HUILEND JONGETJE

Maandag zag ik hem eindelijk weer in de krant: Diego Maradona. Hij stond op een vliegtuigtrap, op weg naar de club die hem wil kopen.

Een paar jaar geleden moest Maradona ophouden met voetballen, omdat hij cocaïne had gebruikt voor een wedstrijd. Dat is net zoiets als dronken in een auto rijden. Van de voetbalbond mocht hij daarom een paar jaar niet spelen. Nu is zijn straf afgelopen, maar hij wil niet meer voetballen voor zijn oude club, Napoli in Italië. Misschien gaat hij nu spelen voor Sevilla in Spanje.

In die paar jaar is Maradona een klein dik mannetje in een lelijk pak geworden. Nooit wordt hij meer het voetballende jongetje, dacht ik. Want al was hij de allerbeste voetballer van de wereld, een klein jongetje was Diego Armando Maradona altijd gebleven. Een verwend jongetje, dat wel. Als hij geen zin had om te trainen, bleef hij gewoon vakantie houden in zijn geboorteland Argentinië. En soms, als hij slecht speelde, gaf hij een tegenstander een flinke trap. Maar vaker was het andersom. Dan speelde Maradona fantastisch en werd hij van alle kanten geschopt. Liggend op de grond, keek hij dan met een huilgezicht naar de scheidsrechter, zoals sommige kinderen doen als ze hard zijn gevallen. "Toe scheidsrechter, help me', zei zijn gezicht. Echt huilen deed hij ook vaak. Het hardst toen hij met Argentinië in 1990 de finale van het Wereldkampioenschap verloor van Duitsland. De tranen biggelden over zijn wangen, het leek of hij nooit zou ophouden met huilen. Ik moest toen zelf ook bijna huilen, zo zielig was hij. Maar toen ik de foto in de krant zag, dacht ik: nee, dit mannetje zal nooit meer huilen, als hij verliest.