Stappen

Nu de zomer op zijn laatste benen loopt, nu met enige opluchting kan worden vastgesteld dat de jaargetijden zich in ieder geval nog aan de afgesproken volgorde houden, nu staan hier nog een paar restanten, nu zit ik nog met de wandelende meeuw van Griend.

Hij kwam uit het duin, een onvolwassen kokmeeuw, en begon schuin over het strand, recht tegen de wind, naar het water te lopen. Het waaide bijna windkracht zeven. Stap voor stap, een beetje sjokkend, ongeveer zoals een eend, zeker tien minuten zonder ook maar een moment te versagen, stap voor stap, die meeuw in een eindeloze vlakte.

Zwak of ziek was hij en dat moet hij hebben geweten, hij moet hebben geweten dat dit lopen niet de bedoeling van een kokmeeuw was. En dat hij nog te weinig had geleefd om te kunnen weten wat wel de bedoeling van een kokmeeuw was, zal dit besef raadselachtiger hebben gemaakt, dreigender.

Ik schrijf niet graag over dingen waaraan ik een hekel heb, schreef ik laatst. Dan betekent het iets dat ik graag over zo'n mislukte kokmeeuw schrijf. Dat betekent dan dat ik geen hekel heb aan een vleugje tragiek.

Toen ik voor de laatste keer omkeek was hij nog maar halverwege, halsstarrig onderweg, stap voor stap voor stap.