De tragische ontmanteling van een Amsterdams begrip

Dokument: "De Liefde in haar laatste dagen, Ned.1, 23.01-23.36u.

In Amsterdam loopt een programma om zeventien katholieke en protestantse kerken af te breken en te vervangen door sociale woningbouw. De Liefde, aan de Bilderdijkstraat in Oud-West, was de tiende in de reeks. Deze kerk was de eerste openlijke katholieke kerk die in de 19de eeuw weer gebouwd mocht worden in Amsterdam. Dat was in 1826. In 1990 werd hij afgebroken. Er staan nu woningen met daar tussenin, veel kleiner dan de oude De Liefde, toch weer een katholiek gebedshuis.

In de de documentaire De Liefde in haar laatste dagen belicht de NCRV (!) vanavond de tragische ontmanteling, de veiling van de inboedel (drie prachtige, koperen collectebakken: f 120,--) en de heropening van de nieuwe De Liefde.

Voor de katholieken in Amsterdem was De Liefde een historisch begrip, voor andere Amsterdammers uit dit deel van de stad was de lokale bioscoop "De Liefde', aan de schuin erachter gelegen Da Costakade, een bekend oord van vermaak en ontroering. De prachtige bioscoop delfde in de jaren zeventig het onderspit in de moordende concurrentie met de televisie. De kerk legde vijftien jaar later door de ontkerkelijking van de bevolking, die al in de jaren zestig was ingezet, het loodje.

In 1784, het was de tijd van de Republiek en Amsterdam telde alleen nog schuilkerken voor katholieken, werd het stadsbestuur voorzichtig gevraagd of er geen openlijke rooms-katholieke kerk mocht worden gebouwd. De toestemming kwam er, maar het duurde toch nog meer dan 40 jaar voor hij er stond. Er kwam nog een zusterhuis bij en vier scholen en zo groeide De Liefde uit tot het grootste katholieke complex boven de Grote Rivieren.

De nieuwe, veel kleinere kerk is, zo zegt de pastoor in de documentaire, in zekere zin weer een schuilkerk, want “nu verschuilen wij ons voor de eigen pracht en praal”. Maar tegelijk “nodigt deze ruimte uit ons eigen verhaal met God verder te schrijven”.

Het zijn vooral de profane beelden van de afbraak die nuchter en schrijnend in beeld zijn gebracht. Als het kruisbeeld van Jezus van de muur wordt getakeld roept een van de werklieden: “hé, maak me los” en “hang die maar boven je bed”.

Een mevrouw van over de tachtig, die al van kindsbeen de kerk bezoekt, memoreert hoe ze als meisje ieder dag naar de mis ging en 's avonds nog naar het lof. “Als je dat trouw deed, kreeg je aan het eind van het jaar als eerste prijs een kerkboek”.

Regisseur Albert Elings geeft in ruim een half uur een aardig, maar toch wat oppervlakkig beeld. Van mij had hij iets minder puin en sloop mogen tonen en wat dieper in mogen gaan op de teloorgang van de belijdende christenmens in de hoofdstad.