Drie maanden onrust op de valutamarkten

2 juni: Een kleine meerderheid van de Denen zegt "nee' tegen ratificatie van de Akkoorden van Maastricht.

3 juni: De Franse president Mitterrand schrijft, kennelijk in de veronderstelling dat de Fransen massaal "ja' zullen zeggen, een referendum uit om "Maastricht' een hart onder de riem te steken. De valutamarkten in Europa vertonen de eerste tekenen van nervositeit.

16 juli: De Bundesbank verhoogt het disconto tot 8,75 procent; de Lombard-renteblijft op 9,75 procent, reden voor De Nederlandsche bank om de Duitse stap niet te volgen. De dollar begint intussen aan een vrije val. De munt is onaantrekkelijk geworden door het uitblijven van economisch herstel en door de lage rente in de VS. Beleggers vluchten massaal in de D-mark die door de hoge rente en de stabiele economie in Duitsland wel aantrekkelijk is. Ook de lire staat onder druk door de wankele economische en politieke situatie in Italië.

25 augustus: Behalve de dollar komt ook het pond in de vuurlinie te liggen. De aanhoudende recessie in Groot-Brittannië heeft het vertrouwen van de beleggers aangetast. De Bundesbank blijft weigeren om toe te geven aan de druk van de andere Europese landen om de rente te verlagen.

31 augustus: De spanning op de valutamarkt wordt erger als uit verscheidene opiniepeilingen blijkt dat een kleine meerderheid van de Fransen van plan is op 20 september tegen "Maastricht' te stemmen.

8 september: Finland koppelt de markka los van de ecu. De paniek veroorzaakt een run op alle munten in Scandinavië. In een poging de kapitaalvlucht te stoppen, verhoogt Zweden de daggeldrente van 24 tot 75 procent.

13 september: Italië devalueert de lire met 7 procent, nadat de munt maanden tegen de ondergrens van het EMS heeft geduwd. Volgens de Italiaanse pers is de maatregel afgedwongen door de Bundesbank die weigerde nog langer geld te steken in interventies om de lire te steunen.

14 september: De Bundesbank verlaagt de Lombard-rente met 0,25 procentpunt tot 9,5 procent. Het disconto gaat 0,5 procentpunt omlaag, tot 8,25 procent. De Nederlandsche Bank volgt de renteverlaging. Na een korte opleving van het pond en de lire zetten beide munten hun daling voort, omdat de financiële wereld teleurgesteld is over de geringe hoogte van de rentedaling in Duitsland. De dollar blijkt een geliefd alternatief voor beleggers en de munt stijgt weer in waarde. In Zweden wordt de daggeldrente weer verlaagd van 75 naar 20 procent.

16 september: De Bank of England verhoogt de belangrijkste rentetarieven van 10 naar 12 procent. Later op de dag wordt een verdere verhoging aangekondigd tot 15 procent. Deze laatste verhoging wordt korte tijd later weer ongedaan gemaakt. In Nederland en België gaan de rentetarieven opnieuw met 0,25 procentpunt omlaag. Reden voor beide besluiten was om de druk op het pond te verlichten. Op de valutamarkten gaat men er van uit dat spoedig zal worden besloten tot herschikking binnen het Europees Monetair Stelsel. Zweden besluit weer tot verhoging van de daggeldrente tot 75 procent omdat opnieuw veel kapitaal het land verlaat. Het bericht dat de president van de Bundesbank, Helmut Schlesinger, in een interview met het Handelsblatt zou hebben gezegd dat verdere herschikking binnen het EMS nodig is, verhoogt de spanning op de markt. Premier Major zegt een officieel bezoek aan Spanje af.

17 september: In een nachtelijke spoedvergadering in Brussel besluit het Monetair Comité van de EG om het pond en de lire tijdelijk uit het EMS te halen om zo de weg vrij te maken voor devaluatie van beide munten. De Italiaanse regering kondigt aan dat de lire dinsdag alweer zal terugkeren in het EMS. In EG-kringen wordt het Italiaanse plan "onhaalbaar' genoemd. Het Monetair Comité besluit tevens tot devaluatie van de Spaanse peseta met 5 procent. De Bank of England verlaagt de rente weer van 12 tot 10 procent om de Britse economie niet meer af te remmen dan nodig is. De Bundesbank laat weten dat de Duitse rente niet verder zal worden verlaagd. Direct na terugtrekking uit het EMS dalen het pond en de lire fors in waarde. Deze dag gaat de monetaire geschiedenis in als Zwarte Woensdag.

18 september: De spanning op de valutamarkten houdt aan. Ook de Franse franc, de Deense kroon, de Portugese escudo en het Ierse punt dalen en bereiken koersen rondom of net onder de bodem van het EMS. De centrale banken grijpen herhaaldelijk in om de koers te steunen. De Ierse munt wordt gesteund door verhoging van de daggeldrente tot 25.000 procent. Zweden en Italië kondigen ingrijpende bezuinigingsplannen aan in een poging het vertrouwen in de munt te herstellen. Tussen Bonn en Londen breekt een politieke ruzie uit over de aanleiding van de crisis op de valutamarkt. De Britse minister van financiën, Norman Lamont, verwijt de Bundesbank de oorzaak te zijn van de devaluatie van het pond en de crisis binnen het EMS. Hij eist verandering van het Duitse monetaire beleid als voorwaarde voor de terugkeer van het pond in het EMS. In een reactie noemt bondskanselier Kohl de uitlatingen van Lamont “ongepast voor een minister”.