conservatievere stand, die van de VBOK: de Vereniging ter bescherming van het ongeboren kind.

In 1939 stopte de Damesbeurs, om in 1951 weer te beginnen in de Haagse Houtrusthallen. J. de Kreek, tot voor kort directeur van de beurs, begon dat jaar zijn carrière als chasseur. “Ik dacht dat het iets met de jacht te maken had, maar het was gewoon een chic woord voor loopjongen.” Hij klom op tot hij in 1964 directeur werd.

“Op een effectenbeurs verhandel je effecten, op een graanbeurs graan, dus eigenlijk klopt de naam Damesbeurs niet”, gniffelt De Kreek, “maar het woord was inmiddels zo ingeburgerd dat ik het maar zo heb gelaten.” De nieuwe organisatoren zijn wel van plan de naam te veranderen. “We moeten natuurlijk voorzichtig zijn met die bekende term, maar we hebben een moderne naam nodig.”

De Kreeg zag hoe artikelen in korte tijd uitgroeiden tot een rage. “Het elektronische orgel bijvoorbeeld, dat wij in de jaren zestig introduceerden, is via de Damesbeurs een succes geworden. Net als het waterbed, zo'n tien jaar geleden.” De meest uiteenlopende waren zijn op de Damesbeurs aangeprezen, variërend van doodskisten tot huizen in Spanje “die vooral door de standhouders werden gekocht”.

Eén van de noviteiten van dit jaar is het "schaalvoetje': een pootje dat met klitteband onder een bord kan worden bevestigd, zodat het bord een schaal wordt.

In 1988 verhuisde de Damesbeurs naar de Statenhal en begin dit jaar verkocht De Kreek zijn beurs aan het Nederlands Congresgebouw. Hij organiseert nu teddybeerbeurzen, vroeger een onderdeel van de Damesbeurs net als de wedstrijden poppen maken die de huidige organisatoren te ouderwets vinden. Zij kozen voor “een eigentijdse opzet, zodat een modern en sprankelend evenement wordt geboden”.

Toch is er veel dat aan de Damesbeurs anno 1920 doet denken: handbreigarens, wolpakketten, gootsteenzeefjes, stenen hondenbeelden, koperen naamborden, apothekerssalmiak, stroopsoldaatjes, borstballen, sjaalclips, "onovertreffelijke vlekkenpasta', handwarmers, uiercrème, plumeaus, blokzemen en taartplateaus. Allesbehalve "trendy' artikelen, maar dat maakt de Haagse Damesbeurs juist zo leuk.