Matthew Sweet Matthew Sweet: Girlfriend (Zoo/BMG ...

Matthew Sweet Matthew Sweet: Girlfriend (Zoo/BMG 90644)

Sugar Sugar: Copper Blue. (Creation: CRECD 129)

Matthew Sweet

De Newyorker Matthew Sweet nam jarenlang genoegen met een plaats in de schaduw, als onopvallend gastmuzikant op platen van Lloyd Cole en The Golden Palominos. Bij opnamesessies maakte hij kennis met stadgenoten Richard Lloyd (Television) en Robert Quine (Richard Hell & The Voidoids), de gitaarhelden uit de punkperiode die hem nu bijstaan op zijn solo-album Girlfriend. In veertien schaamteloos directe liedjes doet Sweet verslag van zijn zoektocht naar de perfecte popsong, waarbij hij niet zelden uitgaat van het klassieke thema van de onbeantwoorde tienerliefde. “I tried to call you but the line was busy”, treurt hij in de sentimentele countrysong "Winona' en ook de hoesfoto van filmactrice Tuesday Weld verwijst naar vervlogen, minder gecompliceerde tijden. De ambachtelijke liedjes herinneren aan de messcherpe samenzang van The Beatles, de psychedelische jaren-zeventigpop van Big Star en het sentiment van Neil Young in zijn Harvest-periode. Als een blanke Lenny Kravitz combineert Matthew Sweet de invloeden uit het verleden tot een doorleefde en persoonlijke stijl, met ruimte voor gitaaruitbarstingen en fraaie koorzang. Alleen in het openingsnummer "Divine Intervention' permitteert hij zich een moment van ironie, wanneer een tot meezingen uitnodigend refrein wreed wordt verstoord door een desoriënterend geluidseffect.

Matthew Sweet: Girlfriend (Zoo/BMG 90644)

Sugar

Zanger Bob Mould maakt zijn borst vast nat voor de onvermijdelijke vergelijkingen met het werk van zijn vorige band, Hüsker Dü. Sugar heet het trio, dat Mould oprichtte toen hij na twee solo-lp's en enkele tournees met de Bob Mould Band besefte dat de samenwerking met andere muzikanten onmisbaar voor hem was. De creatieve explosie die deze samenwerking tot gevolg had, resulteerde in twee lp's, waarvan Copper Blue als eerste wordt uitgebracht. Na de somberheid van Moulds laatste solo-lp klinkt Copper Blue vitaal en zelfbewust. Maar het sprankje wanhoop in Moulds soms bijtende, dan weer melancholieke stem is er gelukkig nog en de thema's van de nummers (als "Changes', "Helpless', "If I can't change your Mind') getuigen van een doorleefd bestaan. Het opvallendst aan Copper Blue, ook in vergelijking met de platen van Hüsker Dü, is het voor een trio volle geluid. In de produktie heeft Mould verschillende gitaren over elkaar heen geweven en ook zijn eigen stem lijkt verschillende keren te zijn opgenomen. De "Koning van Popcore' krijgt steun van de stevig spelende drummer Malcolm Travis en de bescheidener bassist David Barbe, die de koortjes mooi zingen. Temidden van de grotendeels up-tempo nummers is het barokke, meer dan vijf minuten durende, Hoover Dam een verrassing, mede door door het elegante geluid van een klavecimbel dat plotseling opklinkt.

Sugar: Copper Blue. (Creation: CRECD 129)