BEATRICE WEBB; Tegen seks, voor het socialisme

Beatrice Webb. Woman of Conflict door Carole Seymour-Jones 369 blz., geïll., Allison & Busby 1992, f 68,20 ISBN 0 85031 828 9

Beatrice Webb is de geschiedenis ingegaan als een onbuigzame vrouw die samen met haar echtgenoot onleesbare socialistische boeken schreef en de Sovjet-Unie als een paradijs beschouwde. Haar optreden heeft bijtende satire uitgelokt, maar ook ademloze bewondering. Drie biografieën waren reeds aan haar gewijd, maar dat heeft de Engelse historica Carole Seymour-Jones er niet van weerhouden om haar levensverhaal opnieuw te schrijven. Aanleiding voor deze nieuwe biografie, getiteld Beatrice Webb. Woman of Conflict, was de ontdekking van de dagboeken die Beatrice Webb haar hele leven heeft bijgehouden, en die alles bijelkaar drie miljoen woorden bevatten. Dat stelde de biografe in staat om aan de eerder verschenen hagiografie en satire een genuanceerde levensbeschrijving toe te voegen, die bovendien kon worden geplaatst in de geschiedenis van de vrouwenemancipatie.

Beatrice Webb was afkomstig uit een milieu waarin rijkdom, gekte en radicaal temperament overheersten. Ze werd in 1858 geboren als achtste dochter van de spoorwegmagnaat Richard Potter. Haar moeder, Lawrencina Heyworth, had liever eindelijk eens een zoon gehad en negeerde haar aanvankelijk. De zorg voor de kleine "Bee' werd vrijwel geheel overgelaten aan bedienden - haar eerste contacten met de arbeidende klasse. Desondanks, of juist daarom, werd Beatrice net als haar moeder: geletterd, religieus, en niet gewoon goedgemanierd en conventioneel zoals de meesten van haar zusters, die keurige society-huwelijken sloten. Beatrice was anders: ze las, en werd daarbij gestimuleerd door de filosoof Herbert Spencer, een huisvriend van de Potters.

Het vergaren van kennis was haar ideaal, maar het bleek niet mee te vallen om te leven voor kennis als er jonge heren in de buurt waren. Beatrice walgde regelmatig van haar ijdelheid, maar het vlees was zwak en ze stortte zich met overgave in de "London season'. Gedeprimeerd nam ze zich steeds weer voor om streng voor zichzelf te zijn. Dat bleek slecht voor haar gezondheid, maar ze was vastbesloten een zinvol leven te leiden, en niet in het kabbelende bestaan van een gehuwde vrouw terecht te komen.

GOD EN WETENSCHAP

De oplossing lag in het geloof, en aanvankelijk aarzelde Beatrice hevig tussen god en wetenschap. Ze besloot uiteindelijk dat haar roeping lag in het bestuderen van de samenleving en ze volgde het voorbeeld van haar dissidente zuster Kate, die het ouderlijk huis had verlaten om te gaan werken voor een organisatie die zich bezighield met de huisvesting van arbeiders.

Beatrice koos dit werk niet zozeer omdat ze was begaan met het lot van de armen, maar omdat ze meende dat het haar zou helpen in haar studie. Ze voelde wel een licht mededogen, maar behield vooralsnog de vooroordelen van haar milieu. Werkloosheid achtte ze een kwestie van slecht karakter en ze sprak over de armen als de ""aborigines of the East End''.

Terwijl haar dagelijks werk zich afspeelde in de Londense sloppen, woonde ze bij haar vader in Kensington Palace Gardens. Dat was een goede uitvalsbasis voor het society-leven, waartoe ze zich nog steeds aangetrokken voelde. Daarin ontmoette ze haar grote liefde: Joseph Chamberlain, de leider van de radicale vleugel van de liberalen. Chamberlain was knap en gevierd, en op zoek naar een vrouw. Beatrice was gevleid door de belangstelling die hij voor haar toonde. Ze bewonderde hem zeer, maar betwijfelde of hij oprecht was in zijn politieke stellingname. Wantrouwen omtrent zijn motivatie leidde bij haar al snel tot de verdenking van opportunisme en machtswellust. Niet ten onrechte, want Chamberlain sloot zich naderhand aan bij de Tories.

Maar, zoals gezegd, het vlees van Beatrice was niet bijzonder sterk, en ondanks alles bleef ze hem aantrekkelijk vinden. Ze verkeerde in opperste verwarring: enerzijds wilde ze niet toegeven aan haar passie en gedegradeerd worden tot mevrouw Joseph Chamberlain, maar aan de andere kant zag ze op tegen de dreigende status van oude vrijster. Bovendien werd ze gekweld door lust en ze slaagde er niet in die te verdringen. ""Nature is strong and cries out for its natural fulfilment,'' vertrouwde ze haar dagboek toe. Ze huilde veel en had last van slapeloosheid.

Na twee jaar heimelijk leed stelde ze Chamberlain op de hoogte van haar gevoelens, maar haar verklaring leidde tot misverstanden en uiteindelijk tot een breuk. Toen vervolgens bleek dat Chamberlain met een Amerikaanse zou trouwen, raakte Beatrice geheel van streek. De dag voor het huwelijk bracht ze biddend door in Westminster Abbey.

ANDERE SEKSE

Na deze amoureuze catastrofe konden andere mannen haar niet bekoren, al moest ze wel erkennen dat de omgang met de andere sekse haar opwond. Maar dat was ""lower nature''. Ze schaamde zich daarvoor; ze was, schreef ze, nota bene de dertig al gepasseerd! ""But that part of a woman's nature dies hard'', noteerde ze gelaten.

Om Chamberlain uit haar gedachten te bannen, stortte Beatrice zich met alle energie op haar werk, dat ze vooral beschouwde als een uitputtende strijd tegen drankmisbruik en bandeloosheid. Haar sympathie voor de bewoners van de East End groeide intussen wel, en het besef dat liefdadigheid niets uithaalde eveneens. Langzaamaan begon ze het kapitalistische systeem te bekritiseren en groeide haar belangstelling voor het socialisme. Ze las Das Kapital (bij gebrek aan een Engelse vertaling in het Frans) en raakte onder de indruk van tractaten van de Fabians, met name die van Sidney Webb. Uiteindelijk werd ze bekeerd: ""Eindelijk ben ik socialist geworden'', schreef ze in 1890 triomfantelijk in haar dagboek.

De sympathie van Beatrice lag vooral bij de vrouwen van de East End, voor wie ze het in woord en geschrift opnam. Met de feministische beweging had ze evenwel geen affiniteit. Ze sprak zich zelfs uit tegen vrouwenkiesrecht. In vrouwelijke solidariteit geloofde ze wel, maar niet in het vrouwelijke intellect.

In 1886 verscheen haar eerste publikatie, een ingezonden brief in de Pall Mall Gazette waarboven als kop kwam te staan "A Lady's View of the Unemployed'. In de jaren daarna begon ze regelmatig te publiceren, onder meer een artikel over havenarbeiders, en een ophefmakend stuk over het lot van textielarbeid-sters. De opschudding werd vooral gewekt omdat ze daarvoor als een negentiende-eeuwse Günter Walraff in vermomming onder de vrouwen in een fabriek was gaan werken.

Ten slotte ontmoette ze Sidney Webb, die ze omschreef als een merkwaardig mannetje met een enorm hoofd op een zeer klein lichaam, met een glimmende jas en een cockney-accent. Maar ze vond hem wel sympathiek en ze had grote bewondering voor zijn kennis. Webb was niet bepaald een charmeur en raakte totaal in verwarring door de belangstelling die Beatrice voor hem aan de dag legde. Zelfs deed hij haar spoedig een aanzoek. Beatrice wees het af, want ze gruwde van zijn fysieke verschijning. Wat ze wilde was alleen een "working compact', in dienst van het socialisme. Persoonlijk geluk streefde ze niet na, vertelde ze, en Webb hoefde niet te hopen op een "complete' verhouding.

Hij had weinig keus. Consciëntieus als hij was, probeerde hij liefdesuitingen te vermijden en zich te concentreren op het gezamenlijke werk. Uiteindelijk werd hij daarvoor beloond: zijn huwelijksaanzoek werd alsnog gehonoreerd.

PACT

Beatrice wachtte met het bekendmaken van het huwelijk tot haar vader was overleden, maar ook bij de rest van de familie maakte de aankondiging geen groot enthousiasme los. Daarbij speelden klasse-vooroordelen een belangrijke rol (Webb was van zeer bescheiden komaf en verdiende zijn geld als klerk), maar ook haar vriendinnen betwijfelden of het wel verstandig was om te trouwen met een man van wie ze niet hield. Maar Beatrice geloofde in haar pact met Webb. Hij was erin geslaagd haar te doordringen van haar intellectuele afhankelijkheid, en ze was ervan overtuigd dat ze zonder zijn hulp geen groot werk zou kunnen leveren.

De samenwerking wierp inderdaad vruchten af: lijvige werken als History of Trade Unionism en Industrial Democracy waren het resultaat van gezamenlijke arbeid. Samen werkten Sidney en Beatrice ook voor de Fabian Society, de club van linkse intellectuelen waarvan George Bernard Shaw en H.G. Wells prominente leden waren. Een legaat aan de Fabians leidde tot de oprichting van de befaamde London School of Economics, waarmee Sidney zich intensief bezig hield. Hij stortte zich, met het kapitaal van Beatrice als ruggesteun, ook in de politiek, maar een zetel in het parlement mocht hij van haar niet accepteren. Ze had hem thuis nodig, om haar te helpen met schrijven en als steun in perioden van depressie.

Zo'n periode van depressie werd ingeluid door een toevallige ontmoeting met Chamberlain, zeventien jaar na hun eerste kennismaking. Onmiddellijk kwam haar vroegere passie weer boven en het contrast met haar gevoelens voor haar echtgenoot was schrijnend. Beatrice had Sidney gewaarschuwd dat ze alleen met zijn hoofd was getrouwd en hij had dat geaccepteerd, maar ""a purely brain-working and sexless life'' eiste op den duur toch zijn tol. Beatrice kon zich niet meer concentreren, was voortdurend moe en kreeg last van eczeem. Ter bestrijding van haar kwalen onderwierp ze zichzelf aan een steeds strenger dieet, waardoor haar gewicht wel gevaarlijk afnam, maar ook haar "sensuality', en dat was haar voornaamste doel. Via haar dieet hoopte ze haar "lagere natuur' volledig onder controle te krijgen.

Het dieet hielp niet tegen haar eczeem en andere kwalen, maar die verdwenen wel als sneeuw voor de zon toen ze een heuse politieke functie kreeg: ze werd benoemd tot lid van de Royal Commission on the Poor Law and Relief of Distress. Dat was serieus werk. Beatrice genoot ervan en werd door haar agressieve optreden de schrik van de commissie. Haar hardnekkige pleidooi voor afschaffing van de Poor Law vond weinig gehoor, maar in ieder geval had ze een concrete zaak gevonden om voor te strijden. Spoedig droeg ze haar uitgesproken ideeën over sociale hervormingen uit in talloze comités: vroeger of later zouden de rijken moeten betalen om de armen een minimum aan geciviliseerd leven te garanderen.

RADICAL CHIC

Beatrice schepte veel genoegen in haar nieuwe rol, en vooral in de omgang met coryfeeën. Politiek gesproken legden de Webbs weinig gewicht in de schaal, maar ze waren wel "radical chic'. Beatrice zocht het gezelschap niet alleen van Arthur Balfour, maar ook van Virginia en Leonard Woolf en Bertrand Russell. Het enthousiasme was niet altijd wederzijds. Leonard Woolf bijvoorbeeld haatte lunch bij de Webbs. Beatrice praatte dan aan één stuk door en elk tiende woord was "comité'.

Na de Eerste Wereldoorlog nam met het succes van Labour de status van de Webbs nog toe. Sidney veroverde een zetel in het parlement en in 1924 kreeg hij zelfs een plaats in het kabinet van Ramsay McDonald. Beatrice wijdde zich aan haar autobiografie, My Apprenticeship, die in 1926 werd gepubliceerd. Later volgde nog het boek Our Partnership. Ze concentreerde zich daarin uiteraard op haar carrière, haar liefde voor Chamberlain bleef onvermeld.

Uiteindelijk vond Beatrice Webb na het geloof ook het Beloofde Land: de Sovjet-Unie. Toen ze in 1932 met Sidney Leningrad bezocht, werden ze als helden ontvangen. Lenin zelf had hun History of Trade Unionism nog vertaald. Beatrice was enthousiast over de Sovjet-staat: vooral het ontbreken van vrijende paren in de parken achtte ze een belangrijke aanbeveling voor het heersende systeem. Terug in Engeland werd het publiek op de hoogte gesteld van het bestaan van het aardse paradijs. Geschrokken vrienden probeerden Beatrice op andere gedachten te brengen, maar tevergeefs. Tot haar dood zou ze zich blijven vastklampen aan haar geloof in het socialistisch Utopia. Thuis hing ze een portret van Stalin in de gang en als ze de klanken van de Internationale hoorde begon ze onmiddellijk te dansen.

In 1943 kwam er een einde aan het lange leven van Beatrice Webb. Het was een leven geweest waarin de precaire mentale balans nooit helemaal uit evenwicht was geraakt, dank zij een hardnekkig geloof in de juistheid van haar keuzes.