Corruptie

De kritische opmerkingen van H.A. van Wijnen over corruptie bij de overheid (NRC Handelsblad, 12 september) zijn zeker een ondersteuning van het gezamenlijk doel van de auteurs van de studie Bestuurlijke corruptie en fraude in Nederland: beteugeling van dit maatschappelijk kwaad.

De columnist moet echter een blinde vlek gehad hebben toen hij schreef: "Ambtelijke corruptie is een door en door Nederlandse specialiteit'.

Aan het begin van mijn bijdrage aan deze studie geef ik al aan dat het verschijnsel van alle tijden en plaatsen is. Immers, daar en wanneer sprake is van beschavingsgeschiedenis van de mens, die als sociaal levend roofdier wel nooit in staat zal zijn zichzelf volledig te temmen.

Te beginnen bij de hofdignitarissen uit het oude Egypte die voor een deel van de buit aan grafrovers de geheime bergplaatsen verrieden van de rijke gaven die hun farao's meekregen op hun reis in de eeuwigheid. De bouwfraudes in het Romeinse rijk.

De door Van Wijnen ook genoemde Hollandse regenten en Van Oldenbarnevelt ben ik tenslotte beland bij meer recente gevallen uit deze eeuw en de laatste decennia om de aard van het verschijnsel nader aan te geven. In de hoop daarmede verantwoordelijken beter toe te rusten bij het nemen van maatregelen tot preventie; het onderwerp van mijn bijdrage.

Maar ook als Van Wijnen deze passages heeft gemist, kan hij toch na de recente publicaties over de corruptie in Milaan, nog daargelaten de al zeer lang bekende maffiapraktijken in Italië, en bv over Frankrijk en Japan gewagen van een "door en door Nederlandse specialiteit'?

    • Mr. C.M. van den Hoff