Frans nee begunstigt landen van tweede echelon

Het Franse referendum over het Verdrag van Maastricht van aanstaande zondag wordt door velen gezien als een politieke blunder van de eerste orde. De Fransen hadden zich immers, net zoals de Duitsers en de Nederlanders, heel gewoon tot een behandeling van dit verdrag in hun parlement kunnen beperken. En dan zou er - gegeven de huidige samenstelling van de Sénat en Assemblée - geen vuiltje aan de lucht geweest zijn.

Zoals bekend gaat het bij het Franse referendum al lang niet meer uitsluitend om Maastricht. Een ingewikkelde kluwen van binnenlandse politieke gevoeligheden - met als enige constante de positie van president Mitterrand - vertroebelt intussen de Franse blik op Europa. De uitslag van het referendum is daarom bijzonder ongewis.

In de afgelopen maanden is in Europa een heel circus ontstaan van politici en andere hooggeplaatsten die bijkans over elkaar heen struikelend keer op keer bezwoeren dat, als het Verdrag van Maastricht niet zou doorgaan, ons anders de zeven plagen van Egypte te wachten zouden staan. In dit verband verscheen bijvoorbeeld bondskanselier Kohl als een soort suikeroom vriendelijk knikkend op de Franse televisie terwijl zelfs de Nederlandse koningin in haar Troonrede van eerder deze week de Fransen opriep om toch vooral ja te gaan stemmen.

Maar zou een eventueel Frans nee nu wel echt zo erg zijn? Is het Verdrag van Maastricht bijvoorbeeld wel het hecht doortimmerde werkstuk dat velen ons willen doen geloven? En wat te zeggen van de financieel-economische realiteit? Was de complete chaos op de Europese valutamarkten van eerder deze week - waardoor de Britten en de Italianen het Europese Monetaire Stelsel met de staart tussen hun benen moesten verlaten - nu echt wel uitsluitend het gevolg van het korte termijn-winstbejag van speculanten waartegen volgens minister Kok nu eenmaal weinig te doen is? Of maakten deze speculanten juist een veel betere beoordeling van de werkelijke economische krachtsverhoudingen in Europa dan de politici?

Zelfs afgezien van het gedeelte van het verdrag waarin de Europese Politieke Unie (EPU) wordt geregeld en dat door velen wordt gezien als het zwakste deel van het verdrag, kunnen alleen al bij de verdragstekst van de Economische en Monetaire Unie (EMU) de nodige vraagtekens worden gezet. Hierbij dienen we in het oog te houden dat het Verdrag van Maastricht in de bijzonder korte tijdspanne van een halfjaar in elkaar geschroefd is dankzij het sluiten van tal van politieke compromissen. Alleen al hierom mogen we er gerust van uitgaan dat dit verdrag nu niet bepaald kan uitblinken door doordachtheid.

In hoeverre bijvoorbeeld, spoort het Verdrag van Maastricht met de Nederlandse grondwet? In artikel 19 en 20 van de grondwet is vastgelegd dat de Nederlandse overheid verantwoordelijk is voor voldoende werkgelegenheid alsmede voor de spreiding van de welvaart. Maar kan de Nederlandse overheid dit nog wel waarmaken als zij straks in het kader van de EMU niet meer over het monetaire beleid en het wisselkoersbeleid beschikt terwijl voorts het budgettaire beleid ten aanzien van het financieringstekort wordt gereduceerd tot de toepassing van de gulden financieringsregel, zoals nu reeds het geval is bij de Nederlandse lagere overheid? Met andere woorden, vereist het Verdrag van Maastricht nu wel of niet een aanpassing van de grondwet respectievelijk hebben de opstellers van het verdrag zich hierover ook het hoofd gebroken?

Ook kan men zich afvragen of de geformuleerde toelatingscriteria waaraan de EG-landen moeten voldoen voor zij tot de EMU worden toegelaten wel optimaal zijn. Zo ontbreekt bijvoorbeeld een norm voor de collectieve lastendruk hetgeen er in de praktijk toe kan leiden dat landen zich via lastenverhogingen voor de normen van de EMU kunnen kwalificeren. En dat dit gevaar niet denkbeeldig is, wordt duidelijk geïllustreerd door de gang van zaken bij onze oosterburen, waar openlijk wordt gespeculeerd over een belastingverhoging om de kosten van de Duitse eenwording te financieren.

En wat vinden wij van de volledige onafhankelijkheid van de beoogde Europese Centrale Bank? Vinden wij - om even de gedachten te bepalen - het onafhankelijke beleid dat de Duitse Centrale Bank in de afgelopen maanden heeft gevoerd, nu wel het toppunt van alle wijsheid?

Is de halsstarrige houding van de Duitsers om - afgezien van de minieme rente-aanpassing eerder deze week - om de Duitse rente niet te verlagen niet mede debet aan de later uitgebroken Europese monetaire chaos? Een Europese Centrale Bank moet natuurlijk onafhankelijk van de politieke waan van de dag kunnen opereren, maar dit mag ons niet de ogen doen sluiten voor het euvel dat ook een onafhankelijke Europese Centrale Bank zeer wel in staat is om bijzonder grote brokken te gaan maken. Waarom ontbreekt in het Verdrag van Maastricht dan het Europese equivalent van de in ons land geldende regel, dat de minister van financiën alleen als ultimum remedium, dus in een uiterste geval (een recht overigens waarvan, gelet op het bijzondere karakter, in de praktijk nog nooit gebruikt is gemaakt) een zogenoemde aanwijzing kan geven aan de Centrale Bank?

De Europese regeringsleiders hebben een grote taxatiefout gemaakt door het Verdrag van Maastricht als een "stikken of slikken'-stuk te presenteren. Door deze mes-op-de-keelbenadering blijft er vrijwel geen ruimte over om het verdrag eventueel op een beperkt aantal punten (en natuurlijk niet bij elke punt en komma) zonder veel soesa en politiek gezichtsverlies op goede gronden te amenderen. De grootste fout die men echter begaan heeft, betreft een verkeerde taxatie van de werkelijke economische krachtsverhoudingen binnen Europa. In de praktijk is er geen sprake van een vrijwel homogeen Europa, maar van een duidelijke kopgroep bestaande uit Duitsland, Frankrijk en de Benelux en daarnaast een tweede echelon dat wordt aangevoerd door landen zoals het Verenigd Koninkrijk en Italië. Er is helemaal geen man over boord als de landen van het tweede echelon via een instapregeling de kans wordt geboden om op een later tijdstip aan de EMU te gaan deelnemen. De voordelen hiervan zijn voor deze landen al prikkel genoeg om hiermee haast te maken. Zo bezien zou een eventueel Frans nee tegen Maastricht wel eens een voordeel in plaats van een nadeel kunnen zijn. Per slot van rekening beantwoordt een Europa van twee snelheden veel beter aan de financieel-economische realiteit.

    • A. Knoester