De nadagen van Willy Brandt

De kanker van François Mitterrand (75) schijnt net wat minder reden tot zorg te zijn dan die van Willy Brandt (78) wiens necrologieën inmiddels door alle dag- en weekbladen, waar ook ter wereld, zijn geactualiseerd en bijgeslepen.

Ik zag hem voor het laatst bij de herdenkingsdienst voor zijn partijgenoot Joop den Uyl, in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Pontificaal in het zwart betrad Brandt het Godshuis, de rechterhand in de zijzak gestoken. Dat was geen lopen meer, maar schrijden, dat was geen socialistische politicus meer, maar een socialistische pilaarheilige. Terwijl hij al zijn leven, drinkende en kettingrokkende, het tegendeel van een heilige is geweest. Even eerder was Brandt vroegtijdig als voorzitter van de SPD afgetreden omdat hij, zich oppermachtig wanend, een poging had gedaan, achter de rug van de partij om, een huisvriendin als woordvoerster der sociaaldemocraten te parachuteren. Het betrof een partijloze Griekse, die was afgestudeerd dankzij een stipendium van de concurrerende liberalen, verloofd met een hoge functionaris van de concurrerende christen-democraten. Het leidde dus tot een schandaal benevens het even triviale als abrupte einde van een alleszins eerbare politieke carrière van de man die in 1971 nog met de Nobelprijs voor de Vrede was gegradueerd.

Mag ik hem eigenlijk wel? Of mag ik hem eigenlijk niet? Ik besluit tot het eerste. Willy Brandt behoort tot het steeds zeldzamer wordende soort staatslieden die weten dat politiek niet alleen om lonen en prijzen gaat. Zeker, ook Brandt heeft vreselijke fouten gemaakt: zo was hij een der hoofdverantwoordelijken voor het doldwaze radicalenbesluit dat in Duitsland een ware heksenjacht op communistische postbodes en trotzkistische treinmachinisten heeft ontketend. Maar hij is óók de veelverketterende, buitenechtelijk geboren "emigrant' die bij het joodse monument in Warschau op de knieën is gezonken om boete te doen voor de nationaal-socialistische schanddaden waaraan hijzelf geen enkele schuld had. Hij was, met name in de jaren toen hij het ambt van Bondskanselier bekleedde, de favoriete schietschijf van de zwartste reactie. Ik citeer drie illustratieve krantekoppen: "Willy Brandt tot Herbert Frahm - Wie is Duitslands kanselier in werkelijkheid?', "Herr Bundeskanzler, waarom hebt u Duitsland verraden?', "Weg met Brandt! Zijn twaalf doodzondes'. Een van die doodzondes was het feit, dat hij gedurende het nationaal-socialisme vanuit de emigratie de nazi's heeft bestreden. Onvergeeflijk! “Er bestaat in Duitsland een ongeschreven wet: emigranten mogen niet terugkeren. Zij dienen, zoals Heinrich Heine en Georg Büchner, in Parijs of Zürich te worden begraven”, schreef Günter Grass.

Ik kreeg eens op een neonazistische gezelligheidsbijeenkomst een prentbriefkaart in mijn handen gedrukt. Rechts zag je de foto van Walter Ulbricht - "Oberst d. Roten Armee a.D., Staatsratsvorsitzender.' Links zag je de jonge Willy Brandt - "Knl.norweg.Major a.D., Bundelskanzler.'

Méér hecht ik aan de prentbriefkaart (geprefabriceerd lopende-bandwerk, natuurlijk) die ik van Brandt ontving nadat ik hem in een briefje met zijn Nobelprijs voor de Vrede had gefeliciteerd. Links zie je Brandt, met dunnend haar en zo'n gestempelde handtekening over de kraag van zijn overhemd. En rechts zie je een postzegel met de beeltenaar van onze landgenote Anne Frank, een gebaar dat in het naoorlogse Duitsland helaas nog altijd als een soort verzetsdaad geldt.

Brandt was dus de aangewezen man om in juni 1985 de tentoonstelling in de Amsterdamse Westerkerk over "Het leven van Anne Frank' te openen. Anne Frank was, behalve een prominent slachtoffer van de nazi's, een vluchtelinge: vanuit Duitsland naar Nederland, zoals Willy Brandt een vluchteling is geweest: van Duitsland naar Noorwegen. Vluchtelingen, emigranten, minderheden, hun problemen zijn nog even actueel als vijftig, zestig jaar geleden. Dus sprak Brandt over de wijze waarop minderheden - nog steeds - worden gediscrimineerd. “Terwijl toch de plaats die de minderheden in een bepaalde maatschappij innemen de meest directe getuigenis aflegt van de trap van beschaving van die maatschappij.”Nu ligt hij in dat ziekenhuis - en de hemel moge weten of het hem vergund zal zijn ooit nog in zijn eigen bed te mogen liggen. Zijn meest recente operatie wordt op pagina één van mijn Duitse dagblad gemeld. Pagina vijf bevat louter onheilsberichten over de troebele stemming in Brandts vaderland. "Talrijke kazernes' zijn inmiddels naar Hitler-generaals vernoemd. Op de politie, die dadenloos toekeek hoe asielzoekers werden gemolesteerd, valt volgens hun superieuren niets aan te merken. De Evangelische Kerk maakt zich zorgen over de "vloedgolf van geweld' die over de natie slaat. De staatsveiligheidsdienst warschuwt voor "een dramatische toename van rechts-extreme agressiviteit'. Is er nu werkelijk geen enkele politicus die bereid is om een aardig, demonstratief gebaar in de richting van die ongelukkige vluchtelingen te maken? Godlof, de SPD-deelraadburgemeester van de een of andere buitenwijk in de gemeente Hannover heeft, samen met tien partijgenoten, ostentatief de nacht in het locale Asylantenheim doorgebracht. Was Willy Brandt niet zo ziek en zo oud geweest, had hij zich ongetwijfeld, zonder aarzeling bij dit gezelschap aangesloten.