"Mààhstrikt' leeft in VS maar angst voor de EG is weggeëbd

Met de ene EG-markt van 1992 in aantocht en een crisis in de VS-economie, sloeg de onder Reagan heersende scepsis over Europa plotseling om in vrees voor het Fort Europa. De vrees was het laatste jaar wat afgenomen maar de recente monetaire turbulenties en de onrust rondom het verdrag van Maastricht lijken nu voor veel Amerikanen definitief te bewijzen dat het zo'n vaart niet loopt. Wel voelen de VS voelen zich afhankelijker van het buitenland dan ooit.

WASHINGTON, 18 SEPT. Het lijkt een eeuw geleden dat president Nixon het belang van de daling van de Italiaanse lire afdeed met een enkele seksuele krachtterm. Een verandering van de rente met een kwart procent door de Duitse centrale bank verschijnt nu niet alleen op de Amerikaanse voorpagina's maar ook in het aan simpeler feiten gehechte televisienieuws. De problemen waarin het Europese Monetaire Stelsel nu verkeert is een complete nieuwssensatie. De kwestie speelt zelfs een rol in de herverkiezingscampagne van president Bush, want door de vlucht naar de dollar kan de Amerikaanse rente weer omlaag, wat de economie kan stimuleren.

Het besef van afhankelijkheid van het buitenland is tot in de kleinste Amerikaanse provincieplaatsen doorgedrongen, waar steeds meer bedrijven exporteren. Isolationisme, hoewel altijd in de kiem aanwezig, kan nooit meer in haar jaren-dertig-gedaante terugkeren. Ook in Jackson, Mississippi leren zakenlieden over concurrentie op de internationale markten. Studenten in de universiteit van Arkansas in het plaatsje Fayetteville vragen bezorgd naar de afloop van het Franse referendum over "Mààhstrikt'. De democratische presidentskandidaat Bill Clinton en andere politici stellen aan hun kiezers het Duitse leerlingenstelsel, het Japanse produktiesysteem en de Franse infrastructuur ten voorbeeld aan de Verenigde Staten.

Vooral in de Europese Gemeenschap hebben de Amerikanen grote belangen. Door de lage dollar bedraagt het jaarlijkse handelsoverschot met de EG nu bijna 19 miljard dollar. Het is het enige lichtpuntje in het grote, totale handelstekort. Wat betekent de onrust in de Europese geldmarkt voor de Amerikaanse exporten, vragen de Amerikaanse media zich af

Amerikanen voelen zich ongemakkelijk bij de deels door hen zelf geschapen en voortgeholpen Leviathan in Brussel. Leedvermaak over de troebelen van "Maastricht' wordt afgewisseld met zorg. President Kennedy was de eerste, die de economische gevolgen zag van een handelsblok aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Om de VS van toegang tot de EG te verzekeren begon hij aan de Kennedy-ronde van het internationale handelsoverleg GATT tot halvering van mondiale handelstarieven. Maar de VS waren nog steeds sterker dan Europa; in 1967 schreef de Fransman Jacques Servan Schreiber Le défi Americain, waarin hij de Europese angst tegen de Amerikaanse economische invloeden onder woorden bracht.

De Europese Gemeenschap deed pas rond de jaren tachtig intrede in het gangbare Amerikaanse politieke vocabulaire. Pas toen na het einde van de Koude Oorlog het politieke debat zich toespitste op de economische competitie, verscheen de EG steeds meer in het nieuws. Tijdens de eerste Reaganjaren spraken Amerikaanse conservatieven - in navolging van wat in Europa zelf werd gezegd - smalend over "eurosclerose' en "Europessimisme' als aanduiding voor de logge groei en hoge werkloosheid onder byzantijnse Europese bureaucratieën tegenover de veronderstelde effectiviteit van het Amerikaanse federale systeem en de vrije markt.

Toen de Amerikaanse economie inzakte en de integratie van de EG met de nadering van het magische "1992' in een stroomversnelling kwam, voelden de Amerikanen zich bedreigd door een "Fort Europa'. Zouden ze er nog wel tussen kunnen komen? In heel Washington werden fora georganiseerd over het thema "EG: zege of dreiging?'. President Reagan nam het initiatief tot een nieuwe GATT-ronde, de zogeheten Uruguayronde, voor nieuwe liberalisering van de wereldhandel.

De econoom Lester Thurow zag in zijn boek Head to Head 1 januari 1993, de dag dat de EG volledig zou integreren, als het begin van een "derde millenium', omdat op dat moment Amerika naar de tweede plaats zou zakken als economische macht. De Europeanen “hebben zeer waarschijnlijk de eer om de 21ste eeuw naar hen te laten noemen”, want de regels van het nieuwe economische spel worden dan in Europa geschreven, aldus Thurow.

Toch is met het recente aantrekken van de Amerikaanse exporten naar de EG de vrees voor het "fort' voorlopig watverdwenen. De monetaire turbulentie en de onrust rond het verdrag van Maastricht bewijzen voor veel Amerikanen dat het in Europa nog niet zo'n vaart loopt. “Een stem tegen Maastricht bevestigt deze gezonde stelregel: laat niemand terloops samenvoegen wat een millenium van verschillende nationale ervaringen heeft gescheiden”, schreef gisteren de conservatieve Amerikaanse columnist George Will.

De conventionele wijsheid in Washington is nog steeds dat Amerika gebaat is bij een sterk Europa, maar Amerikaanse politici schrikken soms terug van de gevolgen. Tijdens de Koude Oorlog leidden de VS de Westerse coalitie. De Amerikaanse president kon de Westeuropese overheden zonder veel moeite tegen elkaar uitspelen en overheersen. Door de val van de Berlijnse Muur stond het bestaan van de NAVO even ter discussie, maar dat was het moment waarop de Amerikaanse tegenstrijdige gevoelens over West-Europa naar buiten kwamen. President Bush is gekant tegen een onafhankelijke Europese defensiemacht. Anderzijds wenst hij dat West-Europa het voortouw neemt bij de Balkancrisis. Nu de Westeuropese missie in Joegoslavië zo duidelijk heeft gefaald, is er ook heimelijk genoegen over de noodzakelijkheid van een Amerikaanse leidersrol. Alleen hebben de Amerikaanse regering en kiezers geen puf en geen geld. Amerika wil wel leiding geven, maar dan tegen betaling.

De weerzin tegen een Europees politiek machtsblok werd vergroot door de slechte ervaringen met de GATT-onderhandelingen. Daar stelde de EG Amerika voor een doorwrocht Europees compromis, waar niet meer over viel te onderhandelen. Dergelijk machtsvertoon is Amerika niet gewend. Bovendien hebben politieke leiders van gewone landen grotere speelruimte en meer zelfstandigheid dan de vertegenwoordigers van het Brusselse doolhof, waarvan de politieke voorzitter - het land dat het "voorzitterschap' van de ministerraden en van de topconferenties bekleedt - ook nog elk half jaar wisselt. De GATT-ervaring bevestigde voor president Bush dat de structuur van de NAVO, waar Amerika met elk land afzonderlijk kan praten, meer handelbaar is dan het overleg met het EG-blok.

De patstelling van de GATT-onderhandelingen is bitter voor president Bush, die er veel politiek kapitaal in heeft gestoken. Er zit voor dit jaar geen akkoord meer in en misschien zal deze ronde wel helemaal geen resultaten opleveren. Sinds Kennedy heeft geen president zoveel moeite gedaan voor mondiale verlaging van de handelstarieven. Voor Bush is het de hoeksteen van het binnenlandse economische herstel. Hij laat de voor de meeste Amerikanen ontoegankelijke term GATT zelfs vaak in zijn herverkiezingstoespraken vallen.

De Amerikanen hebben overigens wel aan de perikelen bijgedragen door in te zetten met een harde aanval op de achillespees van de EG, het landbouwbeleid, en totale verwijdering van de Amerikaanse subsidies in het vooruitzicht te stellen. Deze shocktherapie werkte niet. Voorlopig heeft Bush zijn hoop gevestigd op het Noordamerikaanse vrijhandelsverdrag met Canada en het in een groeistuip verkerende Mexico (Nafta). Dit ontluikende handelsblok omvat meer burgers dan de hele EG.