Shell wil met Montecatini bundeling in bulkplastics

ROTTERDAM, 18 SEPT. De Nederlands/Britse Koninklijke/Shell Groep en het Italiaanse Montecatini, onderdeel van de industriegroep Ferruzzi/Montedison, overwegen samenvoeging van hun activiteiten op het gebied van bulkplastics (polyolefinen). Beide partijen hebben gisteren een intentieverklaring getekend. Een definitief akkoord volgt mogelijk over zes maanden.

Polyolefinen - polyetheen en polypropeen - worden gebruikt bij de produktie van plastic materialen. Ook de bijbehorende grondstoffenaankoop en technologie van Shell worden bij de mogelijke samenvoeging betrokken. Gezamenlijk hebben de twee een produktiecapaciteit van circa 3 miljoen ton polypropeen (waarmee zij in Europa veruit de grootste zijn) en 0,5 miljoen ton polyetheen. Shell is goed voor 1,2 miljoen ton polypropeen en voor 0,5 miljoen ton polyetheen.

De aangekondigde samenwerking betekent de totnutoe grootste herstructurering in de met recessie kampende Europese petrochemische industrie. De te vormen joint venture krijgt naar verwachting een omzet van 5,5 miljard gulden.

De twee ondernemingen mikken op de vorming van een “technologisch innovatiever, klantgerichter en op bredere basis” werkende leverancier van polyolefinen. Door de samenvoeging hopen de twee ook een versterking van de grondstoffenpositie te bereiken.

Montecatini is actief in de sectoren chemie, farmaceutica en energie. Het concern omvat onder meer Himont, een polypropeenproducent en -handelaar. Ferruzzi/Montedison houdt zich bezig met chemie, farmaceutica, energie en agrarisch-industriële produkten.

Het aantal arbeidsplaatsen bij Shell-chemie in Moerdijk wordt de komende jaren verder teruggebracht naar 850. In maart kondigde het bedrijf nog aan dat het aantal terugmoest naar 950.

Volgens J. Jongejan van de industrie- en voedingsbond CNV wil Shell geen gedwongen ontslagen. Hij vreest dat de rek er bij Shell uit is en heeft grote zorgen over de toekomst. Vervroegde uittreding, maar ook overplaatsing naar een andere Shell-vestiging of via een bureau naar een andere baan noemt het concern nu als middelen.

Shell ziet twee oorzaken voor de verdere reductie. Dat is de “algehele malaise” in de chemische industrie en het feit dat een nieuwe kunststoffabriek niet in Moerdijk maar in het Engelse Carrington wordt gebouwd. Vestiging daar acht Shell goedkoper.