Spanjaard dirigeert Verdi's Requiem met gloedvolle dramatiek

Concert: Het Brabants Orkest en het Philips Philharmonisch Koor o.l.v. Ed Spanjaard m.m.v. Charlotte Margiono, Anne Howells, Mark Luther en David Wilson-Johnson. Gehoord: 17/9 Muziekcentrum Frits Philips. Herhaling: 20/9 Theater aan het Vrijthof, Maastricht.

De feestelijke herdenking vandaag van de bevrijding van Eindhoven op 18 september 1944 werd gisteravond - na het zingen van het Wilhelmus - ingeluid met een gloedvolle uitvoering door het Brabants Orkest van het Requiem van Verdi in het nieuwe Muziekcentrum Frits Philips. Het Requiem, dat zondag nogmaals ten gehore wordt gebracht in het festival Musica Sacra in Maastricht, eindigt met de dringende bede van sopraan en koor Libera me - bevrijd mij.

Voor dirigent Ed Spanjaard is het geen vraag of het Requiem opera is of kerkmuziek: de heftige gevoelens over leven en dood, over sterfelijkheid en de bevrijding daarvan in een eeuwig leven, krijgen bij hem de gepassioneerde dramatiek die daar nu eenmaal natuurlijk bij hoort.

Nooit eerder zag ik Spanjaard, die een ruime ervaring heeft als opera-dirigent en de afgelopen jaren in ons land twee keer een produktie leidde van Verdi's Aida, zó gedreven en intens beheerst bezig. Het resulteerde in een geïnspireerde en ontroerende uitvoering in grootse stijl van een van de mooiste muzieken die ooit zijn geschreven.

De felle contrasten werden maximaal aangezet, maar daartussendoor wist hij bij het uitstekend spelende Brabants Orkest en het voortreffelijk reagerende Philips Philharmonisch Koor een weelde aan genuanceerde klankkleuren aan te brengen. Spanjaard blonk uit in zorgvuldig gedetailleerde opbouw van crescendi en gevarieerde expressie. Zo beginnen in het Tuba mirum de blazers aanvankelijk wat aarzelend om daarna allengs en steeds dringender de doden voor Gods troon te roepen. Het Sanctus klonk in een steeds geweldiger, tenslotte ontzagwekkend kolkende beweging.

Er was ook degelijk gewerkt met het Engels-Nederlandse solistenkwartet dat zich niet beperkte tot het leveren van standaardbijdragen, maar zich ten volle richtte naar de intenties van Spanjaard, al had dat bij de tenor Mark Luther nog iets pregnanter kunnen blijken. De bas David Wilson-Johnson ging tot het uiterste in dramatiek. De mezzo-sopraan Anne Howells en de sopraan Charlotte Margiono klonken magnifiek in soli en prachtig op elkaar afgestemd in duetten. Margiono was glorieus bij stem, ze kon een fors volume produceren dat ongeforceerd lyrisch bleef en ze zong prachtig rond klinkende hoge noten.