De sleur van de mafia-bestrijder

Tahar Ben Jelloun: L'Ange aveugle. Uitg. Ed. du Seuil, 202 p. Prijs ƒ 36,55

Italiaanse kinderen uit mafia-kringen, die met een pistool in hun tas naar school gaan, geweld gebruiken en vervolgens door geweld van andere kinderen omkomen, hebben een slechte naam in de hemel. Er is geen engel te vinden die het voor hen wil opnemen. Alleen de blinde engel, die zelf ooit het slachtoffer werd van een afrekening tussen rivaliserende mafia-families, is bereid om vergiffenis voor deze kinderen te bepleiten.

Het gegeven is typerend voor het werk van de Frans-Marokkaanse schrijver Tahar Ben Jelloun: speels, origineel, verrassend. De auteur reisde honderden kilometers door het zuiden van Italië om de allesverwoestende invloed van de mafia op de mens en de maatschappij op schrift te stellen. Zijn indrukken resulteerden in de verhalenbundel L'Ange aveugle.

Ben Jelloun heeft zijn uiterste best gedaan om de wereld van de mafia te begrijpen. Hij kruipt in de huid van een overheidsfunctionaris die als mafia-bestrijder is aangesteld. Hij schetst de sleur in zijn leven, de dagelijkse doden, het afgrijzen, de wanhoop, het grote falen. Hij beschrijft de weduwe die na de gewelddadige dood van haar man vertwijfeld achterblijft met de vraag of hij nu wel of niet bij de mafia hoorde. En de werkstudent die politierapporten schrijft over moorden en wiens vriendin de relatie verbreekt omdat zij de somberheid van Sicilië niet meer aankan.

Het moreel en maatschappelijk verval van Sicilië wordt van alle kanten belicht, maar L'Ange aveugle is te veel een sociologisch werk. Het boek is goed gedocumenteerd, maar het blijft verstoken van de vele verrassingen die Ben Jellouns werk tot nu toe kenmerkten. Het boeit niet echt, het kost vaak moeite om door te gaan.

We zijn verwend door de eerdere, sprookjesachtige romans, die zich afspeelden in de mysterieuze Arabische wereld, en die mooi, meeslepend en o zo subtiel waren. L'Ange aveugle mist een dergelijke schoonheid en fijngevoeligheid. Ben Jelloun begeeft zich met dit boek voor het eerst buiten zijn vertrouwde Arabische wereld, maar hij krijgt niet echt vat op Italië. Hij voelt zich er niet thuis. Het boek krijgt daardoor soms iets klunzigs en klonterigs.

Gelukkig duikt af en toe, vooral naarmate de bundel vordert, de "oude' Ben Jelloun op, met zijn eigenaardige personages, zijn vreemde sfeer en zijn onnavolgbare fantasieën. Het zijn de verhalen waar de Italiaanse sfeer afwezig is. Ze zouden zich overal kunnen afspelen. Zoals het verhaal over de oude kok Antonio in "Nuit Africaine', die zo vies kookt dat zelfs zwerfkatten het dorp mijden. Op een nacht ziet hij hoe honderden Afrikaanse immigranten het dorp binnenstromen en een slaapplaats zoeken op de pleinen, de binnenplaatsen en in de perken. Alles in het dorp verandert, voor een groot deel ten goede.

Ook het verhaal "Pietro le Fou, Pietro le Sage' herinnert aan het eerdere werk van Ben Jelloun, niet in de laatste plaats door de titel, die sterke gelijkenis vertoont met zijn "Arabische' roman Moha le Fou, Moha le Sage. De rondtrekkende dorpsgek Pietro, die in straten en op pleinen de waarheid verkondigt aan wie het maar wil horen, blijkt de alter ego van Moha. Met dit verschil dat Moha door de Maghreb zwierf en Pietro als rondzwervend "openbaar aanklager' in het door de mafia geteisterde Italië optreedt. Op een dag wordt Pietro ontvoerd; niemand heeft ooit meer iets van hem vernomen.

Ben Jelloun heeft zelf als een Pietro door Italië willen trekken om vervolgens in een boek de afwezige Staat aan te klagen. In die aanklacht is hij zeker geslaagd, maar de goede voorbereiding, de schat aan informatie die hij uit kranten, gesprekken en juridische rapporten haalde, hebben het boek een beetje ontdaan van zijn emotionele waarde.