Vrijdag 18; Filmoma

De Nederlandse bioscoopwereld heb ik wel eens vergeleken met een eerbiedwaardige dame van in de negentig, die een beetje te bekakt praat om te verhullen dat ze ooit een straatmadelief was. Er komen niet veel mensen meer bij haar op bezoek, maar ze beschikt nog steeds over een aura en een levenservaring, die velen haar benijden.

Het wordt hoog tijd voor een flinke sanering in het bioscoopstraatje; nieuwe huisvesting in multiplex-bioscopen heeft haar Engelse en Belgische nichtjes geen windeieren gelegd. Ons huidige filmkrot is aan alle kanten uit de wind gehouden en gestut door schuttingen, opgetrokken uit beschermende bepalingen. Ook die dreigen het nu te begeven.

Vorige week was er heel wat beroering in het filmsteegje. Eerst kwam de wijkagent informeren hoe dat zat met die certificaten, die ze ondertekend had voor een Spaans familielid. Hoe haalde ze het in haar hoofd te beweren dat Basic Instinct en Terminator 2 en nog 69 andere Amerikaanse films de Nederlandse nationaliteit hadden, zodat die Spaanse achterneef er Eurosubsidie mee kon opstrijken? “Gut, agent,” zei oma Bioscoopbond, “daar heb ik nou nooit bij stil gestaan. Ik dacht dat het alleen maar voor de douane was. Ik heb er zelfs nog voor alle zekerheid bijgeschreven dat Basic Instinct een Nederlandse cameraman en regisseur had. Stom hoor, van die Spanjolen, dat ze dat verkeerd begrepen hebben. Maar het zal nooit meer gebeuren.”

De agent tikte aan zijn pet en maakte een notitie voor de wethouder van culturele zaken, die spoorslags naar Madrid vertrok om het uit te praten met zijn Spaanse collega. Intussen ging oma verder met de voorbereidingen voor haar verjaarsfeestje, de Nederlandse Filmdagen. Er dreigden enkele ongenode gasten te komen: geen slechte jongens, familie zelfs, maar ze hadden voor de televisie gewerkt, en daarover was vorig jaar ook al zo veel heibel geweest, omdat juist zij bij het koek happen een Gouden Kalf wonnen. Oma stuurde Frans Weisz en Ben Sombogaart een briefje dat ze niet welkom meer waren.

Het tragische is dat dit jaar de grotendeels door de televisie gefinancierde produkties Frans Weisz' Op afbetaling, Ben Sombogaarts Het zakmes en André van Durens Richting Engeland veel meer kwaliteit in huis hebben dan negentig procent van de echte bioscoopfilms, van Flodder in Amerika tot Voor een verloren soldaat. In Duitsland haalt dertig tot veertig procent van de met overheidssubsidie gefinancierde speelfilms de bioscoop niet eens meer, en vinden de enige vertoningen vaak tijdens festivals en op televisie plaats. Moderne oma's zijn blij dat hun kleinkinderen zo toch nog aardig terecht komen. Maar in Nederland slaat opoe er met de paraplu op los, bedenkt nieuwe reglementen en doet de deur op slot. Het blijft een schat met een prachtige verzameling oud porselein, we hebben begrip voor haar zure kuren, maar als de ramen niet snel open gaan, zakt de hele inboedel van mufheid in elkaar.