"Nederland heeft het meest commerciële tv-bestel'; Omroepen moeten aan dagbladen een voorbeeld nemen

De Hilversumse omroepen krijgen geld uit de omroepbijdragen, de programmabladen en uit de STER-pot, maar daarmee is er nog niet genoeg. Sponsoring moet de tekorten aanvullen. Hoe ver kunnen de omroepen daarmee gaan?

AMSTERDAM, 18 SEPT. Hij zei het op persoonlijke titel, anders zou hij gedonder krijgen in het NOS-bestuur. Maar wat NOS-voorzitter Max de Jong betreft behoort het laten sponsoren van televisieprogramma's door de Hilversumse "publieke' omroepen op korte termijn tot het verleden. “Ik ben er tegen”, zei De Jong voor een verrast publiek van omroepbestuurders en programmamakers op het tweede Omroep Congres dat de afgelopen twee dagen plaatshad in Amsterdam. “Maar...eeh..alles wordt gesponsord!”, stamelde een programmamaker aarzelend na de woorden van De Jong.

De Jong reageerde op een half in de vragende vorm, half beschuldigende uitlating van directeur algemene zaken R.L. Haan van de IKON, dat omroepen met hun programma's meer aan "financiële aansturing' doen. Met andere woorden, programma's zo maken dat er geld mee wordt verdiend. De Jong wees dit resoluut van de hand (“in het bestel wordt geen winst gemaakt”) en begon zijn gehoor uit te leggen dat omroepen een voorbeeld moesten nemen aan dagbladen, waar inhoud en commercie strikt gescheiden zijn. Voor advertenties bestaan aparte pagina's, doceerde De Jong, er vindt geen vermenging plaats en de lezer weet dat. Een goed bij het bestel passend exploitatiemodel in de dagbladwereld is volgens De Jong krantenuitgever Perscombinatie, die niet het maken van winst, maar het instandhouden en verbeteren van zijn publikaties als hoofddoelstelling heeft.

Het voorval bleek haarscherp de kloof te tonen die gaapt tussen "Den Haag' en "Hilversum' over de financiële toekomst van het Nederlandse bestel. Minister d'Ancona van WVC heeft een duidelijk van commerciële omroep afwijkende "publieke' omroep voor ogen, die met voor een groot deel "publiek' geld (omroepbijdragen) zich anders, vooral zuiverder gedraagt. Als "dagsluiter' op het congres riep zij de omroepen op zich toch vooral in te zetten voor andere programma's, want “het bestaansrecht van de publieke omroep is een zich van commerciële omroepen onderscheidend aanbod, met een zichtbare meerwaarde, in pluriformiteit, diepgang, originaliteit en kwaliteit.”

Afgezien van de vraag of de omroepen dat willen, heeft Hilversum een probleem waaraan prioriteit wordt gegeven. De meeste programma's blijken voor de omroepen te duur om ze geheel zelfstandig te kunnen bekostigen. “Als ik een programma voor 70.000 wil maken, kan een omroep er maar 50.000 voor betalen”, zei "vrij'-producent Harry de Winter van het bedrijf IDTV. Sponsoring biedt een uitweg. Volgens de Mediawet mag sponsoring niet, maar die is achterhaald door de Europese richtlijn voor grensoverschrijdende televisie, die sponsoring toelaat zolang het blijft bij het laten zien van de naam van de geldschieter aan het begin van het programma. Maar veel vaker gaan programmamakers verder, zoals voorzitter A. Geurtsen van het Commissariaat voor de Media aantoonde in een filmpje met een reeks voorbeelden.

De hoogste boete van 200.000 gulden kreeg onlangs de AVRO opgelegd voor het programma Glamourland van Gert-Jan Dröge, waarin niet alleen apart de prijs in beeld kwam van een kamer in een hotel dat speciale "beautyfarm'-arrangementen heeft, maar waarbij de presentator ook uitvoerig de outillage van de vertrekken loofde. Dat stond in geen verhouding tot het doel van het programma, aldus het commissariaat, en had vermeden kunnen worden. De AVRO is in beroep gegaan bij de Raad van State tegen de boete, maar Geurtsen is er “uitermate” gerust op dat het commissariaat in het gelijk wordt gesteld.

“De omroepen schermen ermee dat veel programma's gemaakt zijn door niet aan een omroep gebonden producenten en houden hardnekkig vol dat ze van ongeoorloofde reclame niet hoeven en willen weten”, zei Geurtsen. “Wij zien dat anders. Wij vinden het volstrekt onaanvaardbaar dat omroepen tegen die producenten zeggen: sponsor maar wat je tekort komt maar laat het niet zien voor het commissariaat.”

Harry de Winter van IDTV bevestigde deze gang van zaken. “Ik haat het zoeken naar sponsors. Het geeft me een hoop extra werk en ik verdien er niks aan. Het lijdt tot reclamevormen waar je in de Verenigde Staten de bak voor in gaat. Nederland heeft zo langzamerhand het meest commerciële bestel ter wereld.” De Winter hekelde dat RTL4 “kennelijk verder mag gaan” met sponsoring dan Hilversum (RTL4 staat als Luxemburgse zender niet onder controle van het commissariaat, red.) en pleitte voor opheffing van deze ongelijkheid. “Als de publieke omroepen niet mogen sponsoren, gaan ze binnenkort dood. Zorg daarom voor een goede sponsorregeling of geef de publieke omroepen gewoon meer geld.” Op dit punt was Geurtsen het “in belangrijke mate” met De Winter eens. Als Nederland een publiek bestel wil houden, dan moeten daarvoor ook de kosten worden opgebracht. “Wat de omroepbijdragen betreft heeft "Den Haag' de consequenties niet willen trekken”, aldus Geurtsen cryptisch, maar door iedereen begrepen.

NOS-voorzitter Max de Jong had eerder gepleit voor een andere oplossing: meer zendtijd voor de STER. Maar dat zou betekenen dat programma's moeten worden onderbroken, zei STER-directeur C. Smeekes, en daar had Den Haag nou net niet voor gekozen.

Is Hilversum werkelijk zo arm dat het niet of niet geheel zijn eigen programma's kan betalen? Nee, vindt NOS-voorzitter De Jong. Zonder direct te ontkennen dat Hilversum met tekorten kampt, vindt hij het Nederlandse bestel met 1,3 miljard gulden per jaar zeker niet het armlastigste in Europa, waar de "oude' publieke omroepen overal met afgeknabbelde marktaandelen kampen.

Voorlopig krijgen de omroepen er geen cent bij. Integendeel, ze zullen een deel van hun vermogens - door de commissie-Van der Zwan gesteld op 315 miljoen, voor een belangrijk deel opgebouwd uit de baten van het uitgeven van programmabladen - moeten aanwenden voor programma's, iets waartegen de omroepvoorzitters eerder officieel bij de minister protest aantekenden. Wat sponsoring betreft dreigt een gevaar van heel andere aard: de waarschuwing van de commissie-Donner dat door het vercommercialiseren van omroepinstellingen "de rechtvaardiging van het hele bestel in het geding' komt. Omroepen die nu semi-commercieel van opzet zijn en eigen inkomsten hebben uit onder meer programmabladen, sponsoring en merchandising, zijn niet gelegitimeerd in een in Europees opzicht "zuiver' publiek bestel, aldus Donner.

Minister d'Ancona waarschuwde de omroepen op het congres er “het tempo in te houden”. Zij verwachtte binnen afzienbare tijd een etherfrequentie te zullen toewijzen aan een tweede commerciële omroep, en “dat zal de druk op het bestel alleen nog maar vergroten.”