Mogen wij het vrije huwelijk prijzen

Een merkwaardig misverstand van deze tijd is dat men geen oordeel zou mogen uitspreken over een andere cultuur. Als dat niet mag, mag men uiteindelijk ook geen oordeel over de cultuur uitspreken waartoe men behoort. De uiterste consequentie is dat wij allemaal onze mond moeten houden en gelaten de stand van zaken aanvaarden zoals wij hem bij onze geboorte hebben aangetroffen. Er is echter geen enkele reden waarom men zich over welke cultuur dan ook niet zou mogen uitspreken, in welke zin dan ook. Ik zou zeggen, ga gerust uw gang.

U hoeft zich dus niets aan te trekken van de cultuurpsycholoog professor Welten die in zijn afscheidscollege heeft betoogd: “Iedere cultuur heeft zijn eigen waarden en daar mag een ander geen waarde-oordeel over uitspreken.” Ik citeer uit een verslag van deze spreekbeurt zoals weergegeven in deze krant.

Meestal bedoelt iemand, die zegt dat je over een bepaalde zaak geen waarde-oordeel mag vellen, dat je die bepaalde zaak niet mag afkeuren. Misschien bedoelt professor Welten dat ook. Maar dat staat er niet en logisch gezien, doet het er niet toe van welke aard het oordeel is, als het oordeel principieel niet mag. Anders zouden er dwingende redenen aangevoerd moeten worden, waarom een positief oordeel wèl mag. Die exclusieve redenen zijn er niet. Op elke vraag waarop bevestigend gereageerd kan worden, kan logisch ook ontkennend geantwoord worden. Alleen in totalitaire staten is elk antwoord unaniem.

Een ayatolla die zich lovend uitspreekt over het door ons zo hoog geachte systeem van krantenbezorging of over de scheiding van kerk en staat gaat dus volgens Welten ver buiten zijn boekje. Niet zozeer omdat hij het niet kan, maar omdat hij het niet mag. En zo mogen wij ons niet uitspreken, zelfs niet in lovende zin, over de uithuwelijkingspraktijken in de islamitische cultuur nu wij onder deze Nijmeegse cultuurpsychologische curatele zijn gesteld.

Die uithuwelijkingspraktijk is een voorbeeld van Welten zelf. Maar dat wekt direct bevreemding omdat hij er aan toevoegt: “Die was twee eeuwen geleden in onze cultuur net zo gewoon. Lees Balzac er maar op na.” Betekent dit nu dat wij ons niet eens een oordeel mogen permitteren over de geschiedenis van onze eigen cultuur? Dat vreesde ik al. Het geeft geen pas de teloorgang van deze praktijk te betreuren of te begroeten. Welten heeft een merkwaardige wijze van spreken over de cultuur - zo zegt hij: “Een andere cultuur kan gekenmerkt worden door gangbare praktijken, die zij niet kan prijsgeven zonder het wezenlijke van zichzelf te verloochenen.” Niet alleen vanwege zulke dubieuze karakteristieken als het wezenlijke van zichzelf en de potsierlijke eventualiteit zoals besloten in het woordje "kan' (hier spreekt de man van wetenschap met de vereiste voorzichtigheid, denk ik), maar vooral door de ongewenste personificatie van de cultuur, vraag je je af of hier de klinische psychologie het niet van de cultuurpsychologie heeft gewonnen. Wat Welten niet schijnt te begrijpen is dat elke cultuur gekenmerkt wordt door een ononderbroken proces van verloochening. Ik zou haast zeggen, lees daar Balzac nog eens op na. En Heisenberg wist het eigenlijk ook al toen hij zei, dat het niet mogelijk is van enige deelnemer aan de cultuur tegelijkertijd de positie te bepalen en de snelheid waarmee hij zich van zijn cultuur ontdoet.

Welten heeft een gemummificeerd beeld van de cultuur en dat kan ons nog parten spelen in de déblokkade van het minderhedendebat.

In elke cultuur staat een onbepaald aantal waarden constant ter discussie, zeker wanneer ze betrekking hebben op zaken waarvan bekend is dat ze in een andere cultuur enigszins anders zijn geregeld. Zo mag bekend verondersteld worden dat in de islamitische cultuur, van Egypte tot Marokko, vrouwen niet tevreden zijn met hun positie. Zij willen meer zeggenschap en niet per dictaat volstrekt onderworpen zijn aan de dubieuze beslissingen van hun echtgenoot. Die mannen beroepen zich op een waarde van hoger orde, maar waarom zouden wij die vrouwen niet mogen bijvallen of zeggen dat wij zoiets voor onze eigen vrouwen ook wel zouden willen. Een cultuur waarin niets ter discussie staat is geen cultuur.

Binnen de Turkse gemeenschap in Nederland komt net als binnen de autochtone incest voor. De meisjes die daarvan het slachtoffer zijn, zijn veel moeilijker te helpen omdat binnen hun cultuur het niet gepast geacht wordt stappen te ondernemen tegen de man. Moeten wij ons daarbij neerleggen? In Turkije staat levenslang of de dood op het plegen van incest. In Nederland worden die meisjes heel omzichtig geholpen. Volgens een recent verslag van de GG&GD te Amsterdam spannen Nederlandse gynaecologen zich in om een maagdenvliesreconstructie tot stand te brengen. Die bemoeienis ondermijnt de sacrosanct geachte positie van de man. Hij weet wel dat het strafbaar is, wat hij deed, maar hij verbiedt enige vorm van hulp. Ik zie niet in, waarom wij daar geen oordeel over zouden mogen hebben en ook niet waarom wij niet enige hoop zouden mogen koesteren dat voortgaande integratie in de Nederlandse cultuur op dit punt althans verlichting brengt.