"Veel mensen zijn nu in hun eentje op zoek, soms in het wilde weg'; De godsdienstigheid bestaat steeds meer buiten de kerken

In Amersfoort wordt morgen een landelijke, oecumenische Kerkendag gehouden. Naar verwachting komen er tienduizenden bezoekers en vele sprekers, onder wie minister Hirsch Ballin van justitie die een nieuwe boodschap voor de kerken heeft.

AMSTERDAM, 18 SEPT. “Voor mij heeft de zondag iets prettigs, iets spannends”, zegt Mary Michon (53), programmamaakster bij IKON-televisie en presentator van de Kerkendag. “Als ik niet uitslaap, ga ik naar de kerk - nu eens naar de Westerkerk, hier vlakbij dan weer ergens anders. Ik houd daarvan en zo'n zondag, dat is wel totaal iets anders dan de ontzielde manier waarop auteurs als Maarten 't Hart het kerkelijk leven beschrijven. Ik ben die zouteloze en versteende kritiek op de kerk, dan ook goed beu want ze komt toch alleen maar van mensen die al in geen 20-30 jaar meer in de kerk geweest zijn en haar dus niet meer van binnen kennen".

Mary Michon schaamt zich niet voor haar geloof. Ze houdt ervan, ook van de kerk en van de mensen die daar komen. Vandaar dat ze zich ook graag beschikbaar stelde om de tweede Kerkendag (de eerste was in 1989 in Utrecht) in Amersfoort te presenteren. Ze is een rappe praatster, ook voor zalen met veel mensen. Daarom doet zij morgen de opening van de kerkelijke landdag en spreekt er over een tekst uit de bijbel: een gedeelte uit Jesaja over "het komende vrederijk' van God.

Niet iedereen is even enthousiast over de bijeenkomst in Amersfoort, de stad waar ook de landelijke Raad van kerken is gevestigd. Zo meent de godsdienstsocioloog, dr. G. van Tillo die binnenkort hoogleraar aan de theologische faculteit van Amsterdam wordt, dat de kerken door zo'n bijeenkomst te houden op een oude manier aan de weg timmeren. “Ze mikken nog steeds op grote aantallen, op stampvolle kerken en eisen veel aandacht voor zich op, maar als je nieuwe wegen zoekt, moet je die nu juist niet met oude middelen trachten te vinden”. Anderzijds hoopt de doopsgezinde predikant, G. Brüsewitz uit Den Haag dat zo'n Kerkendag iets concreets oplevert. “Anders vervalt steeds verder het bestaansrecht van de kerk - dan wordt een kerkendag enkel een vastgestelde dag naast andere dagen zoals gehaktdag of museumdag”.

Het is de kerken de laatste decennia niet goed gegaan. Duizenden gelovigen keerden zich er van af. Eerst vertrokken veel jongeren, daarna vrouwen en nu zijn volgens Michon, ook de mannen aan het zwerven geslagen. Ze zijn naar haar mening op zoek naar "verdieping' van hun oude geloof. Mary Michon noemt hen de "esoterie-gangers', mensen die op hun speurtocht vaak bij het "Nieuwe tijdsdenken' uitkomen. Wat dat precies is, weet zij nog niet. Ze is het aan het verkennen en maakt er voor de IKON een anderhalf uur durende televisiefilm met de titel "In de zevende hemel' over die volgend jaar maart wordt uitgezonden.

Het gaat daarin over intieme ervaringen, over reïncarnatie, karma en verlossing. “Sommige mensen zijn daar al jarenlang mee bezig en dat moeten we serieus nemen”. Dat de kerken dat beginnen te doen, blijkt volgens Michon uit het zeer gevarieerde programma-aanbod van de Kerkendag. “Nieuwe begrippen dienen zich aan, andere verdwijnen. Zo'n idee van God als "de totaal Andere', de totaal onbenaderbare dat in deze eeuw zo sterk door de Zwitserse theoloog Karl Barth en door veel Nederlandse protestantse theologen is benadrukt, is betekenisloos geworden. Barth is volkomen voorbij. Dat geldt ook voor de de Heidelbergse Catechismus en de begrippen zonde en schuld. In wat ik "esoterisch denken noem', wordt de eigen, gelovige ervaring als uitgangspunt genomen, het ontdekken van God-in-jezelf. Veel mensen zijn nu in hun eentje op zoek, soms in het wilde weg en omhelzen daarbij inzichten uit stromingen waar ze de oorsprong niet van kennen. Voor hen zou de kerk een vrijplaats moeten zijn. Bovendien is er dan voor theologen veel werk aan de winkel omdat zij zouden kunnen helpen om aan al die - op het eerste gezicht vaak nogal vreemde - ervaringen een duiding te geven”.

Mary Michon voelt zich in de kerk goed thuis. Ze zegt er iets van Gods nabijheid te voelen. “Van de kerk krijg ik vaak een kick: van de stilte in een dienst, van in de bijbel lezen, naar verhalen luisteren, zingen. Ik weet wel als wat ik zeg op papier staat, dan klinkt dat allemaal nogal lullig”. Ze komt uit een liberaal-gereformeerd Amersfoorts gezin waar bijna alles mocht. Mary mocht zelfs, vrij ongebruikelijk in gereformeerde kring, naar de theaterschool. Met Leen Jongewaard en Conny Stuart stond ze een paar jaar op de planken. Uiteindelijk kwam ze bij de IKON terecht. Als researcher en televisieprogrammamaker.

Zo succesvol was ze was met haar programma's, dat één daarvan in 1986 met de Nipkow-schijf werd bekroond. Mary Michon voelt zich nu sterk staan. “Eén ding weet ik heel zeker. Dat men respect voor mij heeft omdat ik in staat ben religiositeit van woord naar beeld te vertalen. Dus blijf ik mij niet langer verdedigen tegen de domheid en onwetendheid van mensen, vooral 40 tot 50 jarigen, die van geloof en kerk voortdurend zo'n kwetsende caricatuur maken”.

Maar als ze in de toekomst kijkt, ziet het voor de kerken toch donker in. “De kerktorens verdwijnen uit het beeld”, zegt ze en van “van het kerkvolk zal maar een heel klein kuddeke van gelovigen overblijven”. Wat dat betreft is de katholieke godsdienstsocioloog Van Tillo het volkomen met haar eens omdat alleen al in de hoofdstad twintig van de veertig kerken gesloopt of buiten gebruik gesteld worden. “Er komen nauwelijks mensen meer, die gebouwen zijn onbetaalbaar geworden. Men wil geen vieringen meer of vindt gewoonweg dat de pastor niet kan preken. Natuurlijk betekent dat niet dat alle kerkverlaters ongodsdienstig zijn geworden. Sommigen zijn hun bestaanservaringen in het genieten van kunst gaan zoeken en anderen in de natuur. En waarom ook niet. Daar zouden de kerken op moeten inspelen, maar ze zijn zo gefixeerd op hun orthodoxie en hun theoretische, historisch bepaalde geloofsleer, dat dat niet lukt”.

Van Tillo signaleert ook dat het aantal theologie-studenten elk jaar zo hard terugloopt. “In de dodendans die je nu ziet, gaat dat de ene theologische faculteit na de andere de kop kosten”. over de vraag of en hoe ernstig dat is, spreekt hij zich niet uit, maar wijst op het boek The religious consciousness dat hij enkele jaren geleden met zijn collegaas L. Laeyendecker en M. Thun schreef. Daaruit blijkt dat er naast de georganiseerde kerkelijkheid nog heel wat meer religievormen en waardenoriëntaties zoals agnosticisme, meditatievormen en geloof in een buiten-empirische werkelijkheid, bestaan. “Je zou dus kunnen zeggen dat er buiten de kerk meer godsdienstigheid voorkomt dan daarbinnen”.

    • Frits Groeneveld