Londen wikt en weegt: is er nog een EMS om naar terug te gaan?; Britten in financiële chaos naarstig op zoek naar een nieuw beleid

LONDEN, 18 SEPT. De talrijke economen die de Londense City rijk is gaven in de afgelopen 48 uur zelf massaal gehoor aan de onzichtbare hand, doorgaans het onderwerp van hun bespiegelingen. Sinds het begin van de sterling-crisis woensdagavond schoot de vraag naar economische expertise omhoog. Wat is er gebeurt en wat zal er gebeuren, wilden de Britten van hun deskundigen weten, nu het officiële economisch beleid van de regering in diskrediet is geraakt en er nog geen zicht is op een nieuwe marsroute?

De deskundigen openden vervolgens een spervuur van veelal tegenstrijdige opvattingen en gratis adviezen aan de geplaagde regering. Een inventarisatie.

Sinds de sterling-crisis leidde tot een devaluatie van ongeveer 10 procent en Groot-Brittannië het Europees Monetair Stelsel de rug toekeerde, kampt het land met een beleidsvacuüm. De middelen waarmee de regering-Major de Britse recessie maandenlang te lijf ging - een sterke munt, een hoge rente - zijn onderuit gehaald. Over een nieuw beleid - ten aanzien van de economie, de munt en de Europese integratie - liet de regering zich vooralsnog slechts in vage bewoordingen uit.

Norman Lamont, de minister verantwoordelijk voor de Britse munt, probeerde vanochtend iets van de onzekerheid weg te nemen. In een radio-interview liet hij weten dat inflatiebestrijding de hoogste prioriteit van de regering-Major blijft. Dat zou kunnen betekenen dat de rente op het huidige, relatief hoge niveau van 10 procent wordt gehandhaafd. Over een nieuwe toetreding tot het EMS liet Lamont zich niet uit.

Intussen stak het kwaad - de kwakkelende economie - opnieuw de kop op. Gisteren werd bekend dat het aantal werklozen in augustus is gestegen tot 2,8 miljoen, het hoogste niveau in de afgelopen vijf jaar. De cijfers, twee keer zo slecht als verwacht, onderstreepten wat al lang geen nadruk meer behoefde: de Britse economie zit verlegen om een strak beleid en is in ieder geval niet gebaat bij de onzekerheid van de afgelopen dagen.

De man op wie alle aandacht is gericht, John Major, beperkte zich gisteren tot politiek crisis-management. Op instigatie van de premier schaarde het gehele kabinet zich achter collega-minister Norman Lamont, de man verantwoordelijk voor het paniekvoetbal met de Britse rente, de man die zei niet te zullen devalueren en het uiteindlijk toch deed. Lamont liet op zijn beurt aan het publiek weten dat hij niet van plan is om af te treden: hij had het kabinetsbeleid uitgevoerd en slechts bakzeil gehaald onder uitzonderlijke omstandigheden.

Nu sterling bevrijd is van het Europese keurslijf bevindt John Major zich in de unieke positie dat hij zijn economisch beleid opnieuw vorm kan geven. Hij kan de zaken laten zoals ze nu zijn - een vrije koersontwikkeling in combinatie met een hoge rente. Hij kan echter ook de rente verlagen of opnieuw toenadering tot het EMS zoeken. Volgens de officiële lezing was de noodgreep het pond vrij te laten slechts een tijdelijke ingreep.

Elk scenario heeft andere gevolgen, zowel voor de Britse economie als voor de politieke standing van Major. Stel, Groot-Brittannië blijft voor langere tijd buiten het EMS. Het pond wordt daarmee overgelaten aan de krachten van de vrije markt en zal zelfstandig een nieuw, lager niveau zoeken. Dat proces was vandaag nog in volle gang met pond/mark noteringen op de valutamarkt van 2,60. Op welk niveau het pond een nieuw evenwicht zal vinden blijft de vraag: de ene valutahandelaar gokte vanochtend op 2.50 mark, een ander op 2.65 mark.

De devaluatie is goed nieuws voor export-gerichte ondernemingen wier produkten in het buiteland goedkoper worden. Een Britse auto die dinsdag in Duitsland nog 30.000 mark kostte, hoeft sinds gisteren nog maar 27.000 mark te kosten.

Nu het pond buiten het EMS opereert is de mogelijkheid ontstaan de rente dramatisch te verlagen. Dat zou wonderen kunnen doen voor de Britse economie: voorstanders van lage rente beloven hogere werkgelegenheid en hoger vertrouwen van de consument. Om hun argument kracht bij te zetten putten de voorstanders van deze aanpak uit het verleden. Een vergelijkbare strategie in de jaren '30 leidde tot een ongekende economische groei.

Toch zijn er economen die gruwen van dat scenario: “Extreem lage rente is voor Groot-Brittannië levensgevaarlijk”, zegt Ingrid Iversen, senior economist bij American Express Bank in Londen. Volgens Iversen is de Britse economie veel te gevoelig voor inflatie. Groot-Brittannië is een open economie met veel import. Geïmporteerde produkten zouden door de combinatie laag pond/lage rente veel duurder worden en langs die weg de inflatie aanwakkeren.

De voorstanders van lage rente vinden dat onzin. De econmische activiteit van Groot-Brittannië en andere Westerse landen is extreem laag, zeggen zij. Omdat er weinig gebeurt in de economie is het risico van inflatie gering.

Ook politiek gezien is een definitieve breuk met het EMS niet zonder problemen. Het EMS-lidmaatschap moest bewijzen dat Groot-Brittanië de EG serieus neemt. Op die manier wilde John Major een gelijkwaardig gesprekspartner worden van Frankrijk en Duitsland. Of Major die positie op het Europese toneel kan handhaven zonder EMS-lidmaatschap is in hoge mate afhankelijk van de toekomstige koers van de EG. Verdwijnt de monetaire unie tijdelijk naar de achtergrond is het denkbaar dat Major zijn positie ook met een vrije munt kan handhaven, werd door tegenstanders van het EMS gespeculeerd.

De argumenten voor opnieuw toetreden tot het EMS zijn door de schermutselingen van deze week onveranderd, zeggen voorstanders. Het EMS biedt de enige geloofwaardige garantie dat Groot-Brittannië de inflatie in bedwang zal houden, redeneren zij. De relatief hoge rente die daarmee gepaard gaat nemen de EMS-aanhangers op de koop toe. Iversen van American Express: “De Britse economie zit weliswaar in een recessie maar er is niets fundamenteels mis met het land. Groot-Brittannië heeft de overheidsuitgaven in bedwang en is daarmee veel beter af dan Italië. Draconische maatregelen als een lage rente zijn niet echt nodig.”

Opnieuw toetreden tot het EMS gaat evenwel uit van één vooronderstelling: dat er ook na het Franse referendum over Maastricht en de aandhoudende druk op zwakke munten als de lire en de Ierse punt in de toekomst nog een EMS bestaat dat de moeite waard is. Zoals heel Europa is ook John Major veroordeeld de gebeurtenissen van het weekeinde af te wachten.

    • Michel Kerres