De gebakken eieren van nu; Van Dale's handwoordenboeken Spaans

Handwoordenboeken Spaans- Nederlands en Nederlands-Spaans. Red. Peter Jan Slagter. Uitg. Van Dale Lexicografie, 1252 en 1290 blz. Prijs per deel ƒ 79,50, samen ƒ 150,-.

Wie tien of vijftien jaar geleden afgestudeerd was in het Spaans, kon lelijk op zijn neus kijken. Dacht hij een nieuwe taal te hebben geleerd, bleek deze niet tegen de werkelijkheid bestand. Er was in die tijd een groot verschil tussen schrijf- en spreektaal. Seks was bijvoorbeeld nauwelijks een onderwerp voor boeken, tenminste niet in Spanje en Spaans-Amerika. De eerste de beste die wat vakantie-ervaring had, kon een hispanist toen voor raadsels plaatsen door te vragen of hij van huevos fritos (letterlijk: gebakken eieren) hield. Wie houdt er niet van gebakken eieren? Maar waarom werd er dan zo gegrijnsd?

Een dergelijke beperking strekte zich uit tot de woordenboeken. Tot voor kort waren de enige gezaghebbende woordenboeken die van Van Dam. Deze gaven bij huevos alleen maar "eieren': roereieren, gebakken eieren, klutseieren, windeieren. Ondanks de seksuele revolutie is Van Dam altijd een bolwerk van preutsheid en kuisheid gebleven. Van de niet op school verplichte moderne talen mocht het Spaans er gelukkig mee zijn: de half zo dunne Dentici (Italiaans-Nederlands) is al decennia niet verkrijgbaar laat staan vernieuwd en voor het Portugees is er niets dat in de verste verte ook maar ergens op lijkt. Maar Van Dam bevat veel zwakke omschrijvingen - "hasta siempre' (tot ziens) zou "voor altijd tot heel spoedig ziens' betekenen, "rayuela' (hinkelspel) "een soort kinderspel waarbij met munten wordt gegooid'.

In het woord vooraf bij de onlangs uitgekomen Nederlands-Spaanse en Spaans-Nederlandse woordenboeken onder redactie van Peter Jan Slagter die door hispanisten al enige tijd met spanning tegemoet werden gezien, wordt Van Dam niet genoemd. Dat is jammer. Want hoewel Slagter aansluit bij de actualiteit en daarmee aan een grote behoefte voldoet, is Van Dam niet overbodig geworden, zeker niet voor studieuze of literaire activiteiten. Van Dam is vrijwel even dik als Slagter. Beide bevatten ongeveer evenveel woorden, maar lang niet altijd dezelfde. Het deel Spaans-Nederlands bij Slagter omvat 52.643 woorden en het deel Nederlands-Spaans 65.897. Dat dat er meer zijn is logisch, want het Nederlands biedt de mogelijkheid om samengestelde woorden te maken en doet dat volop, terwijl samenstellingen in het Spaans zeldzaam en statisch zijn.

Schimmig

Van Dam zal vooral waardevol blijven omdat zijn boeken een schat aan incourant geworden woorden bevatten uit oude boeken zoals de Quijote. Bij Slagter zul je die niet vinden. Andersom is Van Dam ontoereikend voor het hedendaagse huis-, tuin- en keuken- en, vooral, borreltafelwerk. Van Dam is van een andere tijd, een beetje schimmig soms, Slagter is nadrukkelijk van nu. Met trots wordt in het woord vooraf bij Slagter gewezen op de opgenomen juridische, technologische en vulgaire of seksuele termen. Het woord "wip' valt in z'n seksuele betekenis. Er is ook meer aandacht voor amerikanismen. "Coger' is bijvoorbeeld "nemen', maar in Amerika - ook dit voorbeeld komt uit de inleiding - is het "neuken'. Daar kun je niet "coger el tren' (de trein nemen) zeggen zonder veel hilariteit te verwekken.

De vertalingen die Slagter geeft, zijn zo veel mogelijk aan de spreek- en schrijftaal van nu aangepast. Huevos zijn bij hem niet alleen "eieren', maar ook "ballen', "kloten', "lef', "idioot', "slappe lul', "reet', "schijtluis', "spuugzat', "rete-zus' en "stront-zo'. En terecht. Wie recente vertalingen van de invectievendichter Céline in het Spaans ziet, merkt hoe huevos-gericht men in Spanje is, als het plat moet zijn. Die huevos fritos moeten een seksuele uitnodiging hebben ingehouden, dat is duidelijk.

Wat betekent deze modernisering voor de praktijk? Tijdens het vertalen van de Quijote heb ik het eerste beste het probleem dat zich voordeed in beide woordenboeken opgezocht. Wat geven ze voor a pedir de boca? De neutrale vertaling bij de Spaans-Spaanse Maria Moliner is "geheel volgens wens'. Van Dam geeft "naar wens', Slagter "van een leien dakje, gesmeerd, op rolletjes'. Wat moet je in dit geval kiezen? Toen Van Dam zelf indertijd de Quijote vertaalde was hij zijn eigen oplossing trouw.

Een nuttige vondst is het invoeren van pijltjes naar boven of beneden om aan te geven of een vertaling een nuance netter of grover is. De gebruiker leert daardoor zijn speelruimte kennen. Zo krijgt de gangbaarste Spaanse vertaling voor "klote', fatal, een pijltje mee naar beneden. Als een vertaling ongeveer de waarde van het origineel benadert, krijgt zij het plusminus-teken mee.

Opvallend is Slagters zakelijke of wetenschappelijke hang naar verantwoording en nuancering. Volstond Van Dam in zijn "Voorbericht' nog met een motto van Ortega y Gasset, een hoofs voilà en een bon mot aan het adres van de Spaansminnende Prins der Nederlanden, vriend Bernhard, Slagter en zijn uitgever vertellen hoe het woordenboek moet worden gezien, voor wie het is bedoeld, in hoeverre deze kolossen ook handwoordenboeken zijn, aan wie erkentelijkheid wordt bewezen (onder andere aan het dagblad El Pas), en waar alle tekens voor staan.

Zal Slagter genoeg bij de tijd blijven? Van Dam is nu ouderwets, maar de huevos van nu zijn over enige decennia misschien hopeloos uit de mode. Het taalgebruik in de artikelen van El Pas is wellicht ook niet tegen de eeuwigheid bestand. Ideaal zou zijn wanneer het bij gebruikers een gewoonte zou worden suggesties voor aanvullingen, correcties en nuanceringen te sturen naar het antwoordnummer dat voorin staat vermeld. Uiteindelijk geldt: hoe meer woordenboek hoe beter.