Kantonisatie van Bosnië is geen uitgangspunt meer; Overleg begint met een schone lei

De strijdende partijen in Bosnië spreken vandaag in Genève met elkaar via EG-bemiddelaar Lord Owen en VN-vertegenwoordiger Cyrus Vance. De kans op succes van deze ronde van besprekingen, die een einde zouden moeten maken aan de nu al vijf maanden durende strijd, worden niet hoog aangeslagen. Daarvoor zitten de tegenstellingen te diep.

GENÈVE, 18 SEPT. “Een schone lei” hadden Lord Owen en Cyrus Vance, de voorzitters voor de Conferentie voor Joegoslavië beloofd, om alle drie de oorlogspartijen in Bosnië-Herzegovina vandaag naar de onderhandelingstafel in Genève te krijgen. De eerder door Lord Carrington namens de Europese Gemeenschap bepleite "kantonisatie' van Bosnië-Herzegovina, de opdeling van deze republiek in een Servisch, een Kroatisch en een moslim-deel, zou bij de nieuwe onderhandelingen als uitgangspunt verdwijnen, beloofden Vance en Owen aan de regering in Sarajevo. President Alija Izetbegovic en zijn regering in Sarajevo, in bezit van nog geen tien procent van het territorium maar onveranderlijk voorstander van een ongedeeld Bosnië-Herzegovina, blijken niet overtuigd en weigerden vanochtend directe onderhandelingen met de beide andere partijen in één kamer.

Alija Izetbegovic, president van een Bosnië-Herzegovina dat eerder dit jaar door de internationale gemeenschap op grote schaal is erkend, in afwachting van een nadere interne staatkundige inrichting van het land, maar dat thans voornamelijk nog uit wat belegerde steden bestaat, verzet zich tegen elke prijs tegen de "kantonisatie'. De moslims van Bosnië-Herzegovina, ongeveer 44 procent van de bevolking, zouden zich bij het bevriezen van de huidige militaire situatie met zo'n tien procent van het territorium tevreden moeten stellen. Met moeite slechts kunnen de moslim-eenheden zich staande houden tussen de zegevierende legers van de Serviërs (met ongeveer zestig procent van het grondgebied) en Kroaten (met ongeveer dertig procent).

In een uitwisseling van woedende faxen met Vance en Owen heeft Izetbegovic de afgelopen week lucht gegeven aan zijn "geschoktheid' over de manier waarop hij zijn regering door de rest van de wereld in de steek gelaten voelt, onthulde hijzelf gisteren in een vraaggesprek met TV-Sarajevo. “Niet beleefd” was de gedachtewisseling geweest, waarbij de internationale onderhandelaars de Bosnische president van woordbreuk beschuldigden, na diens aankondiging afgelopen zondag niet aan de onderhandelingen te willen deelnemen. Tenslotte heeft Izetbegovic dan toch zijn minister van buitenlandse zaken, Haris Silajdzic, naar Genève gezonden, maar zonder een volmacht om over een opdeling van Bosnië-Herzegovina en autonomie of zelfstandigheid voor de Servische en Kroatische landsdelen te onderhandelen.

Het probleem is dat zo'n opdeling de warme instemming heeft van niet alleen de Servische partij in het conflict, die het liefst een volledige afscheiding van de "Servische republiek' in Bosnië zou willen, maar ook van de Kroaten, die in theorie Izetbegovic' bondgenoten tegen de Servische agressie zijn, maar hem en zijn regering steeds openlijker onbuigzaamheid en gebrek aan werkelijkheidszin verwijten.

Het meest in een regeling geïnteresseerd lijkt de Servische delegatie in Genève, geleid door de psychiater Radovan Karadzic en de Shakespaere-vertaler Nikola Koljevic. Servië en het nieuwe Joegoslavië mogen dan elke directe betrokkenheid bij de strijd in Bosnië ontkennen, de Bosnisch-Servische leiders voelen kennelijk wel degelijk de koude wind van de internationale sancties tegen het Servische moederland. Bijna geen dag gaat voorbij of Karadzic komt met een nieuw, voor de internationale gemeenschap aantrekkelijk voorstel. De demilitarisering van een kilometer rondom het vliegveld van Sarajevo bijvoorbeeld, opdat de VN hun humanitaire vluchten ongestoord kunnen hervatten. Eerder stemden de Serviërs ermee in hun zware wapens nabij Sarajevo en andere belegerde steden onder VN-toezicht te stellen, zodat de internationale gemeenschap zou kunnen zien dat de Serviërs alleen moslim-aanvallen beantwoorden.

De praktische uitwerking van deze voorstellen laat te wensen over: toen de moslims van Sarajevo deze week een nieuwe poging deden de Servische omsingeling bij Sarajevo terug te dringen of te verbreken, bleek nog heel wat Servisch tegenvuur uit niet bij de VN bekende artilleriestellingen afkomstig. Bij andere steden als Jajce en Bihac blijken toezeggingen van Karadzic en Koljevic van weinig betekenis, omdat lokale Servische warlords geen waarde hechten aan de diplomatieke inspanningen van hun leiders. Dezen gaan echter nijver door, en uiten zich bijvoorbeeld enthousiast over de komst van VN-inspecteurs, die aan de grens tussen Bosnië en Servië zouden moeten constateren, dat Servië met de oorlog niets meer te maken heeft en dat de internationale sancties dus kunnen worden opgeheven.

Voor de Servische warlords te velde zijn dat allemaal maar flauwe spelletjes, en op zijn best een smadelijk toegeven van Servische politici aan de vijanden van het Servische volk. Karadzic moge dan opperbevelhebber heten van het Servische leger in Bosnië, sinds het verbreken van de bevelslijnen met het Joegoslavische leger in Belgrado is de feitelijke oorlogsvoering hoe langer hoe meer in handen van lokale bevelhebbers gekomen. Dezen maken geen geheim van hun voornemen, Bihac en Jajce eenvoudig op de moslim-eenheden te veroveren, en gaan voort, hun streken van moslim-bevolking te "zuiveren'. En zij blijven trouw aan de politieke opzet waarmee ook Karadzic en Koljevic eerder dit jaar de oorlog zijn begonnen - naar wordt aangenomen in nauw overleg met de Servische president Slobodan Milosevic. Het "parlement van de Servische republiek' in Bosnië heeft het deze week nog eens bevestigd: Bosnisch-Servië dient aansluiting te zoeken bij de "Federatieve republiek Joegoslavië', die nu nog slechts uit Servië en Montenegro bestaat.

Onder de delegatieleiders die vandaag in het Palais des Nations in Genève gescheiden met Owen en Vance praten, is de Kroaat Mate Boban zeker voor de wereld de onbekendste. Dat is dat niet alleen omdat hij als enige van de delegatieleiders niet het Engels beheerst, maar vermoedelijk ook omdat de Kroaten weinig belang hebben bij al te veel publiciteit rond hun oorlogsinspanningen in Bosnië-Herzegovina. Die vertoont namelijk nogal wat overeenkomsten met de Servische, zij het dat van grootscheepse verdrijving van andere bevolkingsgroepen of omsingeling van steden geen sprake is.

Boban was aanvankelijk de aanvoerder van het HVO, het Kroatische leger in Bosnië-Herzegovina, dat officieel van de Republiek Kroatië onafhankelijk heet te zijn, naar analogie van de Servische troepen in de republiek. Nog steeds echter worden dienstplichtigen uit Kroatië naar de fronten in het dichtbevolkte "buurland' gestuurd, en ook wat betreft de bewapening is de HVO direct van Zagreb afhankelijk. Sinds juli mag Boban zich ook president van "Herceg Bosna' noemen, een staatkundige eenheid die geen onafhankelijke staat heet te zijn, maar wel een eigen regering, een eigen televisie en een eigen parlement heeft, net als de "Servische republiek'.

In maart al hadden Boban en de Serviër Karadzic in het Oostenrijkse Graz afspraken gemaakt over de onderlinge afbakening van hun "republieken', en gevochten tussen Serviërs en Kroaten wordt uitsluitend nog over die grenzen waarover ze destijds geen overeenstemming konden bereiken. Voor beide zijden verloopt deze strijd met wisselend succes: de Serviërs zijn erin geslaagd de Kroaten bijna geheel te verdrijven uit de Posavina, de gebieden in het noorden langs de rivier de Sava, zonder welke geen corridor tussen West-Bosnië en Belgrado tot stand kan worden gebracht. De Kroaten van hun kant hebben de Serviërs een gevoelige nederlaag toegebracht in Oost-Herzegovina, waar eerst het omstreden Mostar is ingenomen en nu ook het Servische centrum Trebinja dreigt te vallen. De Kroatische zeggenschap over de havenstad Dubrovnik, die eerder vanuit Trebinja werd bedreigd, zou daarmee voor de toekomst verzekerd moeten zijn.

Mate Boban schuwt de wereldpers, maar maakt in de lokale media van Kroatië en "Herceg Bosna' geen geheim van zijn toenemende ergernis over het optreden van de moslims en de regering in Sarajevo. Deels richt deze kritiek zich trouwens tegen een minderheidsfactie binnen de Kroatische partij in Bosnië-Herzegovina, de HDZ-BiH, die het autonomiestreven van de HVO afwijst en voor Izetbegovic' conceptie van een unitaire republiek met meerdere volkeren heeft gekozen. Met déze Kroaten, waaronder de Bosnische vice-president Stjepan Kluic en de Bosnische legercommandant Ejup Ganic behoren, onderhoudt Boban naar eigen zeggen geen contacten. Hij zou er geen bezwaar tegen hebben wanneer de "Kroatische nationale eenheid' formeel deel blijft uitmaken van een in drie kantons opgedeeld Bosnië-Herzegovina, als dat maar geen verlies van zeggenschap in eigen Kroatisch huis ten gevolge heeft.

Boban is voor een oplossing van de oorlog door onderhandelingen, en - anders dan de regering in Sarajevo en de Kroatische publieke opinie - tegen een buitenlandse militaire interventie in Bosnië-Herzegovina, omdat die naar zijn mening zou leiden tot een behoud van de status-quo. Elke zeggenschap van de regering in Sarajevo over de HVO wijst Boban af, en omgekeerd heeft dit Kroatische leger de afgelopen maanden dan ook grotendeels neutraliteit betracht ten aanzien van gevechten tussen moslims en Serviërs, de belegering van Sarajevo inbegrepen.

Bij dit alles speelt op de achtergrond dat men zich in Kroatië hoe langer hoe meer zorgen maakt over veronderstelde radicalisering en toekomstig terrorisme onder de Bosnische moslims. Terwijl, naar waarnemers aannemen, de HVO doorgaat de moslim-strijders (inmiddels omgedoopt tot "Leger van Bosnië-Herzegovina') van wapens te voorzien, hebben de autoriteiten in Zagreb vorige week demonstratief een Iraanse wapenzending naar Sarajevo in beslag genomen.

De roep, de onderhandelingen in Genève te hebben gesaboteerd, is zeker een nieuwe slag voor het prestige van Alija Izetbegovic, de man die nog een jaar geleden gold als een van de weinige fatsoenlijke politici die het oude Joegoslavië had voortgebracht. Daden als het schieten op de eigen bevolking, om door televisiebeelden steun voor militaire interventie te wekken, en schieten op de VN-vredesmacht met het doel deze direct bij de gevechten te betrekken, laten zich misschien uit wanhoop verklaren - maar het is opvallend dat Izetbegovic zich er op geen enkele manier heeft gedistantieerd. Nadat hij eerder moest ervaren, dat internationale erkenning van zijn republiek geen bescherming tegen een overval door gewapende machten binnenshuis betekende, is de afgelopen weken ook duidelijk geworden dat uit de verdeelde islamitische wereld weinig meer dan verbale steun te verwachten is.

Izetbegovic' critici, vooral maar niet uitsluitend Servische nationalisten, hebben hem er altijd van beschuldigd, onder het mom van liberale retoriek over een vreedzaam samenleven der volkeren in Bosnië-Herzegovina een "islamitische staat' te willen stichten. Als basis voor die beschuldiging dient een opmerking in die richting in een uit de jaren zeventig daterende brochure, waarvoor hij destijds overigens wegens nationalistische neigingen is veroordeeld.

In de praktijk heeft Izetbegovic zich echter voor het uitbreken van de oorlog tot het uiterste ingespannen de drie bevolkingsgroepen bij het bestuur in de republiek te betrekken, totdat Servische obstructie, barricades en bombardementen daaraan een einde maakten. In maart van dit jaar sloot hij zich zelfs nog aan bij de door de EG geopperde "kantonisatie', al stond in de kleine lettertjes van zijn stellingname wel dat er economische - geen nationale - kantons moesten komen. Nu betoont de president zich volstrekt onbuigzaam, al lijkt elke kans op een vreedzaam samenleven van de verschillende bevolkingsgroepen voor de naaste toekomst verkeken.

Dat geldt zelfs voor Sarajevo, waar veel Serviërs en Kroaten bij het uitbreken van de oorlog zijn gebleven, omdat ze zich meer stadsburger dan lid van een bevolkingsgroep voelden en geen affiniteit hadden met hun nationale leiders. Uit de stad komen nu steeds meer gruwelverhalen over bewapende moslims die tegen leden van andere bevolkingsgroepen terreur uitoefenen. Gedachten over een "heilige oorlog', die aanvankelijk onder de gematigde moslims van Bosnië geen enkele rol leken te spelen, winnen onder druk van de hopeloze omstandigheden nu duidelijk veld.

Het mag in het licht van deze ingewikkelde omstandigheden geen wonder heten, dat Lord Owen en Cyrus Vance het al als een succes beschouwen, als ze de delegaties uit Bosnië-Herzegovina er vandaag van kunnen overtuigen niet na een plechtige verkondiging van hun standpunten in Genéve weer de terugreis te aanvaarden. Het streven van de beide voorzitters van de conferentie is om ze in Genève te houden, liefst natuurlijk tot er een oplossing is bereikt, maar desnoods slechts tot maandag, opdat althans de schijn van het begin van een vredesproces bestaat. Het oplaaien van de gevechtshandelingen in Bosnië-Herzegovina in de laatste dagen doet vermoeden, dat de oorlogspartijen voorshands hun prioriteiten elders zien.