Economisch sterk Europa ook van belang voor rest van de wereld; Monetaire eenwording Nederland zou eeuwen in beslag nemen

Het referendum in Frankrijk van aanstaande zondag kan de "coup de grâce' zijn voor het Verdrag van Maastricht. Reeds eerder was er veel commotie over de krappe meerderheid in Denemarken die op 2 juni die nee zei tegen het Verdrag.

In de Nederlandse politiek werd toen het commentaar gegeven dat Denemarken "er altijd al zo een beetje bij hing in Europa'. Maar dan is verrassend, dat uit de rapporten van de EG-commissie over de voortgang van het 1992-programma blijkt, dat juist Denemarken het meest getrouw de afgekondigde maatregelen uitvoert (85 procent in 1991). Veruit de zwakste schakel is in dit opzicht Italië (41 procent). Frankrijk is overigens een goede tweede (82 procent).

Economische en politieke integratie is een moeizaam en tijdrovend proces. De Unie van Utrecht waarbij de Noordelijke Nederlanden zich in 1579 verenigden, kwam pas na vele onderhandelingen tot stand, waarbij de verdragstekst voortdurend werd gewijzigd. Sommige gewesten lagen dwars en traden pas later toe: Overijssel (1580), Groningen (stad, 1595) en Friesland (1598).

Enkele bepalingen, zoals van een uniforme belastingheffing, werden nooit uitgevoerd. De gewesten behielden graag hun zelfstandigheid, en wilden daarvan alleen prijsgeven, wat voor een gemeenschappelijke regeling echt noodzakelijk was. De pogingen tot monetaire integratie slaagden slechts gedeeltelijk. In feite zou de monetaire eenwording van Nederland nog eeuwen in beslag nemen. En pas in deze eeuw heeft de mobiliteit van personen tussen provincies een substantiële omvang gekregen. Integratie kost tijd.

Zal nu de economische integratie in Europa tot stilstand komen bij een eventueel Frans nee op 20 september? Nee natuurlijk: de internationalisering van het bedrijfsleven zal doorgaan. En er zijn belangrijke voordelen verbonden aan de verdere monetaire integratie en de coördinatie van economisch beleid in de lidstaten.

Door de geschiedenis heen hebben uniformering van geldstelsels, van maten en gewichten, en van technische specificaties een positieve invloed op de welvaart gehad. Hetzelfde kan worden verwacht van een verstandige coördinatie van economisch beleid. Een economisch sterk Europa is van belang voor Europa zelf maar ook voor de rest van de wereld.

Het zijn deze opbrengsten, naast enkele kosten, die door de politiek - en de universiteiten - duidelijk dienen te worden uitgelegd, bijvoorbeeld bij de voorbereiding van een referendum.

Daaraan dient dan te worden toegevoegd, dat een economisch sterke positie van de EG alleen blijvend kan zijn bij een voldoende openheid jegens de rest van de wereld. En het is op dit punt dat de Franse neiging tot protectionisme zorgen baart.