Aan het ideologische front te Tiraspol

TIRASPOL, 19 SEPT. Om hen heen woedt nu al een half jaar een sluipende oorlog die elk moment weer tot uitbarsting kan komen. Maar Simjon uit Tiraspol vreest niets en niemand. Hij is een “Sovjet-mens”. Zo iemand moet je niet bang proberen te maken. “Dat is nergens goed voor.”

Simjon is 72 jaar, is gepensioneerd en werkt nu als kelner/afwasser in een koffiehuis in Tiraspol, de hoofdstad van de Dnjestr-republiek, het meest westelijke front van de voormalige Sovjet-Unie. Simjon begrijpt de essentie van zijn nieuwe professie. Om één uur zitten we dank zij hem al aan de cognac en praten we over politiek. Alles is hier, in dit verscheurde land waar het ene deel bij Roemenië denkt te horen en de andere helft zich een provincie van het Russische Rijk voelt, politiek.

Simjon woont er al zijn hele leven. Voor Simjon is dat frontgevoel dus geen nieuwe ervaring. Als soldaat vocht hij in het Rode Leger, eerst tegen de Finnen en later tegen de Duitsers. Terwijl hij tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog namens Stalin aan het front bivakkeerde, is zijn hele familie uitgemoord. Want Simjon is, zoals hij zelf zegt, “een echte jood, honderd procent”. Hij spreekt het uit op een manier die je als dubbelhartig-tolerante Nederlander, in dit door xenofobie doordrenkte land, onvermijdelijk het gevoel geeft dat je de historische lading ervan nooit echt zal kunnen begrijpen.

Simjon voelt zich juist door zijn achtergrond thuis in Tiraspol. Deze stad heeft, net als de Moldavische hoofdstad Kisjinjov (Chisinau), in het verleden namelijk steeds een joods karakter gehad. De steden in Moldavië waren altijd joods, een beetje Russisch en nauwelijks Moldavisch. Honderd jaar geleden was 46 procent van de bevolking van Kisjinjov bijvoorbeeld joods, anderhalf keer zoveel zelfs als in Odessa (het "Amsterdam van het Oosten'). Daarna kwamen de Russen (27 procent). De Moldaviërs waren er slechts een kleine minderheid. Zij woonden en werkten tot de oorlog merendeels op het platteland. Van de Moldaviërs woonde in 1897 nauwelijks zes procent in de stad. Het hedendaagse Moldavische nationalisme is niet voor niets zo verweven met een negentiende-eeuwse terug-naar-de-natuur-romantiek, die ook elders in de Sovjet-Unie zo bepalend is voor de nieuwe anti-Russische identiteit van de nieuwe naties.

Pogroms (in 1903 werden de joodse bewoners van Kisjinjov geteisterd door een gewelddadige golf van antisemitisme die alle voorgaande overtrof), de Duitse nationaal-socialisten en hun Roemeense handlangers en vervolgens het van staatswege georganiseerde administratieve antisemitisme van de Sovjet-autoriteiten hebben de joodse cultuur in Moldavië sindsdien grotendeels verwoest. De emigratie naar Israel heeft de laatste tien jaar dan ook een ongekende vlucht genomen. El Al heeft er zelfs een rechtstreekse luchtlijn op Kisjinjov voor geopend.

Maar Simjon is gebleven en zal blijven. Om het “Sovjet-volk” te verdedigen tegen al die brutale aanvallen van buiten. De uitslag staat voor hem vast. “Wij Sovjet-mensen, wij zijn immers niet bang.”

Even denk ik dat de Moldaviërs gelijk hebben in hun afkeer van de Dnjestr-republiek, dat in de ogen van Chisinau niet meer is dan de laatste plechtanker van de oude kameraden. Is Simjon ook zo'n hardnekkige communist die het "einde van het socialistische wereldsysteem' maar niet onder ogen wil zien? Het lijkt er op. Edoeard Limonov, de ooit naar Parijs geëmigreerde underground-schrijver uit Charkov die zich nu in Rusland verdienstelijk poogt te maken als minister voor de "inlichtingendienst' in het schaduw-kabinet van de groot-Russische "rapalje-politicus' Vladimir Zjirinovski en intussen boze stukken schrijft waarin hij de “nationale Russische revolutie” aankondigt, is ook Simjons held. “Editski was hier onlangs. Zó'n vent.” - “Maar Simjon, kunnen zij Rusland na de overwinning straks ook leiden?” - “Nee.” - “Wie dan wel.” - “Aleksandr Jakovlev natuurlijk.” - “Wie? Jakovlev? U bedoelt de adviseur van Gorbatsjov?” - “Uiteraard. Aleksandr Nikolajevitsj was hier anderhalf jaar geleden. We hebben toen koffie gedronken en ik heb hem alles uitgelegd. Hij is de enige verstandige politicus. Begrijpt alles. Hij zal binnenkort orde op zaken stellen.”

In totale ideologische ontreddering neem ik afscheid. Aleksandr Jakovlev, de man die als geen ander de bijl aan de wortels van de Sovjet-staat heeft geslagen, is de laatste hoop van Sovjet-mens Simjon. En hij is niet de enige. Terwijl de elite zich blijft vermeien in tractaten over ideeën en programma's wordt de politiek voor de gewone burger meer en meer het gezicht van de leider die het volk zal redden. Dat Simjons leider Jakovlev en zijn sub-leider Limonov elkaar al na één minuut de hersens zouden inslaan, dat doet er dan ook helemaal niets toe.