Een toeristische reis over de "onvergetelijke Dodenspoorlijn'

Deze week was het vijftig jaar geleden dat de Japanners geallieerde en Aziatische krijgsgevangenen dwongen een begin te maken met de aanleg van de Birma-spoorweg. Er bestaan plannen de lijn, waarvan het laatste stuk na de oorlog werd opgeheven, in zijn geheel te herstellen.

KANCHANABURI, 19 SEPT. Zo moeten ze zijn begonnen, in dezelfde omstandigheden zoals vandaag: brandende zon, een plakkende wind, rotvliegen. En op hetzelfde terrein als toen: rode aarde, rotsen, rivier, rimboe. De onheilspellend donkere silhouetten van het Bilauktang-gebergte aan de horizon. De Britten, Australiërs, Nederlanders, Amerikanen en Aziaten moesten slavenarbeid verrichten onder de meest meedogenloze condities, een vijandige natuur en nietsontziende Japanse opzichters. Nu wiegen de passagiers dank zij dat werk, heen en weer in een trein die met zijn derde-klassebankjes en lambrizeringen van hout een oncomfortabel, ouderwets-romantisch reisgenot biedt. Tjoeketjoeketjoek roept de diesel, bonk-bonk-bonk antwoorden de bielzen. De Thais spreken over de "melktrein', omdat hij op het nog bestaande traject van Bangkok naar Nam Tok, een afstand van 150 kilometer, 37 keer stopt.

Op 16 september 1942 gaven de Japanse bezetters in Thailand het beginsignaal van wat de Dodenspoorlijn zou worden genoemd, een verbinding tussen Bangkok en de Birmese stad Thanbyuzayat, over een afstand van 415 kilometer. Duizenden geallieerde krijgsgevangenen en Aziaten werden gedwongen aan weerszijden van de grens het werk te doen. Belangrijkste obstakel was de rivier de Kwae (Kwai), die, slingerend door een diep ravijn, éénmaal door de spoorbaan moest worden gepasseerd en waarlangs verscheidene malen het traject in de rotsen moest worden uitgehouwen.

Het project zou in vredestijd vijf jaar in beslag hebben genomen. De Japanners lieten het hun slaven in 16 maanden doen, op Eerste Kerstdag 1943 werd bij de Driepagodenpas, aan de Thais-Birmese grens, de verbinding tussen de twee delen tot stand gebracht. “De omstandigheden waren, vooral tijdens de moesson van 1943, voor degenen die er niet bij waren, onvoorstelbaar”, schrijft veteraan Geoffrey Adams. 16.000 Geallieerden, onder wie 2.830 Nederlanders, en naar schatting 80.000 Aziaten overleefden de ontberingen niet.

De Taimen Rensetsu Tetsudo, zoals de Japanners de lijn noemden, gaf de troepen van keizer Hirohito de begeerde aanvoerroute over land, vanaf Singapore, via Bangkok naar Rangoon. Vanaf midden 1942 was de weg over zee voor de Japanners steeds gevaarlijker door de toenemende kracht van met name de Amerikaanse vloot. In de laatste oorlogsjaren was de spoorlijn een favoriet doel voor geallieerde bommenwerpers. De vernietiging van de brug over de Kwae in 1944, sneed de Japanse troepen in Birma af van bevoorrading en luidde de nederlaag van het keizerlijke leger in Zuidoost-Azië in.

Na de oorlog werd het grootste deel van de lijn ontmanteld, alleen het traject Bangkok-Nam Tok bleef over, voor forenzen en voor toeristen. Thaise toeristenbureaus verzorgen reizen over de “onvergetelijke Dodenspoorlijn”, inclusief vrolijke rondleiding en een tochtje op een rivier (niet de Kwae) die met de spoorgeschiedenis niets te maken heeft.

Het Jeath-museum (een merkwaardig acroniem van de eerste letters van de zes betrokken landen: Japan, Engeland, Australië, Amerika, Thailand en Holland, met een bewust eufemistische verwijzing naar death) is een rommelig geheel van nagebouwde barakken en koffietentjes. Foto's uit de oorlog en van later teruggekeerde veteranen, overdrukken van delen uit Wim Kans Birma-dagboek, de onvermijdelijke souvenirwinkeltjes.

De Koreaanse monnik Young Jin heeft de dag van zijn leven. Zo te zien beschikt hij over weinig historisch besef, de rivier de Kwae en omgeving is voor hem een attractiepark. Overal wil Young op de foto: op de brug (zoals iedereen), in het museum, naast de oorlogsgraven. De oude moeder is ook meegekomen, in de trein slaapt ze en ziet ze niets, tijdens de lunch nuttigt ze haar eigen meegnomen pakjes zeewier en vit ze op haar zoon. De uitleg van de gids, met de on-Thaise naam Patrick, is aan Young niet besteed, hij verstaat geen Engels. Dat zou hem trouwens weinig hebben geholpen, want de gids beheerst weliswaar de Engelse taal, maar de woorden komen hem dusdanig ongelukkig de strot uit dat er weinig uit valt op te maken.

Het idee van lunapark "de Dodenspoorweg' staat Thaise ondernemers ook wel aan; enkele jaren geleden kwam een projectontwikkelaar op het idee ten behoeve van het toerisme toneelstukjes op te laten voeren met de krijgsgevangenen en de Japanners in originele kledij. Na internationale protesten, van oorlogsveteranen, ging het plan, voorlopig, niet door.

Een heel andere achtergrond heeft het voorstel van de Birmese overheid om het ontbrekende gedeelte, 245 kilometer tussen Nam Tok en Thanbyuzayat, weer aan te leggen. Birma heeft geen officiële reden opgegeven voor het plan, maar het is bekend dat het militaire bewind in Rangoon, dat onder de naam Staatsraad voor Herstel van Orde en Gezag (SLORC) het land zijn wil oplegt, in financiële problemen is. De economie is dusdanig zwak ontwikkeld dat het steeds moeilijker wordt goederen te verhandelen die de noodzakelijk Westerse deviezen moeten opleveren. Een treinverbinding met Thailand, zou, net als vijftig jaar geleden met de Japanners gebeurde, in dit geval de Birmese junta manoeuvreerruimte geven.

Een woordvoerster van de Thaise staatsspoorwegen (SRT), Yawmal Chuthathong, bevestigt dat de Birmese staatsspoorwegen, tijdens een delegatiebezoek aan Bangkok, vorige maand met het plan voor heropening zijn gekomen. “We hebben gepraat over drie à vier verschillende trajecten”, aldus Yawmal, maar ze legde er de nadruk op dat de zaak “hangende” is. Alles hangt af van de nieuwe Thaise regering, die naar verwachting binnen enkele weken haar opwachting zal maken.

De Thais zitten in hun maag met het militaire bewind in Birma, dat bekend staat als een van de ergste in zijn soort. Thaise handelaren profiteren weliswaar dankbaar van de uitverkoop die de Birmezen noodgedwongen moeten houden, bijvoorbeeld op de houtmarkt, terwijl de smokkel langs de 2.000 kilometer lange grens enorm is toegenomen. Maar Bangkok kan officiëel het bewind in Rangoon niet al te veel tegemoetkomen.

“Technisch gezien zijn de Thaise Spoorwegen bereid samen te werken met de Birmese Staatsspoorwegen, maar we hebben te maken met diplomatieke barrières, als het om Birma gaat”, zegt Yawmal.

Volgens een spoorbeambte die werkzaam is op het bewuste traject is Thailand bereid het plan serieus te nemen indien buitenlandse geldschieters het grootste deel van het kapitaal zouden leveren. Australische bedrijven zouden belangstelling hebben getoond, zegt hij. De SRT hebben inmiddels wel besloten tot verlenging van de lijn op Thais grondgebied en hebben een studie toegezegd naar een uitbreiding over de Birmese grens.

De huidige enkelsporige lijn is na de oorlog door de Thais herhaaldelijk verbeterd. Er liggen nieuwe bielzen en grind. De gestorven gevangenen, die kriskras langs de spoordijk begraven lagen, zijn op twee kerkhoven herbegraven. De 2.800 Nederlandse slachtoffers liggen op het Kanchanaburi Kerkhof, lange rijen eenvoudige, rechthoekige stenen op een lage gekantelde verhoging. Sluizer, Van der Heide, Van Weel.

Gids Patrick zegt, op de weg terug, dat alleen de “atches” van de collectief verzamelde gevangenen er begraven liggen, de ashes - as bedoelt hij. Patrick vertelt een paar moppen over "atches'. Over een man die de as van zijn bij leven luie vrouw in de klok had gestrooid zodat ze voortaan 24 uur per dag moest werken. Maar hij besluit de dag met een stichtelijk woord. “Lady and gent”, zegt hij, “waarom maken mensen oorlog, we weten het niet, maar ik hoop dat u een prettige dag heeft gehad.”