De winst van afwijzing referendum

Alles is gezegd en iedereen heeft gesproken. Na een hectische campagne zoals Frankrijk in vele jaren niet gekend heeft, gaan 38 miljoen kiesgerechtigde Fransen morgen stemmen - voor of tegen het Europa van "Maastricht'.

Iedereen heeft gesproken. De president, een oud-president, de zeven premiers die Frankrijk de laatste achttien jaar heeft gehad, zijn vóór ratificatie van het verdrag over de monetaire en politieke unie. Hetzelfde geldt voor 434 van de 538 leden van de Nationale Vergadering en 210 van de 305 Senatoren en negentien van de 22 presidenten van de Regionale Raden die Frankrijk kent. De aanvoerders van het neen - de gaullisten Charles Pasqua en Philippe Séguin, de liberaal Philippe de Villiers, een handjevol linkse socialisten, de communisten en extreem-rechts - zijn dus duidelijk in de minderheid.

Iedereen heeft het zijne over "Maastricht' gezegd. De Franse vereniging ter bescherming van vogels is voor, de jagers en vissers van Chasse, Peche et Nature et Traditions zijn tegen en de federatie van hengelsportverenigingen laat de drie miljoen leden zelf beslissen. Talloze comite's hebben zich gemeld met manifesten en manifestaties - artiesten, intellectuelen, Nobelprijswinnaars - de meesten voor, sommigen tegen "Maastricht'. Abbe Pierre, de priester die zich al tientallen jaren om de thuislozen bekommert, is vóór - evenals prins Napoleon "want je kunt niet anders met zo'n naam'.

De wereld van de economie heeft zich uiteraard ook laten horen over het Europa dat zijn betekenis voor Frankrijk als grote markt al tientallen jaren heeft bewezen. Een van de twee Fransen die in de industrie werkzaam zijn, werkt voor de export. Tweederde van de produktie van de Franse landbouw gaat naar "Europa', de helft van de auto's die Frankrijk produceert, wordt geëxporteerd, voor het grootste deel naar "Europa'. Het is dus niet verbazend dat het bedrijfsleven, vooral de internationaal opererende ondernemingen, in grote meerderheid voor is, met als bekende uitzondering Peugeot-baas Jacques Calvet die meer in protectionisme dan in liberalisme gelooft.

Hoewel dus het politiek/economische establishment in Frankrijk ratificatie van het verdrag bepleit, en de Franse lezers en kijkers de afgelopen weken en maanden met informatie - zakelijke en demagogische - zijn overstelpt, lijkt de uitslag van het referendum nog steeds onzeker. Bijna de helft van de Fransen met een mening (een derde van de ondervraagden heeft geen mening), zou zondag volgens opinieonderzoekers nee gaan stemmen. Vele miljoenen kiezers zijn dus geneigd af te haken, Maastricht is een brug te ver. Voor de verklaring van dit verschijnsel zijn allerlei redenen, maar ze begint met een vaststelling vooraf die niet voor de hand ligt in Nederland, waar de kranten de ene dag de "meevallers' en de dag daarop de "tegenvallers' van het ministerie van Financien als nieuws brengen. In Frankrijk prevaleert de politiek nog altijd verre boven de economie, die naar het woord van De Gaulle de politiek volgt "zoals de intendance het leger'.

Een ander deel van de verklaring is gelegen in de voorgeschiedenis die begint met de vraag waarom president François Mitterrand het referendum koos terwijl een ruime meerderheid bij ratificatie langs parlementaire weg verzekerd was. Het antwoord is drieledig. Toen Mitterrand de dag nadat de Deense kiezers Maastricht hadden afgewezen, besloot dat de Fransen zich eveneens in een referendum moesten uitspreken, bestond volgens opiniepeilingen een ruime meerderheid voor "Maastricht'.

Tweede reden: met een referendum zouden de grote rechtse partijen, de gaullistische RPR en de liberale UDF, uit elkaar gespeeld worden en de RPR worden gesplitst. Het debat over de noodzakelijke grondwetswijziging in het voorjaar had getoond dat vooral binnen de RPR een grote minderheid bestond die gekant was tegen verdergaande Europese integratie. Tenslotte - derde reden - is het nooit slecht om de rest van Europa eraan te herinneren hoe belangrijk de Franse stem is.

Deze parlementaire Franse minderheid - van politici dus en niet van economen - greep haar kans. Charles Pasqua, leider van de RPR-fractie in de conservatief gestemde Senaat, en Philippe Séguin, de aartsgaullistische afgevaardigde die in mei na een rede van drie uur de grondwetswijziging en "Maastricht' af wees, verenigden zich in een "rassemblement' tegen de Europese Unie. Philippe de Villiers, een conservatieve strijder voor herstel van Franse waarden uit de Vendee, begon naar de beste katholieke tradities een kruistocht tegen drugs, open grenzen, de mafia en ander onheil dat in het Europa van Maastricht over Frankrijk zou komen. De communisten die zoals bekend tegen het "groot-kapitaal' zijn, en uiterst-rechts dat van een Frankrijk met Jeanne d'Arc en zonder Noordafrikaanse immigranten verlangt, completeerden het nee-front. Het links-socialisatische buitenbeentje Jean-Pierre Chévènement, de oud-minister van defensie die voorspelde dat de Golfoorlog de geallieerden "duizenden levens zou kosten', kwam daar nog bij.

De campagne van deze nee-zeggers tegen "Maastricht' was uiteraard politiek van aard met als belangrijkste argument dat Frankrijk zijn soevereiniteit verliest en als "natie/staat' ten ondergang is gedoemd in een "ondemocratisch' Europa dat door "Brusselse technocraten' wordt bestuurd. Voorts zijn er nog duizenden-een redenen om "Maastricht' te verdoemen. Enkele zijn hierboven al genoemd, maar deze opsomming kan moeiteloos worden uitgebreid - met het begrip "subsidiariteit' bijvoorbeeld of met het "Europese burgerschap' en de kiesrechten die daaruit voortvloeien. Maar de belangrijkste factor, die in het voordeel van het 'nee-verbond' werkte, is de afkeur van veel Fransen voor 'de politiek' en in het bijzonder van president Mitterrand en zijn socialisten die na elf jaar aan de macht niet veel meer dan 18 procent van de kiezers worden gsteund.

In een land met een rijke historie als Frankrijk speelt symboliek, waarin de Franse onafhankelijkheid tot uiting komt, altijd een grote rol. De tegenstanders van "Maastricht' speelden met succes in op de gevoelens van trots over "vieille nation' (De Gaulle) en op de "angsten' die bij veel Fransen leven - bij de boeren, de werklozen, de kleine handelaars en talloze andere categorieën die allen een vrees gemeen hebben: dat hun stem niet meer gehoord zal worden in het grote Europese geheel, waarin de Bundesbank, Duitsland, Brussel (in deze volgorde) en niet meer Parijs de beslissingen nemen die hun lot zullen bepalen.

De symboliek bestaat ook in wat men, met enige overdrijving, het dagelijks leven zou kunnen noemen. Franse fruitkwekers, die lage prijzen maken voor hun produkten of te lijden hebben van goedkope concurrentie "uit het buitenland' (meestal een ander EG-lidstaat) protesteren altijd op dezelfde manier. Of ze verbranden autobanden of ze storten overtollig fruit of mest, maar altijd op dezelfde plaats: voor de deuren van de prefectuur - het symbool van de staat. In het Europa van "Maastricht' is de staat niet meer om de hoek, maar in Frankfurt en Brussel gevestigd. De aanvoerders van het nee wakkerden de gevoelens van onmacht die door dit besef veroorzaakt worden, aan - deels met steekhoudende argumenten, deels met demagogie.

Over alles is gesproken - over de munt bijvoorbeeld. Vorming van de Europese monetaire unie, zoals voorzien in het verdrag van "Maastricht', betekent verlies van de nationale soevereiniteit, zo hield Philippe Séguin zijn toehoorders ernstig voor - de Banque de France zal niet meer zijn eigen munten mogen slaan. Premier Pierre Béregovoy verscheen vervolgens op de Franse televisie met een bankbiljet dat voor de helft (de ene kant) "Europees' was (zoveel ecu) en aan de zijde "Frans' - de vertrouwde symbolen waren nog zichtbaar. Dat was lachwekkend en tegelijk tekenend voor de situatie: voor de voorstanders was het soms moeilijk argumenteren.

Toen eind augustus bleek dat het nee 53 procent kreeg, kwam de campagne voor het ja op volle toeren. Tientallen boeken vóór en tegen Maastricht gingen als warme broodjes de winkels uit. Kranten werden overstelpt met ingezonden stukken. De politici putten zich naar het parool van president Mitterrand, uit in "uitleggen en overtuigen'. Op vele tientallen bijeenkomstem in het gehele land kwamen de kiezers in grote getale opdagen om te horen wat hun leiders te zeggen hadden. In het stadje Amneville ( 9000 iwoners) bij Metz trok een spreekbeurt van Philippe Séguin begin deze week 5000 mensen.

Het referendum heeft dus tot een enorme mobilisatie bij het Franse publiek geleid, en de politiek en de politici in zekere mate in ere hersteld. Het Europese beleid van Frankrijk, dat veertig jaar een aangelegenheid voor specialisten was, is een onderwerp van een brede maatschappelijke dicussie geworden en zal dat ongetwijfeld blijven. Dat is politieke winst, ook als "Maastricht' zondag verworpen wordt. Want de constructie van een verenigd Europa kan niet worden opgelegd, er zal voor moeten worden gekozen.

    • Jan Gerritsen