Garage

Nog niet zo lang geleden was de Amsterdamse Ruysdaelstraat een doodgewoon, saai straatje. Zonder bomen en met veel vuilniszakken en hondepoep vormde de straat niet meer dan een kleurloze verbinding tussen de "deftige' van Baerlestraat en de "volkse' Albert Cuyp.

Begin 1990 kwam daar verandering in. Toen opende Joop Braakhekke - vroeger chef-kok van het prestigieuze restaurant "De Kersentuin' - in de Ruysdaelstraat zijn eigen etablissement. "Le Garage' moest net zoveel allure krijgen als zijn vorige stek. En dat is gelukt.

Sinds de opening stroomt de Ruysdaelstraat dagelijks vanaf een uur of zeven vol met bekende Nederlanders en hun aanhang.

Allemaal op weg naar "Le Garage', waar zij niet alleen een lekker hapje willen eten, maar ook graag gezien worden.

Voor de ingang paradeert een in een rood pak gestoken jongeman, die als piccolo fungeert. Nadat hij de gasten elegant naar binnen heeft geloodst, haast hij zich een plaatsje te zoeken voor hun auto. Als er om half negen voor enkele tonnen aan BMW's, Mercedessen en Ferrari's in de straat geparkeerd staat, is de metamorfose compleet: de grauwe steeg is een bijna mondaine allee geworden!

Nu zou je denken dat de buurt tevreden is met de upgrading van de straat. Maar nee, de oprichting van het anti-Braakhekke "Bewoners Initiatief Ruysdaelstraat' liet niet lang op zich wachten. In eerste instantie werd de strijd vooral lokaal gestreden. “We zijn hard op weg om een tweede Leidseplein te worden; wat blijft er over van de leefbaarheid?” kreeg de buurt via huis-aan-huis verspreide stencils te horen.

Afgelopen zondag mocht het conflict zelfs even wereldnieuws zijn. In het programma Buren van de VPRO-televisie kon het boze buurtcomité zijn gal spuwen over de op de stoep geparkeerde auto's en Braakhekkes lawaai. Een enkele grijsaard dreigde zelfs met harde actie. Met z'n allen tegen Braakhekke.

Maar tevreden buurtbewoners hoor je natuurlijk niet, die richten immers geen actiecomité op. Toch bestaan ze. Sinds de komst van Braakhekke ben ik geen gekraakte auto meer tegengekomen. De straat ziet er schoner uit dan ooit en welke Amsterdammer kan er nu zeggen dat parkeren voor hem geen probleem is omdat er iedere avond een in het rood gehulde piccolo bereid is een Jaguar opzij te zetten voor zijn roestige middenklasser?