Sinaiski imponeert met Tsjaikovski's Manfred-Symfonie

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest. Dirigent: Vassili Sinaiski; solist: Maxim Vengerov (viool). Tsjaikovski-programma. Gehoord: 17/9 Grote Doelenzaal, Rotterdam. Herhaling: 18/9 aldaar, 19/9 Groningen. Uitzending: NOS-opname van 18/9 op 4/10, Radio 4.

Het onaardse vioolspel van Maxim Vengerov ten spijt was het donderdagavond toch Tsjaikovski's Manfred-Symfonie die op het Doelenpubliek de diepste indruk maakte. Wanneer de componist deze symfonie gewoon haar rechtmatige nummers zou hebben gegeven - dan had deze vijf moeten zijn - dan zou het stuk zeker niet zo zijn veronachtzaamd als nu het geval is. De zinderende gloed van Tsjaikovski's melodiek en het meeslepende pathos van zijn rijke orkestklank is minstens zo aangrijpend als in de laatste drie, meest geliefde symfonieën en de extreme orkestbezetting kan evenmin een doorslaggevende belemmering zijn. Blijft over de omstandigheid dat Manfred meer een cyclus van vier symfonische gedichten is, geïnspireerd op het gelijknamige dramatische gedicht van Byron, maar dat heeft nu juist alles wat Tsjaikovski aan muzikale overtuigingskracht te bieden had in hem losgewoeld.

Het was dan ook in dit bijzonder fraaie, door het Rotterdams Philharmonisch Orkest gespeelde substantiële werk van het Tsjaikovski-programma dat men de beste indruk kon krijgen van de Russische dirigent Vassili Sinaiski, de nieuwe vaste gastdirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest. Er straalt beminnelijkheid uit Sinaiski's optreden, maar ook een grote mate van directheid en een uitgesproken plastisch vermogen. Zijn lichaamstaal en het beeldend gebruik van zijn handen laten geen twijfel bestaan over zijn bedoelingen. En het feit dat hij een ouverture uit Tsjaikovski's leertijd verving door de Slavische mars doet ook verstandig aan, zeker wanneer daarop drie salonstukjes voor viool en orkest volgen, die met geen mogelijkheid te vergelijken zijn met de portuur van een vioolconcert. Het was een ondankbare taak voor Maxim Vengerov ze te vertolken, maar hij deed het op de enig denkbare wijze, namelijk vederlicht en met een metrische vrijheid die vaak de eerste tel juist iets te vroeg deed komen. Sinaiski ging daarin helaas niet helemaal mee, zodat ongelijkheden niet konden uitblijven. Bovendien leek het orkest nog niet bekomen van de klankexpansies in de Slavische mars. Vengerov trok er zich niets van aan en liet zijn betoverende toon zingen als gold het een echt vioolconcert.