De harde convergentie van de EG; Top-econoom Keating relativeert belang Frans referendum

ROTTERDAM, 19 SEPT. Dat het tot een ernstige crisis van het Europese Monetaire Stelsel zou komen, kon in november van vorig jaar niemand bevroeden, maar Giles Keating voorspelde toen al met precisie de devaluatie van de lire. De chief economist van de Zwitsers-Amerikaanse bank Credit Suisse First Boston dacht toen desgevraagd aan “september 1992 als meest waarschijnlijke tijdstip voor de lire-devaluatie”. De zekerheid waarmee Angelsaksische economen hun prognoses doen, inclusief bedragen, percentages en tijdstippen, mag dan soms roekeloos overkomen, de stelligheid waarmee Keating zijn gezichtspunten uiteen zet spreekt tot de verbeelding.

Bonn en Londen ruziën openlijk over de schuldvraag van de crisis in het Europese Monetaire Stelsel. De valutahandel zette zich gisteren schrap, maar het Franse referendum over de opvolger van het EMS, de Economische en Monetaire Unie, lijkt in het licht van de politieke onenigheid plotseling voorbarig. Toch zullen veel speculanten dit weekeinde onrustig in hun bed woelen in afwachting van de uitslag.

Keating blijft er nuchter onder. Volgens hem zal het op de lange termijn weinig verschil maken hoe de Fransen op zondag oordelen over Maastricht. De onevenwichtigheid van de Europese economieën is een belangrijkere factor. En juist dat evenwicht is de laatste jaren veronachtzaamd. “In de afgelopen jaren zijn de rente en inflatie van de verschillende EG-landen langzaam naar elkaar toegedreven. Ik zou dit de "zachte convergentie' willen noemen. Iedereen maakte humming noises over fiscale politiek en budgetbewaking, maar intussen gebeurde er struktureel weinig.” Aan die vrijblijvende periode is volgens Keating een eind gekomen. De onevenwichtigheid van West-Europa kwam de laatste maand hardhandig aan het licht. “We komen nu in een periode van 'harde convergentie'. De markt dwingt de Europese landen nu om een eensluidend beleid te voeren, op straffe van spanningen onder de valuta.”

Of de Economische en Monetaire Unie nu wel of niet wordt goedgekeurd op zondag, maakt volgens Keating op de langere termijn dus weinig uit. Voorwaarde is wel dat de EG-landen het Europese Monetaire Stelsel willen handhaven. Grote onzekerheid is nu of die bereidheid er inderdaad is. De zinspeling van de Britse minister van financiën, Norman Lamont, om het pond uit het EMS te laten als Duitsland de rente niet naar beneden brengt, veroorzaakte vrijdag al evenveel onrust als de onzekerheid over het referendum. Dat maakt de uitslag van de op maandag geplande Europese topconferentie opeens belangrijker dan de mening van de Franse burger over Maastricht.

Toch doet op de korte termijn de uitslag van het referendum er wel degelijk toe. Keating gaat uit van de hectische en chaotische handel die de afgelopen week kenmerkend was voor de valutahandel. Hij schetst de twee korte-termijn scenario's voor de valutamarkten, wanneer de Fransen zondag “ja” danwel “nee” zeggen.

In het geval van een Franse toestemming over het verdrag van Maastricht, denkt Keating dat de valuta als het Ierse punt, de Portugese escudo, de Deense kroon en de Franse franc, die gisteren sterk onder druk stonden, op maandag korte tijd flink zullen stijgen. Psychologie en de kortstondige opluchting over de monetaire toekomst van Europa zullen daarbij hun werk doen, maar er zijn ook belangrijke technische factoren die de stijging veroorzaken. Keating verwacht dat er omvangrijke “short-posities” zijn opgebouwd door de valutahandelaren en beleggers, die speculeren op een afwijzing door de Fransen. Dat betekent dat er valuta op zeer korte termijn worden geleend en verkocht, om ze korte tijd later op een lagere koers aan te kopen en de lening af te lossen. Als de koers in de tussentijd gedaald is, wordt er winst gemaakt. De Zweedse autoriteiten gingen deze week deze praktijk tegen door de korte rente te verhogen naar 500 procent. Voor het Ierse punt was het animo om short te gaan gisteren zo groot, dat de korte rente daar kortstondig astronomische hoogten bereikte. Ook in Frankrijk liep de korte rente door geldkrapte gisteren even op naar ruim 20 procent. In het geval van een Frans “ja” moet de handel maandag op grote schaal de short-posities aanvullen en ontstaat er een grote vraag naar deze valuta. Dat drijft de prijs voor korte tijd op.

De twijfel over de Economische Monetaire Unie, de opvolger van het Europese Monetaire Stelsel, is intussen langzamerhand omgeslagen in een twijfel over de houdbaarheid van het Europese Monetaire Stelsel zelf. Een Frans “nee” zal die twijfel acuut maken. In dat geval voorspelt Keating voor de korte termijn een forse koersdruk en een hoge korte rente voor de “zwakke” leden van het EMS. “En er zal een nog grotere druk zijn op de regeringen van de Europese Gemeenschap om het EMS geloofwaardig te houden.” Volgens Keating betekent dit, na een eventuele herschikking, een voorstel voor een nauwere bandbreedte waartussen de munten van het EMS mogen fluctueren. “Maar dat alleen zou niet genoeg zijn. De markt verlangt een structureel gebaar.”

Of het door Keating verlangde structurele gebaar bewaarheid wordt, is onzeker. De verdeeldheid tussen Bonn en Londen die gisteren de kop opstak, zaait inmiddels even veel onrust onder de Europese munten als de onzekerheid over het Franse referendum. De valutahandel zit na het Franse oordeel onrustig in de startblokken om de uitslag direct te vertalen in de koersvorming van de verschillende Europese munten. Tokyo opent zondagavond als eerste de financiële markten. Wanneer het referendum niet op een zondag zou hebben plaatsgevonden, maar op een doordeweekse dag, dan zou de uitslag wellicht eerder af te lezen zijn geweest aan het punt, de drie francs, de gulden, mark, kroon, peseta en escudo.