"Suriname kan niks met twintig artsen uit Nederland'; Studenten Suriname willen na studie in Nederland niet terug

ROTTERDAM, 18 SEPT. “Het heeft absoluut geen zin om Surinamers die in Nederland hebben gestudeerd te verplichten naar hun vaderland terug te keren. Dat kan de Surinaamse regering wel willen maar als hier bijvoorbeeld twintig artsen afstuderen, wat moeten ze er daar dan mee? Om over vliegtuigbouwers maar te zwijgen.”

Karen Raghoebar (24) heeft de Surinaamse nationaliteit en is vijfdejaars student fiscaal recht in Leiden. Na haar studie zou ze het liefst naar Suriname terugkeren maar of ze het doet is twijfelachtig. Ze vreest daar in een diep gat te zullen vallen: economisch gezien gaat het Suriname niet voor de wind en de banen liggen er allerminst voor het oprapen.

Karen is niet de enige die er zo over denkt. Het Tweede-Kamerlid H. Aarts (CDA), die onlangs een parlementaire delegatie naar Suriname leidde, heeft daar vernomen dat tachtig tot negentig procent van de Surinaamse studenten na afloop van de studie in Nederland blijft hangen. En dat terwijl ze volgens de regels van de Vreemdelingenwet terug moeten: hun visum geldt alleen voor de tijd dat ze hier studeren. Afgestudeerden zouden hier veel te gemakkelijk een werkvergunning krijgen, denkt Aarts en hij wil strengere controle op naleving van de Vreemdelingenwet. “Je kunt wel zeggen: je moet terug, maar ze blijven gewoon”, aldus het Kamerlid.

De Surinaamse regering vroeg de Kamerdelegatie de methode toe te passen van landen als de Verenigde Staten en België, waar studenten direct na het afstuderen naar hun vaderland worden teruggestuurd. Een werkvergunning zouden ze hier gewoon niet mogen krijgen. Suriname heeft zijn hoogopgeleiden hard nodig. Het onderwijs is er slecht aan toe door jaren van economische malaise, burgeroorlog en het wegtrekken van studenten en leraren. Zonder hen is het vrijwel onmogelijk om iets aan die slechte economische situatie te veranderen.

Tweede-Kamerlid A. Melkert (PvdA), die ook deel uitmaakte van de delegatie, vraagt zich af of het zonder meer terugsturen van studenten veel zin heeft. Melkert: “We moeten bij dit probleem niet alleen het Surinaamse staatsbelang volgen, maar ook de belangen van de individuele student. Met de Nederlandse regering moeten we overleggen wat we eraan kunnen doen. Het arbeidsaanbod in Suriname speelt een rol, evenals de arbeidsvoorwaarden”.

Voor Surinaamse studenten telt vooral de manier waarop de studie wordt gefinancierd. Sommigen krijgen een beurs van de overheid, anderen moeten hun studie zelf betalen. Brigitte Spalburg (24), tweedejaars student rechten in Leiden: “Degenen die een beurs krijgen, hebben de morele plicht om terug te gaan. Zij zijn de uitverkorenen”. Brigitte is Surinaamse. Een beurs krijgt ze niet. “Ik studeer hier, omdat de studie rechten in Suriname een puinhoop is. Er is een tekort aan docenten, literatuur is er nauwelijks te vinden. Als je daar al aan afstuderen toekomt, heb je aan je bul niets.”

Een van de voorwaarden om een beurs voor een opleiding in het buitenland te krijgen, is dat je die studie niet in Suriname kunt doen. Afhankelijk van de financiële situatie van de overheid kunnen jaarlijks zo'n twintig tot veertig studenten een beurs krijgen. Elk jaar komen ongeveer duizend aanvragen bij het ministerie van onderwijs binnen. Een strenge selectie is onvermijdelijk.

Het terugkeren naar Suriname wordt voor de beursstudenten door de overheid extra aantrekkelijk gemaakt door het vooruitzicht dat de studieschuld bij terugkeer zal worden kwijtgescholden. Maar door een te soepele houding van de Surinaamse overheid ten opzichte van studenten die in Nederland zijn gebleven, hebben ook zij hun schulden nog steeds niet terugbetaald. Mogelijkheden om het geld met terugwerkende kracht terug te vorderen, worden in Suriname onderzocht.

Wanneer ze in Nederland afgestudeerd is, wil Brigitte niet terug naar Suriname. “Natuurlijk behoor ik ook tot de "uitverkorenen' omdat mijn ouders een vergunning hebben gekregen om geld over te maken. Die krijg je niet zo makkelijk, want de Surinaamse regering wil het geld liever in eigen land houden. Maar als je de juiste mensen kent bij de overheid, lukt het uiteindelijk wel. Maar ik heb niet dezelfde morele plicht als de studenten die een beurs krijgen. Dat is toch anders.” Eerst in Amerika verder studeren en daarna ergens geld verdienen, is Brigittes plan. Pas als het in Suriname wat beter gaat, wil ze terug naar haar vaderland.