Zonder doel in het leven verspilt men energie

Thailand is het land met het hoogste percentage boeddhisten ter wereld: 95 procent van de 55 miljoen inwoners. Het boeddhisme is staatsgodsdienst en speelt een opzichtige rol in het dagelijks leven. De ruim 400.000 monniken en novicen mogen zich niet actief met het landsbestuur bezighouden, maar de leer van Boeddha schrijft wel voor dat politieke en andere zaken veelvuldig moeten worden besproken. En daar houden ze zich aan.

BANGKOK, 18 SEPT. Waarom het is weet ik niet: de monniken in de Mahathat-tempel komen op me af af als vliegen op de stroop. Ze willen allemaal praten, aanraken en samen op de foto. “Banba'ten - Ullit” lispelt een van hen, klanken waarin een geoefend oor de namen van Nederlands meest prominente voetballers herkent. Het is feest vandaag in Wat (tempel) Mahathat en in de aanpalende Mahachula Boeddhistische Universiteit. Na 35 jaar zwoegen wordt een nieuwe uitgave van de Tripitaka, het geheel van boeddhistische geschriften, in de Pali-taal ten doop gehouden. Duizenden jonge monniken, uniform gekleed in oranje jeevons en met kaalgeschoren hoofden, zitten of staan op de agora van de universiteit te luisteren naar langdradige toespraken van dignitarissen.

Pakasit Thaisong is 24. Hij studeert menskunde, naast boeddhisme, psychologie, filosofie en onderwijskunde, één van de vijf studierichtingen. De jonge monnik heeft een vrolijk gezicht, lacht veel, praat graag. De sprekers op het overdekte podium interesseren hem maar matig. Voetbal is zijn grootste passie en dan, op afstand, de politiek. De zwakke motivatie voor de verlichte ideeën van Boeddha valt wellicht te verklaren uit de sociale druk die op Thaise jongemannen rust om, zij het voor korte tijd, monnik te worden. “Wie geen doel heeft in het leven, verspilt zijn energie”, zegt een monnik op het podium (vertaling van Pakasit). Hoogtepunt van de bijeenkomst is het bezoek van prinses Maha Chakri Sirindhorn die het eerste exemplaar van de Tripitaka ontvangt.

In de gangen van de universiteit - schoenen moeten uit - zijn tentoonstellingen over de oude en nieuwe heilige geschriften, over het koninklijk huis, over het boeddhisme in Tibet, Japan, China, India. Pakasit geeft vergenoegd een rondleiding, “wil je ook boeddhist worden”, vraagt hij.

De conrector, Phra Medhiratanadilok (44) is verantwoordelijk voor "buitenlandse zaken'. Hij zetelt in een gewoon kantoor, met gewone stoelen, bureaus en archiefkasten, alleen zien hij en zijn personeel er niet uit als standaardklerken. De oranje kledij steekt koddig af bij het moderne meubilair en het is voor de halfblote lichamen nog knap koud ook, de airconditioning loeit op volle toeren.

Medhiratanadilok pulkt ongeneerd in zijn neus, zakt lekker onderuit en geeft glurend over zijn leesbrilletje een exposé over het boeddhisme en de politiek. Het Thaise Theravada-boeddhisme, de zuidelijke tak van de leer, is vervlecht met eeuwenoude animistische gebruiken, zegt hij. “De gewone gelovigen zijn zich daarvan niet bewust, ik wel.” Hij declameert de vijf boeddhistische leefregels: gij zult niet doden, stelen, overspel plegen, liegen, en sterke drank of verdovende middelen tot U nemen. Maar hij voegt er bedroefd aan toe dat misschien maar 5 procent van de mensen zich daar werkelijk aan houdt. De boeddhistische voorman is vooral zeer ongelukkig over het gedrag van 's lands politici. “Ze vertegenwoordigen het volk niet, ze denken alleen aan zichzelf.”

Gelukkig is de koning wel een goede boeddhist, vindt Phra Medhiratanadilok, zoals staat geschreven: “De koning moet ministers die (...) dieven van het volk zijn straffen en hun uit het ambt zetten.” Dat is precies wat koning Bhumibol dit voorjaar deed toen generaal Suchinda Krapayoon zich aandiende als premier en de “woede van het volk” over zich uitriep. Medhiratanadilok noemt de uitslag van de verkiezingen van afgelopen zondag “een zegen” voor Thailand, van de nieuw gekozen politici verwacht hij veel karman, goede daden.

“Het belangrijkste is dat de militairen afzien van bemoeienis met de regering, zolang dat niet gebeurt is ons politieke systeem niet stabiel en kunnen de gebeurtenissen van mei zich herhalen”, zegt de hoge boeddhist.

Bij het verlaten van zijn kantoor struikel ik bijna over de elektriciën. Smerige handen, beladen met gereedschap en kabels die over zijn naakte rechter schouder hangen. Hij sluit de geluidsinstallatie af, het feest loopt ten einde. Bij het toilet, buiten, wringen jonge monniken zich onder hun gewaden in de meest onmogelijke bochten om op een decente manier hun behoefte te doen.

Om een middag boeddhisme tot een goed einde te brengen besluit ik in de tempel het religieuze ritueel te volgen. Ik schaf de vier noodzakelijke attributen: een kaars, een lotusbloem, wierook en vijf flinterdunne (0,000127 mm dik) blaadjes goud aan en loop ermee naar de galerij van de wat die rondom is afgezet met tientallen goudkleurige boeddhabeelden, vier à vijf meter hoog. Keus te over om mijn favoriete god uit te zoeken. Ze lijken allemaal op elkaar en dus kies ik voor de boeddha die het mooist uitkomt in het laatste zonlicht. De kaars en de wierook steek ik aan, de dichte lotusboem wordt in een vaas gezet, om tot bloei te komen. Ten slotte plak ik het goud op Boeddha's beeld en maak een mooie wai, de handpalmen voor de borst tegen elkaar gedrukt. Zo heb ik de geesten van mijn voorouders geëerd en mezelf een gelukkig en welvarend leven in het vooruitzicht gesteld.

Met het boeddhisme kan men, zoals met de meeste godsdiensten, alle kanten op. “Het boeddhisme is een gewoonte bij ons”, zegt een tempelbezoekster, “we denken er niet bij na.” Hoewel een zo gunstig mogelijk uitgangspunt voor wedergeboorte een groot goed is, levert de gedachte dat een deel van het leven al is voorbestemd een welkom excuus het niet zo nauw te nemen met de regels. De handel bij de tempels is een weergave van deze kruising tussen oprechte verering van het boeddhisme en "voorbestemde onwettigheid'. Zo wordt aan het kopen van de offerandes geen geld verdiend - het hangt af van de gever, de meesten geven tien of twintig baht (een baht is zeven cent). Maar de man met de vogelkooitjes, bij de ingang van de tempel is een notoire charlatan. Voor twintig baht kan men de vrijheid van twee zangvogeltjes kopen. Het loslaten van de vogels is een goede daad. De koopman houdt het kooitje angstvallig bij zich en iedere Thai weet dat hij òf de vogels in het geheel niet laat vliegen òf een truc heeft om ze onmiddellijk weer te vangen, Boeddha moest eens weten.