Ambitieuze uitvoering van Mahlers Zevende

Concert: Ned. Philh. Orkest o.l.v. Harmut Haenchen. Programma: G. Mahler: Zevende symfonie. Gehoord: 18/9 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 22/9.

Op twee verloren avonden - wanneer het niet in het Amsterdamse Muziektheater de opera Samson et Dalila begeleidt - speelt het Nederlands Philharmonisch Orkest in het Concertgebouw de Zevende symfonie van Gustav Mahler. Het is voor het eerst dat het orkest onder leiding van Hartmut Haenchen dit ontzagwekkende, bijna anderhalf uur durende werk speelt. De twee publieke uitvoeringen na de repetities zijn dan ook onvoldoende om een werkelijk bevredigend artistiek rendement op te leveren, daarvoor is een langere serie nodig. En nu die er niet is mag men hopen dat deze technisch veeleisende en interpretatief zo gecompliceerde symfonie de komende jaren nog vaak op het programma komt, anders is de moeite die dezer dagen wordt verricht nogal zinloos.

Al mocht men gisteravond dus bij de eerste uitvoering nog geen al te hoge eisen stellen, de prestaties van het Nederlands Philharmonisch Orkest niet rechtstreeks vergelijken met die van het Concertgebouworkest, en de kwaliteiten van Haenchen, die de maat sloeg op de plaats waar Mahler zelf ooit dirigeerde, niet afmeten aan bij voorbeeld die van Haitink, toch paste bewondering. De keuze van Mahlers zevende verraadt de ambitie de grenzen van het orkest, dat bij de Nederlandse Opera steeds beter voldoet, ook in de concertzaal te verleggen.

Men kan natuurlijk vinden dat bijna alles anders en beter zou kunnen klinken, maar evengoed kan worden vastgesteld dat er een technisch redelijk degelijke basis is om verder te kunnen werken. Het probleem bij deze symfonie is dat de lange lijnen vrijwel ontbreken, bijna alles is craquelé en valt uiteen in scherven, die stuk voor stuk met liefde, zorg en aandacht moeten worden samengevoegd tot een collage die cohesie krijgt door zo groot mogelijke contrasten.

Na een wat slap en al te brokkelig begin lukte dat Haenchen en zijn orkest steeds beter, zeker vanaf het Scherzo, de spil van het vijfdelige werk.

In de twee "nachtmuzieken' is een veel scherpere profilering van de rusteloze blazerspassages mogelijk, evenals een bezonkener en sfeervoller schildering van de pastorale flarden, soms voorzien van kleppende koebellen. De finale kwam al een eind in de richting van de enerverende apotheose van de kakofonie.