Dot plant

Er is op het ogenblik een zekere rust over de tuin neergedaald, het rumoer van de zomer is voorbij en de planten hoeven zich niet meer in te spannen; de eerste bladeren zijn afgevallen en verdoezelen de rechte lijnen van de borders; het grind biedt een wat verslonsde aanblik.

De overdaad van de Natuur regent naar beneden in de vorm van een rijke oogst aan beukenootjes; wanneer ze bij een windvlaag op de grond vallen klinkt het alsof er een schot hagel op de tuin wordt afgevuurd. We hebben plechtig de twee vijgen die onze boom deze zomer heeft voortgebracht opgegeten; zij waren de eerste produktie en smaakten, netjes in drieën gesneden, onvergetelijk. Er hangen er nog heel wat aan de boom; in een zonniger klimaat dan het onze zouden die ook nog kunnen rijpen.

Een van de meest prominente zaken in de tuin is nu een ander voorbeeld van de Natuur in al haar rijke volheid: de grootste tabaksbloemen ooit gekweekt. In het eerste jaar dat we hier woonden kochten we in het tuincentrum wat gewone nicotiana; ze bloeiden de hele zomer en waren een lust voor het oog. Zo'n lust dat ik, noodlottigerwijze lijkt het nu, op zoek ging naar nog betere soorten. Die van vorig jaar waren een stap in de goede richting: Nicotiana nana "White bedder', groter dan de vorige en heerlijk geurend. Dit jaar leek de vooruitgang niet te stuiten: ik bestelde Thompson & Morgan's Nicotiana sylvestris. Hun beschrijving was onweerstaanbaar: ""A candelabra of fragrant white blooms. Lyre-shaped leaves. Excellent dot or border plant.'' Ik werd zo door mijn vervoering meegesleept dat ik geen aandacht schonk aan het feit dat ze een hoogte van vier voet (1,20 meter) kunnen bereiken en om eerlijk te zijn, al had ik het opgemerkt: ik denk niet dat ik me er aan gestoord zou hebben.

Dit wonderbaarlijke gewas heeft nu een hoogte van bijna twee meter bereikt en ze groeien nog steeds. Niet nodig te bukken om er aan te ruiken, ze zijn op neushoogte; binnenkort is er een krukje nodig. Het zij ook vermeld dat ik ze wat aan de late kant gezaaid had, zodat ze pas bloeiden toen het te laat was geworden om 's avonds buiten te zitten; dat, tenminste, is de barmhartigste verklaring dat ik nog geen spoor van geur heb ontdekt. Voor ze begonnen te bloeien waren ze ook al indrukwekkend: hun bladeren zijn meer dan een halve meter lang, 60 cm om precies te zijn, en 35 cm breed. Ze lijken niet op enige lier die ik ooit gezien heb; meer iets in de geest van sneeuwschoenen.

Naarmate de overige planten onder dat monsterachtige bladerdak verdwenen begonnen meer mensen ons te vragen of wij een eigen tabaksaanplant waren begonnen; ik neem aan dat een "dot plant' een solitaire plant is die de aandacht moet trekken, maar dit was te gek. Ik was verplicht er een stuk of wat uit de grond te trekken, hetgeen pijn doet als je ze zelf gekweekt hebt, en de overige te ontdoen van hun onderste bladeren, die een soort stationsoverkapping vormden voor kleinere planten. De overgebleven exemplaren kun je vanuit ieder punt in de tuin zien; wel indrukwekkend, maar op een wat hardhandige manier; volgend jaar zullen we toch maar een wat bescheidener soort proberen.

Een andere plant die nu bloeit is heel was discreter, in feite weer wat al te discreet. In tegenstelling tot de nicotiana's heb ik er maar één van, maar daar is een goede reden voor: het is de duurste vaste plant die ik ooit gekocht heb. Bijna twintig gulden is een flink bedrag voor een plant en voor die prijs denk je eerder aan een "dot' dan aan een heel bos.

Het is een zeer speciale soort cimicifuga, Cimicifuga ramosa "Atropurpurea'. Hoewel je cimicifuga's altijd op die lijsten voor "schaduwplekken' achterin tuinboeken tegenkomt kwam het er op een of andere manier niet eerder dan dit jaar van dat ik er een kocht. Ik aarzelde eerst om een "Atropurpurea' te nemen, aangezien die meer zon nodig heeft dan andere soorten, maar ik had net iets gelezen over een tuin ontworpen door Mien Ruys waarin de kleur van een rode beuk herhaald werd in het gebladerte van andere planten (Onze eigen tuin, zomer 1992) en dit leek een goed zij het tamelijk kleinschalig begin.

Het is een zeer aantrekkelijk ogende plant, met bladeren en stengel van een prachtig donker bruinig paarse kleur (zoals de naam al zegt) die zeer fraai contrasteert met alles er omheen. Helaas houden ze die kleur niet in de schaduw, dan neigen ze naar een soort modderig groen. Maar het meest ongelofelijke van ze zijn de bloemknoppen die klein zijn, volmaakt rond en, zo mogelijk, nog donkerder dan de bladeren, zwart-paars. Blijkbaar zijn sommige vormen beter - dat wil zeggen donkerder - dan andere en heb ik een heel goede getroffen. Zij bleef in knop gedurende wat mij een uiterst lange tijd leek, en toen plotseling vond ik de knoppen opengesprongen, bijna allemaal tegelijk, en elk had een zuiverwitte bloem voortgebracht, een kruising tussen een ster en de pluisbol van een paardebloem.

Het effect is spectaculair, bijna ongelofelijk. De bloeiwijze van de cimicifuga wordt vaak beschreven als gelijkend op flesseborstels of lampepoetsers, hetgeen, hoe juist dat ook mag zijn, aan de schoonheid van deze bloem geen recht doet; in dit geval zou je het woord niet in je mond willen nemen: het contrast tussen het donkere van de stengel en het wit van de bloemen is feeëriek; het maakt dat elk wit bloemetje afzonderlijk uitkomt in plaats van op te gaan in een algemene witte massa. Wat eigenlijk het dichtst in de buurt komt is het kindervuurwerk dat wel "sterretjes' of "koudvuur' wordt genoemd.

Het enige min-punt dat ik met veel moeite kan bedenken is dat men, aangezien het een tamelijk hoge plant is, de neiging zou kunnen hebben haar achterin de border te zetten en dan zou je het vuurwerk niet goed kunnen zien. Het kwam zo uit dat ik alleen ruimte vooraan had en daar kan ik haar nu moeiteloos bewonderen. En daar zal zij blijven, donkerpaars, de volmaakte dot plant.

    • Sarah Hart