Bosnisch overleg in Genève zit muurvast

GENÈVE, 19 SEPT. “De Serviërs hebben bij Foca tweehonderd gevangenen vermoord”, zegt Haris Silajdzic gejaagd, bij het beklimmen van de trap in het Palais de Nations in Genève, waar hij in het kader van de Conferentie voor Joegoslavië, werkgroep Bosnië-Herzegovina, dan toch nog de wettige regering in Sarajevo zal vertegenwoordigen. Het is al laat, half zes 's middags, terwijl het gesprek met Cyrus Vance en Lord Owen eigenlijk al voor twaalf uur stond geprogrammeerd. Vance is al naar huis, als Silajdzic toch nog komt opdagen. De delegatie uit Sarajevo was door de gevechten aldaar verlaat, is de officiële verklaring. Maar Silajdzic kwam niet uit Sarajevo, was donderdagavond al in Genève en heeft de rest van de delegatie trouwens niet meegebracht. Op de trap laat hij weten uitsluitend over humanitaire vraagstukken te willen praten, niet over de constitutionele toekomst die Vance en Owen als het voornaamste onderwerp van bespreking zien.

“Deze eerste dag heeft geen hoop op een doorbraak gebracht”, meent conferentiewoordvoerder Fred Eckhard aan het eind van de dag, maar dat is het understatement van de dag. Wat eerder is aangekondigd als de eerste dag van onderhandelingen tussen de oorlogspartijen in Bosnië-Herzegovina sinds het uitbreken van de strijd daar in april, is geëindigd in een onwaarschijnlijke vertoning, waarbij Vance, Owen en de Finse diplomaat Martti Artisaari beurtelings met vertegenwoordigers van de Kroaten, de Serviërs en de regering in Sarajevo (de moslems) aan tafel hebben gezeten om hun bekende standpunten nog eens te vernemen.

De eerste gesprekspartner was de Kroatische oorlogsaanvoerder Mate Boban, die het Palais des Nations binnenkwam en verliet via een geheime ingang, om de verzamelde pers te ontlopen. Woordvoerder Eckhard voelde zich niet gerechtigd nadere bijzonderheden te geven over het Kroatische standpunt. Waarnemers vermoeden dat de Kroaten weinig behoefte hebben lucht te geven aan het feit dat hun stellingname meer overeenkomst vertoont met die van de Serviërs - Bosnië-Herzegovina opdelen in nationale staten van Serviërs, Kroaten en moslems - dan die van hun nominale bondgenoten, de moslims en de regering in Sarajevo.

“Met de Kroaten valt te praten, omdat die een programma hebben”, meende de Servische oorlogsaanvoerder Radovan Karadzic, die de show stal door niet alleen met een forse delegatie in Genève te verschijnen, maar ook een uitvoerige persconferentie te geven. De door Karadzic gevolgde intensieve cursus Engels begint steeds meer vrucht te dragen, en ook voor een aantrekkelijke photo-opportunity was gezorgd, doordat de Servische leider uit een kartonnen doos "bewijzen voor buitenlandse steun aan de moslims' tevoorschijn haalde: 82-mm-granaten met arabische opschriften, NAVO-rantsoenen. Met de moslims, oftewel de regering in Sarajevo valt nauwelijks te praten, meende Karadzic: “Omdat die geen programma hebben. Nou ja, ze hebben wel een programma maar dat is volkomen onrealistisch. Ze willen de zeggenschap over het hele grondgebied van Bosnië-Herzegovina. Dat zullen de Serviërs, maar ook de Kroaten nooit accepteren”.

“Dit is alleen nog maar het begin van een lang proces”, probeerde woordvoerder Fred Eckhard aan het eind van de dag. De verschillende delegaties is gevraagd frank en vrij hun ideeën over een oplossing voor de toekomst van Bosnië-Herzegovina eens te ventileren, en voor de Hoge Commissaris voor vluchtelingen van de Verenigde Naties, mevrouw Sadako Ogata, een vragenlijst over de veiligheid van de luchtcorridor naar Sarajevo te beantwoorden, op grond waarvan mogelijk vandaag een beslissing kan vallen over hervatting van de humanitaire luchtbrug naar de Bosnische hoofdstad.

Voor zover bekend heeft de vertegenwoordiger van de (moslim-)regering in Sarajevo, minister van buitenlandse zaken Haris Silajdzic, alleen over de humanitaire aspecten van het conflict willen praten. Sarajevo is sterk gekant tegen elk opdeling van Bosnië-Herzegovina en ook elk gesprek daarover. President Alija Izetbegovic van Bosnië-Herzegovina heeft er, zoals bekend, dan ook vanaf gezien in eigen persoon naar de onderhandelingen in Sarajevo te komen.

Eén bescheiden succesje hebben Vance en Owen gisteren behaald: Silajdzic en de andere delegaties hebben erin toegestemd nog een dagje in Genève te blijven en zullen vandaag vandaag elk opnieuw een onderhoud hebben met de bemiddelaars van de conferentie. Daarbij zal ook de niet-coöperatieve Bosniërs, in de persoon van Silajdzic, de vraag worden voorgelegd wat ze vinden van de "kantonisatie', oftewel de etnische opdeling van Bosnië-Herzegovina. Zijn antwoord is al bekend: Izetbegovic heeft de minister naar eigen zeggen op stap gestuurd zonder mandaat over deze kwestie te onderhandelen. “Nee, het begin van een lang proces”, herhaalt woordvoerder Eckhard uittentreure, als hem gevraagd wordt of de onderhandelingen over Bosnië-Herzegovina eigenlijk al niet op voorhand mislukt zijn.

Vance en Owen zouden het al als een succesje beschouwen wanneer de delegaties, of althans gevolmachtigde leden daarvan, tot maandag in Genève zouden willen blijven. Maar dat de verschillende delegaties in Genève om één tafel zouden willen zitten, dat acht de woordvoerder voorshands uitgesloten. “Deze eerste ontmoetingen van vandaag hebben geleerd, dat daarvan binnen een afzienbare toekomst geen sprake kan zijn”.