Paradepaard van Joop van den Ende; Cyrano met allure geënsceneerd en met verve gebracht

Voorstelling: Cyrano, musical van Ad van Dijk en Koen van Dijk. Produktie: Joop van den Ende. Spelers: Bill van Dijk, Ryan van den Akker, Danny de Munk, Peter de Smet, Edwin de Jongh, e.a. Decor: Paul Gallis. Choreografie: Eleanor Fazan. Orkest o.l.v. Alan Evans. Regie: Eddy Habbema. Gezien: 17/9 in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Aldaar t/m 27/9, daarna elders.

Cyrano de Bergerac was hier tot dusver, hoe vaak ook door anderen gespeeld, de voorstelling van Guus Hermus. De herinnering aan zijn theatraal gedragen heldentragiek leefde voort, hoe lang geleden het ook was dat hij voor de laatste keer het musketierskostuum droeg en de groteske neus opplakte. Cyrano, de musical is sinds gisteravond het eerste puur Nederlandse paradepaard uit de theaterafdeling van Joop van den Ende Produkties, geschreven door Ad van Dijk en Koen van Dijk en gedragen door Bill van Dijk in de titelrol. En het is, in mijn ogen, een spektakel van internationaal niveau - met angelsaksisch showmanship gepresenteerd, met allure geënsceneerd en met overtuigend aplomb gezongen en gespeeld.

Die prestatie komt in de allereerste plaats op het conto van tekstschrijver en componist, van wie nauwelijks te geloven valt dat ze op het beroepspodium debutanten zijn. Koen van Dijk heeft in zijn script het honderd jaar oude, duister getinte liefdesdrama van Edmond Rostand samengevat in poignante taferelen en in zangteksten die wonderlijk bekwaam het midden houden tussen de prachtige sierkrullenpoëzie van toen en de toegankelijke taal van nu. Hij schreef met veel fantasie en vakmanschap een reeks rijk gevarieerde rijmschema's in een muzikale cadans die niet alleen het verhaal vertellen, maar daaronder ook de emoties. Zijn variaties op de rijmklank -eus brengen (om maar één voorbeeldje te noemen) het beladen onderwerp van Cyrano's reukorgaan steeds dichterbij.

Daarbij beweegt de muziek van Ad van Dijk zich met verve in het Lloyd Webber-idioom. Sterker nog: ze doet daar nauwelijks voor onder. Niet dat de thema's allemaal even origineel zijn, maar dat is in dit genre niet vereist - als ze maar versterken en voortstuwen wat hier gaande is. Zelden heb ik in een Nederlandse musical, waar de basis bijna altijd wordt gevormd door de tekst, zo'n effectieve eenheid van tekst en muziek gehoord. Ik vind in Cyrano op dat vlak veel meer verrassends dan in een produktie als Les Misérables, waarmee de vergelijking - vanwege de doorgecomponeerde opzet zonder gesproken dialogen - voor de hand ligt.

Vanzelfsprekend gaat ook in deze versie de meeste aandacht uit naar de Cyrano-rol, waarin Bill van Dijk eindelijk alle resultaten van zijn jarenlange ervaring in musical-ensembles kan vertonen. Hij valt, op de sterfscène na, in geen enkele larmoyante valkuil. Integendeel, hij speelt in een lichte, vaak enigszins navrante toonsoort die de tragedie des te overtuigender maakt. Zijn ogen blikkeren als zijn degen (zulke felle schermscènes ziet men hier trouwens óók zelden!), zijn air is vaak die van een innemende praatjesmaker en zijn tred is rebels. Soms wordt de tragiek zelfs tragikomisch, zoals in de speelse balkonscène waar Cyrano als souffleur voor Christian optreedt. Eerder hebben ze immers, elk voor zich, hun liefde voor Roxanne bezongen. “Dat ik hier bemin als mijn Julia,” was de versie van Cyrano, “maakt van mij geen Romeo.” En daar tegenin zong Christian: “Dat ik haar bemin als mijn Julia, maakt van mij geen Shakespeare...”

Ryan van den Akker is als de soms hemels belichte Roxanne een wonder van dictie en intimiteit, terwijl Danny de Munk van zijn Christian een ingénue maakt die het hoofd omloopt als hij zich realiseert dat ze van hem houdt. Naast en achter hen staat een ensemble zonder één zwakke plek, veelzijdig en in bonte tableaux vivants (met pofbroeken, pijpekrullen en pluimen op de hoed) voortbewogen door Eddy Habbema. In het toneelbeeld schiep Paul Gallis vooral weidse vergezichten met licht en rook; omdat hij te kampen had met de logistieke beperkingen van een reisvoorstelling, kon hij zich ditmaal - behoudens een bruikbare kantelvloer - geen monumentale decors veroorloven. De financiële begrenzingen wreken zich alleen in de begeleiding: er zit een vaardig veertienmans-orkest in de bak, maar de overheersende synthesizer-klank maakt soms dof wat méér had moeten tintelen. Maar het zijn details die mijn respect voor dit imponerende staaltje amusementstheater niet in de weg staan.

Er was nog nooit een musical van volstrekt Nederlandse makelij die aan de maatstaven van de internationale musical-centra kon voldoen. Als er ooit één de eerste zou zijn met buitenlandse succespotentie, is het deze.