Scherpe roman van Javier Marias; Alice in Oxford

Javier Marás: Aller zielen. Uitg. Meulenhoff, 224 blz. Prijs ƒ 34,50

“Een duizelingwekkende Spaanse gothic novel”, zo typeert de Nederlandse uitgever Javier Marás' laatste roman Aller zielen. Geen spookverhaal in de klassieke betekenis van het woord maar een modernere variant op het genre waarbij bovennatuurlijke ervaringen het veld ruimen voor onbestemde gevoelens van angst en verwarring.

Een Spaanse academicus verblijft gedurende twee jaar als gastdocent in Oxford. Na afloop kijkt hij terug op die periode waarin hij ten prooi viel aan een angstige verwarring omtrent zijn identiteit. De verwarring bereikt zijn hoogtepunt in het voorjaar dat zijn Engelse minnares hem voor een aantal weken in de steek laat om haar zieke zoon te verzorgen. Hij zwerft door de straten van Oxford... “vier weken lang als een verdwaald huisdier dat op straat was gezet door het zieke kind Eric”.

Ter compensatie stort hij zich op het verzamelen van zeldzame en uitverkochte boeken. Tijdens zijn zwerftochten door het “stoffige en verborgen paradijs van Engeland” worden zijn op hol geslagen fantasie en onberedeneerde angstgevoelens gevoed door zijn obsessieve belangstelling voor leven en werk van de obscure en mysterieuze Engelse auteur John Gawsworth. Wat de Spanjaard met name intrigeert is het abrupte en onverklaarbare einde aan zijn veelbelovende schrijversloopbaan. Hij raakt ervan overtuigd dat hem eenzelfde lot te wachten staat als Gawsworth wiens grootste hobby ook het “zoeken en ziekelijk verzamelen van boeken” blijkt te zijn. Als een balling dwaalt hij door de stad die buiten de tijd en de werkelijkheid geplaatst lijkt.

Marás, zelf van 1983 tot 1985 gastdocent in Oxford, legt zijn Spanjaard tal van scherpe, rake en humoristische observaties van het Oxfordiaanse academische milieu in de mond. Marás in Oxford is als Alice in Wonderland, of het nu gaat om de beschrijving van een "high table', een plechtig diner van een "college' dat, net als de theevisite van Alice, evenzeer met rituelen als met absurditeiten gepaard blijkt te gaan, of om zijn karaktertekeningen van bepaalde door en door Engelse personages.

In Aller zielen intrigeren de personen eerder dan dat ze beroeren. Ze wekken geen of weinig merkbare emoties op, niet bij elkaar, maar ook niet bij de lezer. Dat zou in dit geval typisch Engelse onderkoeldheid kunnen zijn, ware het niet dat dit verschijnsel zich ook voordoet in ander werk van Marás. In zijn vorige boek, niet zonder ironie Een man van gevoel geheten, wordt de relatie beschreven tussen een operazanger en de vrouw van een Vlaamse bankier. De bankier heeft indertijd zijn vrouw gekocht om haar vader voor een bankroet te behoeden. Al vijftien jaar lang wacht hij tevergeefs op beantwoording van zijn liefde die tot een obsessie geworden is. Hun beider ongeluk wordt zo afstandelijk verwoord dat het weinig losmaakt bij de lezer, behalve misschien verwondering.

Marás' werk ontleent zijn kracht vooral aan de beeldend beschreven, soms tragikomische scènes en de eigenzinnige personages die zijn romans bevolken. Moeite heb ik met de passages waarin hij zijn hoofdpersonen uitgebreid laat filosoferen over van alles en nog wat. Zij vormen een nodeloze en langdradige onderbreking van wat verder een boeiend verhaal is. Het lijkt wel eens of Marás bang is dat een goed verhaal op zichzelf niet voldoende is.

Gezien zijn duidelijk beleden voorkeur voor romanschrijvers in de traditie van Henry James, Hardy, Conrad en Faulkner zou hij beter moeten weten.

“Ik wist zeker dat ik niet zo wilde schrijven als andere Spaanse romanciers” zei hij vorig jaar in een interview in deze krant. Daarin is hij redelijk geslaagd. Of dat voldoende is voor een blijvende plaats in de internationale literatuur is een tweede.

    • Marina van Hoek